Wetsvoorstel Plasterk

Kritiek van Raad van State op aftapwet: onvoldoende toezicht op geheime diensten

Het toezicht op de geheime diensten is onvoldoende in plannen van minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA). Dat zei de Raad van State vrijdag in een advies aan kabinet.

In de nieuwe wet staat wat de inlichtingendiensten AIVD en MIVD mogen en hoe zij gecontroleerd worden. De vorige wet was door nieuwe technologieën verouderd. Zo mogen de diensten nu alleen draadloze communicatie grootschalig ‘ongericht’ tappen, zoals mobiele telefonie.

Straks mag ook communicatie over de kabel, zoals internetcommunicatie, ongericht getapt worden. Dan kan de AIVD bijvoorbeeld een maand het internetverkeer tussen Nederland en Syrië tappen. Of een bepaalde tijd het internetverkeer in een specifieke buurt in de gaten te houden. Privacyvoorvechters noemen dit ‘sleepnettactiek’.

De Raad van State heeft vooral kritiek op hoe vooraf wordt gecontroleerd of een geheime dienst mag tappen. Eerst wilde Plasterk dat als minister zelf kunnen bepalen. Daar kwam hij dit voorjaar op terug na kritiek van mensenrechtenorganisaties. Een nieuwe toetsingscommissie moet vooraf haar fiat geven.

Zo’n toetsingscommissie is niet effectief genoeg, verwacht de Raad. Want daarin is weinig inzicht in hoe geheime diensten in de praktijk werken en welke fouten op de loer liggen. Bestaande toezichthouder CTIVD zou dat beter kunnen. Die controleert namelijk de daadwerkelijke uitvoeringspraktijk van diensten en heeft vergaande toegang tot geheime informatie.

Om tegemoet te komen aan kritiek, regelt Plasterk dat in de nieuwe toetsingscommissie ook iemand kan zitten die geen rechter was, maar wel technisch deskundig is en inzicht heeft in veiligheidsrisico’s. Twee van de drie leden moeten wel achtergrond als rechter hebben.