Wilders niet aanwezig bij zijn proces

In een brief aan het Algemeen Dagblad schrijft de politicus: “Politieke discussies voer ik op de plek waar het politieke debat thuishoort: in ons parlement.”

Politicus Geert Wilders. In een open brief aan het Algemeen Dagblad laat hij weten niet naar zijn proces te komen. Foto ANP.

Geert Wilders is maandag niet van plan aanwezig te zijn bij het proces over zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak. Dat schrijft de politicus in een brief aan het Algemeen Dagblad.

Volgens de PVV-leider is er sprake van een “politiek proces”:

Politieke discussies voer ik op de plek waar het politieke debat thuishoort: in ons parlement. En niet in de rechtbank.”

Wilders vertrouwt zijn verdediging in het geheel toe aan zijn advocaat Geert-Jan Knoops. Als verdachte is de PVV-leider niet verplicht om bij het proces aanwezig te zijn, tenzij de rechter hem daartoe oproept.

Tekst gaat verder na tweet.

Twitter avatar geertwilderspvv Geert Wilders Ik zal het politieke proces niet bijwonen.

Niemand zal mij het zwijgen opleggen.

https://t.co/VIaiDkAe46

‘Mega Marokkanenprobleem’

In zijn brief noemt Wilders de rechtszaak een “proces tegen de vrijheid van meningsuiting”. Volgens de politicus heeft Nederland “een mega Marokkanenprobleem”, en willen “miljoenen Nederlanders (…) minder Marokkanen”. Als daarover niet meer gesproken mag worden, aldus Wilders, “is Nederland geen vrij land meer. Maar een dictatuur.” De rechtszittingen tegen Wilders beginnen maandag en nemen vooralsnog twaalf dagen in beslag.

Niet-ontvankelijk

Zijn advocaat wilde de zaak eerder niet-ontvankelijk laten verklaren. Volgens Knoops zijn de door het OM gewraakte uitlatingen van Wilders politieke opvattingen: de kiezer zou daar in de stembus over moeten oordelen. De raadsman betoogde dat zoiets niet in de handen van een strafrechter moet liggen.

De rechtbank ging niet mee in het verzoek van Knoops. Volgens de rechtbank oordeelde dat aan “volkvertegenwoordigers een ruime uitingsvrijheid moet worden gegund”, maar dat politici gezien hun “belangrijke maatschappelijke functie moeten vermijden in hun openbare uitingen intolerantie te voeden”.