De to do-list van de nieuwe Spaanse regering

Benoeming Rajoy

Na 313 dagen heeft Spanje weer een premier. Maar hij is afhankelijk van gedoogsteun van zijn tegenstanders. Wat moet er in het land gebeuren?

Foto Reuters

Mariano Rajoy (61) heeft er 313 dagen op moeten wachten, maar zaterdagavond kreeg hij dan toch de goedkeuring van het Spaanse parlement om aan een tweede termijn te beginnen. Alleen: hoe anders is zijn status als premier dan in 2011, toen hij met een absolute meerderheid het land naar zijn hand kon zetten.

Rajoy gaat nu leidinggeven aan een minderheidskabinet dat voortdurend compromissen zal moeten sluiten met politieke tegenstanders. Na tien maanden strijd met hen te hebben gevoerd, wil Rajoy nu regeren met steun van het liberale Ciudadanos en de socialistische PSOE. De premier had het liefst ‘een grote coalitie’ met de drie partijen gevormd, maar daar wilden de anderen niet aan. Over alles zal stevig onderhandeld moeten worden. Onderwerp voor onderwerp.

Nog voordat Rajoy de benodigde gedoogsteun van de PSOE kreeg, deed de leider van de Partido Popular enige concessies. Rajoy haalde de angel uit hervormingen in het onderwijs en stelde „de dialoog aan te willen gaan”. Rajoy presenteert zich als premier van alle Spanjaarden.

Wat staat hem te doen? Drie punten waarover hij compromissen zal moeten sluiten.

1. Economische hervormingen

Zonder regering ging het niet eens zo slecht, zeggen sommigen. De economie groeit dit jaar met zo’n 3,2 procent en daarmee hoort Spanje tot de top van Europa. Er kwam een record aantal toeristen naar het land. Tot zover het goede nieuws. Want met een staatsschuld die groter is dan 100 procent van het bruto binnenlands product en een begrotingstekort dat in 2017 fors boven de afgesproken 3,1 procent ligt, zal er een bedrag van circa 5,5 miljard euro bezuinigd moeten worden. Het werkloosheidscijfer van circa 20 procent is nog altijd schrikbarend hoog. Vrijwel nergens in Europa is de tweedeling zo groot als in Spanje.

De regering van Rajoy zal hoe dan ook compromissen moeten sluiten. Daarbij vindt de premier een uiteengevallen PSOE tegenover zich. De socialisten zijn zwaar verdeeld over de te varen koers. De onlangs afgetreden leider Pedro Sánchez wilde tal van harde maatregelen terugdraaien. Zo wilden de socialisten geen kortingen op pensioenen, een hoger minimumloon en gratis gezondheidszorg. Maar nu de PSOE de nieuwe regering van Rajoy niet heeft weggestemd, zullen de socialisten moeten inbinden. Het links-radicale Podemos zal nadrukkelijker de rol van oppositiepartij op zich nemen.

2. De toekomst van Catalonië

De voorbije vijf jaar is de roep om een onafhankelijk Catalonië steeds groter geworden. Dat is mede het gevolg van de standvastige houding die Rajoy altijd toonde. Hij gaf de Catalanen simpelweg geen enkele ruimte voor discussie. Rajoy heeft als premier heilig geloofd in de eenheid van Spanje, met Ciudadanos en de PSOE als bondgenoten. Deze partijen zien ook niets in een referendum over Catalaanse onafhankelijkheid. Voor Podemos is dat wel een optie.

De Catalaanse regioregering heeft de weg naar afscheiding van Spanje al ingeslagen en heeft aangekondigd in september volgend jaar een referendum te zullen houden. Rajoy zal zich daartegen blijven verzetten, maar met de zekere steun van andere partijen zal hij zijn toon matigen. Rajoy heeft zich nu al bereid getoond „iets” te willen doen om „dit probleem” op te lossen. Daarmee biedt Rajoy de Catalanen nu al meer dan in zijn eerste termijn. Maar de vraag is of ze nog wel willen onderhandelen over een compromis.

3. Bestrijden van corruptie

Volgens een rapport van Transparancy International zou Spanje het meest corrupte land van de Europese Unie zijn. Vooral nieuwe partijen als Podemos en Ciudadanos vallen de Partido Popular hard aan als het gaat om corruptiebestrijding. Met het voortdurend aanbieden van excuses zal Rajoy niet meer wegkomen. Er zal een pact tegen corruptie gesloten moeten worden.

De voorbije jaren zijn tal van PP-leden gelinkt aan corruptieschandalen. Rajoy is zelf nooit openlijk beschuldigd, maar wordt door tegenstanders wel moreel verantwoordelijk gehouden voor malversaties van partijleden. Zo noemde opgestapte PSOE-leider Sánchez hem eerder „te onbetrouwbaar” om te regeren.

De nieuw te vormen leiding van de PSOE zal die woorden voorlopig niet meer in de mond nemen. Anders hadden de socialisten Rajoy simpelweg moeten wegstemmen. Ze geven hun aartsvijand liever het voordeel van de twijfel, dan het risico te nemen zelf te worden weggevaagd bij derde verkiezingen binnen een jaar. Zo hangt de Spaanse politiek nu van compromissen aan elkaar.