Wiebes stuit opnieuw op senaat

Belastingplan 2017

De oppositie ligt opnieuw dwars bij de fiscale plannen van het kabinet. Men wil de aftrek voor monumenten en scholing in stand houden.

Het wordt een hele toer voor Foto JERRY LAMPEN / ANP

Zo spannend en meeslepend als vorig jaar zal het niet worden, maar de kans is groot dat het kabinet ook dit najaar een zware kluif heeft om de fiscale plannen voor komend jaar door het parlement te loodsen.

De Tweede Kamer begint komende maandag aan de traditioneel lange behandeling van het Belastingplan, met verschillende debatten en schriftelijke vragenrondes. Dit proces duurt tot vlak voor Kerst, als de Eerste Kamer op 20 december over alle voorgenomen belastingwetten moet stemmen. Zoals gebruikelijk gaat het om een serie wetten: het Belastingplan zelf, met daarin tientallen grote en kleine fiscale (tariefs)wijzigingen in onder meer de inkomstenbelasting en de arbeidskorting. Daarnaast een paar aparte wetsvoorstellen die kennelijk niet in de verzamelwet pasten, waaronder het afschaffen van het pensioen in eigen beheer en het tijdelijk verlagen van het tarief voor laadpalen.

Vorig jaar had staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) de grootste moeite om voldoende steun te verwerven voor het lastenverlichtingspakket van 5 miljard euro, dat vooral uit fiscale maatregelen bestond. Niet zozeer de Tweede Kamer als wel de Eerste Kamer was een lastige hobbel, omdat het kabinet daar geen meerderheid heeft. De kleine christelijke partijen lagen dwars en stemden tegen het vorige Belastingplan. Om het te redden moest premier Rutte eraan te pas komen om D66 binnenboord te krijgen. Het tekort aan senatoren (17 zetels) dreigt Wiebes dit jaar opnieuw voor problemen te stellen.

Het gaat dit keer om een aanzienlijk kleiner bedrag, maar de oppositie heeft al een prooi gevonden om op te schieten: de afschaffing van de aftrekmogelijkheden voor monumenten en scholingsuitgaven.

„Een ordinaire bezuiniging”, noemt D66-Kamerlid Steven van Weyenberg dat plan. „Dit gaan wij niet steunen”, weet Farshad Bashir van de SP nu al.

Nieuwe keuken

De fiscale aftrek voor rijksmonumenten – denk: oude molen, boerderij, grachtenpand – en die voor beroepsgerichte (bij)scholing – een ict- of managementcursus – hebben ogenschijnlijk weinig met elkaar te maken. Toch is de afschaffing ervan samen in één apart wetsvoorstel geformuleerd. Dat heeft ermee te maken dat beide regelingen in het voorstel van het kabinet zullen worden vervangen door een subsidieregeling die via het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) gaat lopen. Om die reden zal ook onderwijsminister Jet Bussemaker (PvdA) de komende weken aanschuiven om het plan te verdedigen.

Het kabinet heeft allereerst enkele inhoudelijke motieven om de fiscale aftrek voor scholing en monumenten af te schaffen. De huidige regelingen, die de schatkist jaarlijks 275 miljoen euro kosten, worden volgens Wiebes en Bussemaker „niet effectief en doelmatig” ingezet. Deze vorm van overheidssteun komt volgens hen vooral terecht bij mensen die het niet echt nodig hebben: hoogopgeleide werknemers met hoge inkomens en bemiddelde mensen die het zich kunnen veroorloven in een monumentaal pand wonen. Door er een gerichte subsidieregeling van te maken met strengere criteria wil het kabinet voorkomen dat eigenaren van een grachtenpand bijvoorbeeld een nieuwe keuken op kosten van de belastingbetaler plaatsen, hun parketvloer laten lakken of „andere zaken die met wooncomfort te maken hebben”.

De oppositie vindt dat gezochte argumenten en ziet het wetsvoorstel vooral als een bezuiniging om budgettaire problemen elders op te lossen. Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren: „Dit is gewoon een bezuinigingsmaatregel die verkocht wordt als eentje op basis van visie en inzicht.” Het kabinet geeft toe dat er met de afschaffing van de twee aftrekposten structureel 131 miljoen euro vrijkomt die nodig is om „de begroting van OCW sluitend te maken”.

Leven lang leren

Het schrappen van de scholingsaftrek levert 218 miljoen op, waarvan 91 miljoen in een nieuwe subsidieregeling wordt gestoken. Dat betekent een besparing van 127 miljoen. „Onbegrijpelijk”, zegt D66-Kamerlid Van Weyenberg. „Iedereen weet dat we juist moeten investeren in onderwijs.” Voor Carola Schouten van de ChristenUnie druist deze maatregel in tegen het idee van een „leven lang leren”.

De afschaffing van de monumentenaftrek, die per saldo een bezuiniging van 25 miljoen euro oplevert, noemt Schouten „penny wise, pound foolish”. Ze vreest „verloedering van ons historisch erfgoed”, omdat eigenaren hun monumenten nu minder snel zullen onderhouden.

Op GroenLinks na, die enig begrip heeft voor de inhoudelijke argumenten van het kabinet, is vrijwel de gehele oppositie kritisch. Zij is vooralsnog niet overtuigd door de toelichting die Wiebes en Bussemaker al schriftelijk hebben gegeven. Het kabinet zal de komende weken angstvallig het telraam bij de hand houden om te turven hoe hardnekkig het verzet is. Als, zoals het er nu voorstaat, CDA, D66, SP, ChistenUnie, SGP, Partij voor de Dieren en 50Plus, tegen blijven is het wetsvoorstel kansloos in de Eerste Kamer. Zij hebben daar samen veertig zetels. In de Tweede Kamer, waar het debat maandag begint, voorziet men dat probleem ook. In de wandelgang worden er al grappen over gemaakt. „In de senaat zitten nu eenmaal meer mensen die in een monument wonen.”

Zo bezien is het een slimme zet geweest van het kabinet om van het plan rond monumenten- en scholingssubsidies een apart wetsvoorstel te maken. Als het wordt afgeschoten, zal de rest van het Belastingplan gewoon door kunnen gaan; daar bestaan minder zwaarwegende bezwaren bij de oppositie tegen. Dan rest er alleen een financieel gat van 130 miljoen op de begroting van Bussemaker.