Bussemaker: 87 miljoen voor bestrijden ongelijkheid in kansen

Afgelopen voorjaar concludeerde de Onderwijsinspectie dat het verschil tussen kinderen van laag- en hoogopgeleide ouders steeds verder toeneemt.

Beeld van de Parkschool in Utrecht. Foto Koen Suyk/ ANP

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) maken 87 miljoen euro vrij om de kansenongelijkheid tussen leerlingen van laag- en hoogopgeleide ouders te bestrijden. Met het geld moet de achterstand de komende drie jaar worden weggewerkt. Vervolgens wordt er vanaf 2020 jaarlijks 26 miljoen euro beschikbaar gesteld om te voorkomen dat het verschil weer verder oploopt.

De Onderwijsinspectie concludeerde afgelopen april in haar jaarverslag dat het verschil tussen leerlingen van laag- en hoogopgeleide ouders “steeds groter wordt”. Van leerlingen van hoogopgeleide ouders met een gemiddeld IQ begint de helft op Havo of VWO, voor kinderen van laagopgeleide ouders is dat bijvoorbeeld een kwart.

Lees ook de column van Marike Stellinga: Zonder gelijke kansen zijn wij niets

Het extra geld gaat onder meer naar schakelklassen (14,5 miljoen) waarin leerlingen tussen basis- en hogeronderwijs klaargestoomd worden voor een hoger niveau. Ook wordt er 7,5 miljoen geinvesteerd in het structureren van de overgang van mbo naar hbo. Ook komt er budget om mbo’ers te stimuleren om opleidingen te stapelen (4 miljoen).

Meerdere redenen

Aan het verschil in kansen tussen leerlingen van laag- en hoogopgeleide ouders liggen verschillende redenen aan ten grondslag: zo bemoeien hoogopgeleide ouders zich over het algemeen meer met het advies voor een vervolgopleiding dat een docent in groep 8 geeft. Ook hebben zij vaak meer geld te besteden voor bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding. Aan het advies van een docent wordt sinds kort meer gewicht gegeven dan aan dat van de Citotoets, die pas daarna wordt afgenomen.

Lees ook het interview over de ongelijkheid met inspecteur-generaal van het onderwijs Monique Vogelzang: De ouders zitten er bovenop

De achterstand is volgens de bewindslieden onacceptabel. Zo stelt Dekker:

“We leven in een van de meest welvarende landen. Als wij er niet in slagen om kinderen het maximale uit zichzelf te laten halen, dan falen we collectief. We moeten blijven werken aan een samenleving waarin iedereen alle kansen krijgt om zich te ontplooien. We kunnen ons niet veroorloven talent verloren te laten gaan.”

Maandag presenteren Bussemaker en Dekker hun plannen voor de Gelijke Kansen Alliantie. Dat is een samenwerkingsverband waarin leraren, ouders, scholen, werkgevers en maatschappelijke organisaties zich de komende jaren moeten verenigen om ervoor te zorgen “dat elk kind gelijke kansen krijgt om zijn talenten te ontwikkelen en zijn dromen waar te maken.”