Column

Ach mensenrechten, wie maalt er nog om?

Column Carolien Roelants is Midden-Oostendeskundige en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Roelants, Carolien 08-2013 005

Vrijdag zijn veertien landen in de VN-Mensenrechtenraad ge- of herkozen voor een termijn van drie jaar. Nou én, hoor ik u denken. En u heeft gelijk. Want wat stelt zo’n instantie nog helemaal voor als er landen als Saoedi-Arabië, Egypte, China en meer uit die categorie de mensenrechten moeten gaan verdedigen?

U zou kunnen tegenwerpen dat de Algemene Vergadering van de VN Rusland er niet in stemde, dus dat zomaar niet élke schurkenstaat in de Raad komt. Ja, dat was best een verrassing, al hielden Hongarije (144 van de 193 stemmen) en Kroatië (114) Rusland (112) maar nipt buiten de Raad. Maar dat neemt niet weg dat de Mensenrechtenraad toch hoofdzakelijk een instrument is geworden voor mensenrechtenschenders om hun wandaden wit te wassen en druk van de buitenwereld onschadelijk te maken. Het feit dat die zo graag lid willen zijn is het beste bewijs dat de Raad niet doet waarvoor hij is bedoeld.

De 47 leden tellende Mensenrechtenraad werd in 2006 opgericht ter vervanging van de Commissie voor de Mensenrechten, die zwaar onder vuur lag omdat notoire mensenrechtenschenders er deel van uitmaakten. Ja inderdaad! De praktijk is opnieuw sterker dan de leer. Lees even de oprichtingsresolutie mee: de leden van de Raad „zullen de hoogste standaard hooghouden bij de bevordering en bescherming van mensenrechten”.

Neem nu Egypte, vrijdag met 173 stemmen in de Raad gekozen. Volgens mij is de standaard daar dat de mensenrechten massaal en zwaar worden geschonden.

Waarom is het nuttig om van de Raad deel uit te maken? Saoedi-Arabië (153 stemmen) laat het zien. Met de hulp van zijn Amerikaanse en Britse vrienden, beide vrijdag eveneens herkozen (respectievelijk 175 en 173 stemmen), slaagde het er zowel in 2015 als in 2016 in om een oproep tot een onafhankelijk internationaal onderzoek naar zijn omstreden oorlog tegen de Houthi-rebellen in Jemen te blokkeren. In anderhalf jaar oorlog zijn daar rond de 4.000 burgers gedood, van wie volgens de VN het merendeel bij Saoedische luchtaanvallen, en is een humanitaire ramp aangericht. Ziekenhuizen zijn gebombardeerd en u herinnert zich de recente aanval op een rouwplechtigheid in Sana’a waarbij vorige maand meer dan 140 doden vielen. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson zei later alle vertrouwen te hebben in het eigen onderzoek door de Saoediërs.

Nu ik toch bij Johnson ben: hij is tenminste openhartig.

Sinds de oorlog begon, hebben de Britten Saoedi-Arabië voor bijna 4 miljard pond wapens geleverd. Sommige Lagerhuisleden willen daarmee stoppen. Ik citeer Johnson vorige week:

„Dan creëren we een vacuüm dat snel zou worden opgevuld door andere westerse landen die gelukzalig wapens zouden leveren met allesbehalve [onze] zorgvuldigheid, criteria of respect voor humanitair recht.”

Ach, mensenrechten, wie maalt er nog om.