Opinie

Arabische wereld op weg naar democratie? Reken er niet op

Het ritueel van democratie is weliswaar te exporteren, maar het ontbreekt de Arabische wereld aan sociale structuur om ernaar te leven. over waarom de Arabische Lente mislukt is.

Echtpaar in Caïro, oktober 2016. De opstand uit 2011 bracht Egypte geen democratie. Foto Reuters

Laten we beginnen met het goede nieuws. De trend is helder: democratie heeft de wereld veroverd. Sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989 nam het aantal democratieën snel toe en voor het eerst zijn er meer landen ‘democratisch’ dan ‘autocratisch’. Zoomen we in op de kwaliteit van die democratieën, dan is er helaas minder reden voor euforie.

Vaak bleef het bij oppervlakkige democratisering, ver verwijderd van Roosevelts ‘vier vrijheden’: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van vrees. Eigenlijk is er al een jaar of tien sprake van een ‘democratische recessie’. Vaker was er in het voorbije decennium sprake van een terugval in politieke en civiele rechten dan van een toename ervan.

De meeste nieuwe democratieën zijn ‘electoraal’ van aard, niet ‘liberaal’. Liberaal in de zin van: burgerrechten voor alle onderdanen, bescherming van minderheden. In menig electorale democratie worden de rechten van die minderheden geschonden. Zie Hongarije, Rusland, Venezuela en Turkije. En het komt ook voor in niet zo nieuwe democratieën als Israël, waarin de ‘tirannie van de meerderheid’ nogal eens de kop opsteekt.

Democratie exporteer je door verkiezingen uit te schrijven, leert het westerse exportmodel. Maar is dat wel zo? David Van Reybrouck waarschuwt voor ‘electorale evangelisering’: het ritueel krijgt daarin meer aandacht dan de inhoud. Dat kan rampzalig uitpakken in heterogene, sterk verdeelde maatschappijen met zwakke instituties. Irak en Afghanistan moesten en zouden verkiezingen krijgen, schrijft de cultuurhistoricus, terwijl de kruitdampen nog niet opgetrokken waren. Be nice to America, or we’ll bring democracy, luidde de tekst op een bumpersticker.

Studies naar de Arabische lente gaan vooral uit van een lineaire geschiedsopvatting die normatief wordt ingekleurd met aaibare concepten als ‘civil society’ en ‘burgerschap’. De onderzoekers zijn ervan overtuigd dat dictaturen op termijn onhoudbaar zijn en vroeg of laat plaats maken voor iets beters, ook al hoeft dat niet per se een democratie naar het model van Westminster te zijn. Maar de geschiedenis verloopt helemaal niet lineair, weet filosoof John Gray: „Ze is een aaneenschakeling van cycli en toevalligheden en kent als zodanig geen algemene richting. (..) Het geloof dat we naast wetenschappelijke en technologische vooruitgang ook in ethisch en politiek opzicht vooruitgang boeken, is een mythe.” In alle denkbare toekomsten zullen er dus diverse soorten regimes zijn. Tirannie en anarchie naast allerlei vormen van democratie.

Wat zien we nu in het Midden-Oosten? In ieder geval geen trend richting democratisering, maar ook geen terugkeer naar het aloude autoritaire bestel. In sommige gevallen is er eerder sprake van hernieuwde militarisering van het staatsapparaat (Egypte, Syrië) of versteviging van de macht, ‘authoritarian upgrading’ in academisch jargon (Marokko, Jordanië, Algerije, de meeste Golfstaten).

Een dipje op weg naar een democratische toekomst, beweren experts: de ‘muur van angst’ zou gevallen zijn en daarom wordt het nooit meer zo onvrij als vroeger. Hun normatieve bril ontneemt ze echter het zicht op de weerbarstige realiteit, die van een mismatch tussen de inhoud van de protesten en de oorzaken. Weliswaar waren de slogans politiek, maar de drijfveer was toch echt de beroerde economie. Gilbert Achcar legt dat goed uit in zijn boek The People Want (Saqi Books, 2013) en onlangs nog in het vervolg daarop: Morbid Symptoms.

De verklaring voor die mismatch ligt in het verleden. In het Westen was de industrialisering verantwoordelijk voor democratisering, benadrukt ontwikkelingseconoom Dani Rodrik. Kapitalisten en arbeiders stonden tegenover elkaar. In de meeste ontwikkelingslanden, dus ook in de Arabische wereld, was daar nauwelijks sprake van. De politieke strijd werd daar gevoed door dekolonisatie. Het accent lag niet op klassenstrijd, maar op de gezamenlijke vijand. Dat heeft zijn sporen nagelaten in de huidige ‘massapolitiek’ aldaar. „There has been very little social content”, aldus de Egyptische analist Maged Mandour. Ofwel: weinig voedingsbodem voor een liberale democratie.

Zowel economisch als politiek ziet de toekomst er slecht uit voor de Arabische wereld. De bevolking verdubbelde in drie decennia tot meer dan 350 miljoen mensen. De jeugdwerkloosheid is er hoger dan waar ook. Onderwijs wordt nauwelijks beloond met banen, een derde van de Egyptische academici was in 2014 werkloos. De regio heeft tegen 2020 ruim honderd miljoen nieuwe banen nodig. Dat lukt natuurlijk nooit.

Er zal zich een leger van langdurig werklozen vormen, dat door dictatoriale regimes als directe bedreiging wordt ervaren. Tegen de historische achtergrond van gemankeerde massapolitiek, en bijgevolg de povere organisatie- en slagkracht van eventuele oppositie, kan deze situatie heel lang aanhouden.

Ondertussen ontwikkelt de techniek zich rap. Maar van automatisering, digitalisering en robotisering zal de gewone Arabier niet gauw profiteren. Dat betekent dus eerder minder dan meer banen. Alles afwegende is het niet realistisch dat deze landen zich de komende jaren zullen ontwikkelen tot liberale democratieën. Zelfs ‘electorale’ democratie zit er nauwelijks in.