Column

Wat goed is, herken je meteen

Woedend kwamen ze terug, twee van mijn jonge onderzoekers. Terug van een informatiemiddag van Nederlands belangrijkste onderzoeksfinancier NWO, waar ze tips en trucs hadden gekregen voor het aanvragen van een persoonlijke beurs. Ter plekke was hun cv ook even doorgelicht. En daar viel de bom. Ze waren niet naar het buitenland geweest en opereerden in wetenschappelijk opzicht niet onafhankelijk genoeg van mij, hun voormalige begeleider. Conclusie: probeer het later nog maar eens. Nu ben je nog niet goed genoeg. „Waarom ben ik een betere onderzoeker als ik naar het buitenland ga of zonder jou publiceer?” foeterde één van de twee. En ze mikte een handvol NWO brochures in de papierbak. „Kortzichtig…”

geurts-jeroen-2016-09-04

Er zijn allerlei ongeschreven regels over wat goede wetenschap zou moeten zijn. Als je bepaalde beurzen hebt binnen gesleept ben je ‘excellent’, maar andere beurzen (die soms even groot zijn of zelfs groter!) krijgen niet datzelfde kwaliteitsstempel. Publiceer je in het vakblad Nature, dan maken collega’s vol ontzag een diepe buiging. Je bent dan ‘vernieuwend’ en ‘hebt impact’. Maar wil je andermans bevinding repliceren, wat voor de wetenschap toch essentieel is, dan heeft niemand veel interesse. En praat je bij De Wereld Draait Door over je onderzoek, dan is dat ‘leuk voor de zichtbaarheid’. Als je het maar niet te vaak doet, want dan ben je mediageil en een narcist.

Zoveel mensen, zoveel meningen zou je denken. Op zich niet problematisch, ware het niet dat onze meningen over elkaar niet vrijblijvend zijn. Er hangen carrières van af. Als we financiering aanvragen voor nieuw onderzoek, onze resultaten willen publiceren, of de volgende stap op de academische ladder willen zetten, dan vinden we altijd een panel van peers tegenover ons. Je eigen collega’s beoordelen je op kwaliteit. Hoe weten ‘wij’ dat ‘zij’ weten wat ze moeten meten? Als we onze onderzoekers afserveren op basis van beperkte of onjuiste criteria, dan maken we een grote fout. Dus: wat ís eigenlijk kwaliteit?

Ik besloot een klein onderzoekje te doen. Ik stuurde een e-mail naar 100 collega’s. Onder hen Spinozapremiewinnaars en andere eminente wetenschappers van de KNAW en De Jonge Akademie, maar ook onderzoekers die net aan hun loopbaan waren begonnen en ten slotte nog enkele wetenschapsbestuurders. De vraag in mijn mail: „Wat is voor jou (een voorbeeld van) hoge kwaliteit in de wetenschap?” Ik liet nog even in het midden of het over onderzoek of onderzoekers moest gaan. Binnen het uur stroomde mijn inbox vol met de meest uiteenlopende antwoorden. „Vernieuwend zijn”, „impact hebben op de wetenschappelijke wereld en daarbuiten” en „reproduceerbaarheid” werden genoemd, maar ook „maatschappelijke relevantie”, „veel geciteerd worden”, „de juiste vraag weten te stellen” en „doorzettingsvermogen”, „dwarsdenken” en „anderen motiveren”. Verschillende collega’s mopperden me overigens toe dat ze het een vreselijk moeilijke vraag vonden.

Een van de laatste mails die ik opende kwam van José van Dijck, president van de KNAW. Zij gaf een heldere samenvatting van het issue: „Het is niet dat we als wetenschappers kwaliteit niet herkennen, maar dat we, zodra we deze proberen te definiëren vervallen in paradoxen. We willen breedte, maar ook diepgang. Goede wetenschap moet verrassend zijn en origineel, maar getuigt tegelijkertijd van robuustheid en tijdloosheid. We willen abstractie zien en schoonheid, maar tegelijkertijd concrete toepassingen en een zekere eenvoud.”

Oké. Dus we herkennen kwaliteit wanneer we deze zien. Dat stelt alvast gerust.

Maar kwaliteit eenduidig definiëren lukt niet. Daar ben ik mooi klaar mee, dacht ik. Per 1 januari neem ik zitting in de nieuwe raad van bestuur van NWO. Hoe moet ik onze beoordelingscommissies nou instrueren? Welke criteria gaan zij gebruiken om al die onderzoeks-aanvragen en onderzoekers-cv’s te keuren? Hoe gaan we ‘sturen op excellentie’ en verder investeren in Nederland-kennisland? Sturen op kwaliteit of excellentie klinkt eenvoudig, maar veel verder dan een handjevol citatiemetingen en andere problematische maten zijn we nooit gekomen. En dat advies om naar het buitenland te gaan is ook al niet waterdicht: er zijn zat onderzoekers die in het buitenland verdwaald zijn en omgekeerd heel wat onderzoekers die gebleven zijn en heel succesvol werden. Voor verschillende wetenschapsgebieden gelden bovendien verschillende regels voor wat ‘goed’ is. En toch gaat het wel prima. We barsten van het talent en we doen het naar internationale maatstaven erg goed in dit mini-landje.

Een week of zo later bevond ik me aan een chique dinertafel tijdens de Avond van de Wetenschap & Maatschappij in de Ridderzaal. Verschillende collega’s kwamen naar me toe om te zeggen dat mijn e-mail hen nog steeds bezighield. Wat is kwaliteit in de wetenschap? Hoe sturen we erop? Mijn digitale onderzoekje had heel wat losgemaakt. En terwijl we zo spraken, dacht ik: kennelijk is kwaliteit vooral dán echt sturend wanneer het een vraag is.

Jeroen Geurts is hoogleraar Translationele Neurowetenschappen aan het VU medisch centrum in Amsterdam.