Opinie

Zwarte vrouw aan een leiband, dat mag in een goed boek

Niet de huidskleur van de auteur, maar de kwaliteit van het werk rechtvaardigt het opvoeren van gekleurde personages, schrijft .

‘Toen hij instapte zag hij dat er vooral jonge mensen waren, studenten waarschijnlijk, die op reis of weer naar huis gingen – het was de periode van de krokusvakantie. Gepensioneerden ook, en een paar Arabische vrouwen met kinderen. Eigenlijk was zo’n beetje iedereen er behalve de actieve, productieve leden van de samenleving.”

Dit is een passage uit mijn favoriete boek, De kaart en het gebied van Michel Houellebecq. Een belangrijk thema in zijn oeuvre is het effect dat kapitalisme heeft op menselijke relaties. In deze context hebben de woorden een andere betekenis dan wanneer ze, bijvoorbeeld, in het reisverslag van een politicus hadden gestaan. De lezer kan zich afvragen waarom de hoofdpersoon mensen reduceert tot hun economisch nut, welke rol ras daar bij speelt, en wat de schrijver daarmee wil zeggen.

Eind 2011 was ik aanwezig bij de boekpresentatie van De kaart en het gebied. Er was een discussie over Houellebecq en zijn oeuvre, waarbij Marja Pruis het pro-Houellebecq-kamp vertegenwoordigde en Karin Amatmoetkrim juist wees op wat in haar ogen problematische, racistische elementen waren in zijn werk.

Vijf jaar later toont Amatmoetkrim nog steeds niet in staat te zijn woorden in hun context te plaatsen. Onderscheid tussen inhoud en intentie wordt niet gemaakt. Zaterdag drukte deze krant een opiniestuk van haar af, waarin ze bedenkingen uitte bij cultural appropriation: witte schrijvers die gekleurde personages opvoeren. Daarbij werd onder meer Lionel Shrivers The Mandibles aangehaald – een dystopische roman.

In een dystopische roman geeft een schrijver kritiek op de samenleving door bestaande structuren en ontwikkelingen uit te vergroten en te extrapoleren naar een duister toekomstbeeld. De realiteit wordt getoond, in al zijn lelijkheid, inclusief racisme en seksisme, opdat wij er iets van kunnen opsteken. Door de dystopie te schetsen kan diezelfde dystopie worden afgewend.

In die context, die Amatmoetkrim volledig negeert, voert Shriver een blanke man op, Douglas. Hij ziet een zwarte vriendin als leuk statussymbool – arm candy. Aan het slot is deze vrouw dement geworden en wordt ze door Douglas aan een halsband door de straten geleid. Amatmoetkrim vindt het een problematisch beeld, deze weergave van een interraciale relatie: „Doodgewone liefde van een witte man voor een zwarte vrouw is blijkbaar niet mogelijk”, schrijft ze (In hetzelfde boek heeft Mexico een grensmuur gebouwd om straatarme Amerikanen buiten te houden. Ik wil maar zeggen: er is wel meer niet in de haak. Het is dan ook een dystopische roman).

Toen Robert Vuijsje in 2008 zijn roman Alleen maar nette mensen publiceerde, leidde dat tot soortgelijke kritiek. Zo stoorde Anousha Nzume zich aan de door een personage gedebiteerde opvatting dat je met zwarte vrouwen goede seks hebt, „omdat zij dichter bij de natuur staan”. De intentie van Vuijsje was duidelijk: het schetsen – niet propageren – van de soms racistische opvattingen, vooroordelen en misverstanden die in onze samenleving bestaan tussen verschillende etnische groepen. Oordeel van Nzume: koloniaal seksisme.

Gelukkig zag Amatmoetkrim het zaterdag zonniger in. Haar conclusie is minder hard, maar minstens zo vreemd: „Het mooie is dat het er bijna niet toe doet aan welke kant van de discussie we ons bevinden; het gesprek over in hoeverre de schrijver vrij is in zijn werk, legt structuren bloot waarvan een deel van onze samenleving zich altijd bewust is geweest, en een ander deel even zo lang onbewust, en die erop gericht zijn het universeel menselijke af te meten aan dat wat blank is.”

Persoonlijk ben ik van mening dat het er juist ontzettend toe doet, aan welke kant je staat in deze discussie. Want de kant van Amatmoetkrim komt, in extremis, neer op Sovjetkunst. Creatieve expressie die het heden verheerlijkt, de toekomst hoopvol beziet en zelfs voor Karin Amatmoetkrim te ontcijferen is. Een simpel verhaal, dat ons bevestigt in het idee dat wij hartstikke goed bezig zijn – een mentaliteit waar we volgens hoogleraar genderstudies Gloria Wekker nu juist vanaf moesten.

Dat een blanke schrijver het recht heeft om gekleurde personages op te voeren is een stelling die ik weiger te verdedigen, simpelweg omdat ik weiger te erkennen dat dit ooit ter discussie zou kunnen staan. In tegenstelling tot een volksfeest hoeft een roman niet voor iedereen aanvaardbaar te zijn. Juist de kunstenaar zou de grootste vrijheid moeten hebben om zich uit te drukken zoals hij of zij dat wil. Omgekeerd mogen aan de lezer hoge eisen worden gesteld. Een correcte interpretatie van het werk hoeft niet eenvoudig te zijn. Helaas denkt Amatmoetkrim ten onrechte dat zij beter leest dan Shriver schrijft: „Kleur is hier, zonder dat Shriver het zelf goed in de gaten heeft, politiek; een statement van de progressieve blanke man, die uiteindelijk ook gestraft wordt voor zijn interetnische dwaling.”

Het is lachwekkend hoe weinig krediet zij hier geeft aan haar superieure vakgenoot. Uiteindelijk is het niet de kleur van de auteur, maar de kwaliteit van het werk dat het toeëigenen van het construct ras en alles dat erbij hoort rechtvaardigt. The Mandibles werd overwegend positief besproken, onder meer door The New York Times, dat Shriver „a shrewd social commentator with a fine ear for irony” noemde. Uitvoerig wordt beschreven hoe naadloos haar inktzwarte toekomstbeeld aansluit op actuele problemen, variërend van antibiotica-resistentie en klimaatproblematiek tot gentrificatie, en zelfs de Brexit. Voorzichtig opper ik de mogelijkheid dat Shriver in een tijd (context!) van Black Lives Matter ook iets kwijt wilde over rassenrelaties.

Dus ja, wanneer deze gevierde schrijfster een zwarte vrouw opvoert als statussymbool voor een blanke man, in de context van een dystopische roman, dan mogen we aannemen dat zij over het politieke karakter daarvan heeft nagedacht. Wie er helaas wat minder goed over heeft nagedacht, is Karin Amatmoetkrim. Er is niets mis met het boek dat Shriver schreef. Dat het fine eye for context bij sommige lezers ontbreekt, dát is het probleem.