Bevingen in Midden-Italië zijn niet te voorspellen

Italië Deze week werd Italië opnieuw opgeschrikt door bevingen, nu van 6,6 en 4,8 op de schaal van Richter. Waarom beeft de aarde daar zo vaak?

Foto AP / Gregorio Borgia

Uitzonderlijk is het niet, de opeenvolging van aardbevingen in Midden-Italië de afgelopen maanden. Iets vergelijkbaars deed zich in 1997 voor, zo’n 35 kilometer ten noordwesten van het nu getroffen gebied. Het begon toen in september, met een beving van 6,0 op de schaal van Richter. In de daaropvolgende twee maanden deden zich acht bevingen met een kracht boven de 5,0 voor, waarbij onder andere de Sint-Fransiscusbasiliek in Assisi deels werd verwoest.

Die reeks van aardbevingen in 1997 was aanleiding voor het Nationaal Instituut voor Geofysica en Vulkanologie in Rome om de modellering, en voorspelbaarheid, van seismische gebeurtenissen in het land opnieuw onder de loep te nemen. Toen afgelopen 24 augustus de aarde bij Accumoli schudde, werden net de laatste tests met een nieuw computersysteem gepland. Maar instituutshoofd Warner Marzocchi zei toen al tegen de pers dat de voorspelbaarheid een heikele zaak blijft.

risico

Het heeft onder meer te maken met de complexe geologie van de Apennijnen. De gesteentelagen vormen een mengeling van oorspronkelijk Italiaans continent, met Afrikaanse bodem. Tientallen miljoenen jaren geleden draaide het Italiaanse schiereiland tegen de klok in, rond een punt ergens in de westelijke Po-vlakte. Het bewoog daarbij over de uitstekende punt van het Afrikaanse Plaat, die zich tussen Italië en Kroatië had gepriemd. Bij die beweging werd sediment van de Afrikaanse Plaat afgeschraapt, en opgestuwd, tot een bergketen: de Apennijnen.

Maar inmiddels spelen er andere krachten, die het beeld compliceren. Italië roteert amper nog. De druk op de Apennijnen is veranderd. Het idee is dat de bergketen aan het inzakken is. Geologen spreken van afschuiving. De bevingen in 1997, in 2009, en van de afgelopen maanden waren afschuivingen.

3110BUInorciaearthquak2

Foto's Wikimedia, @EdwinPentin via Twitter

De Benedictusbasiliek in Norcia (provincie Perugia), voor en na de beving van zondag. Foto’s Wikimedia, @EdwinPentin via Twitter

En dan zijn er nog de aanwijzingen dat gebieden in Italië, zoals Calabrië, omhoog komen door veranderingen in de aardmantel.

Al die verschillende krachten maken het voorspellen van aardbevingen in Italië lastig. Daarbij hoor je ook nog steeds klagen over gebrekkige seismische gegevens, ondanks de lange meethistorie in het land. Vier jaar geleden schreven aardwetenschappers van de Universiteit van Siena nog dat toekomstige aardbevingen niet zijn af te leiden van de seismische geschiedenis.

Recenter is een artikel dat Nicola d’Agostino van het Nationaal Instituut voor Geofysica en Vulkanologie schreef in Geophysical Research Letters (27 februari 2014). Hij voorspelt voor de Apennijnen een herhaaltijd van gemiddeld tussen de 30 en 75 jaar voor aardbevingen boven de 6,5. Maar hij duidt op grote onzekerheden: het gebrek aan seismische gegevens van voor 1550, en daardoor grote onduidelijk over het te kiezen model dat de herhalingen het beste beschrijft.