Waaghals die goed kon schipperen

Zeezeiler en nautisch journalist Henk Bezemer (1946-2016) reisde zoals de Feniciërs: op maan en sterren. Het ging soms maar net goed.

Foto links Hennie ten Dam / Zeilen, portret Rob Bonte/ Zeilen

Wat maakt spelevaren zo aangenaam? Zeilen, roeien, kanoën – je kunt het nog het beste omschrijven als ‘aanklooien met bootjes’. „There’s nothing – absolutely nothing – half so much worth doing as simply messing about in boats”, zoals de Schotse schrijver Kenneth Grahame het liefdevol noemde in zijn beroemd geworden kinderboek The Wind in the Willows. Dat soort geklooi maakt het hoofd leeg en laat de tijd haast ongemerkt verstrijken. „Over het water vervloeien de uren/ langzaam verdwijnt in de schemer de tijd”, heet het in Franz Schuberts waterlied ‘Auf dem Wasser zu singen’, in de vertaling van Herman Pieter de Boer.

Het sympathieke woord ‘spelevaren’ heeft lang geleden al plaatsgemaakt voor het actievere ‘watersport’. Daar valt intussen een hele bedrijfstak onder, met scheepswerven, vaarscholen, jachtverhuurders, bootverzekeringen, watersportbladen, -sites, -apps en nog veel meer. Geen plas zo klein, geen oceaan zo groot of er vaart wel een hobbykapitein op.

Pleziervaartuigen zijn bakbeesten geworden, volgestouwd met elektronica. Maar wat voor de puristen onder de watersporters hetzelfde bleef, is dat prettige rommelen in en aan je eigen bootje. Zonder pretenties, liefst met zo min mogelijk nieuwe technologie – die kan maar kapot gaan – en met een simpel doel: roeien, kanoën of zeilen zoals het misschien ooit bedoeld was.

Een vooraanstaand vertegenwoordiger van deze bescheiden maar verslavende vorm van watersport was de deze maand overleden zeiler en journalist Henk Bezemer, die bekend is geworden door zijn riskante zeiltocht naar de Azoren uit 1994. Met die reis, een odyssee vol storm en tegenwind, toonde Bezemer aan dat het mogelijk is om in je eentje en zonder moderne navigatieapparatuur naar een afgelegen eilandengroep in de Atlantische Oceaan te varen, in een houten jachtje van nog geen zes meter lengte.

Bezemer vatte zijn tocht ooit treffend samen in een alleraardigst boek dat hij erover schreef, Vier zomers Zeilen: „Op een of andere manier vertederde deze kleine boot me, ondanks haar lelijke kont en lijnen, ronduit slechte zeileigenschappen en vaak zorgwekkende conditie. Ik heb zo’n achtduizend mijlen met haar afgelegd, we voeren de mast eraf, we zijn gestrand, we verloren het roer midden op de oceaan en we vonden samen onze weg naar de Azoren zonder navigatie-instrumenten. Ze heeft me nooit in de steek gelaten.”

De boot heette Zeilen, naar het maandblad waarvoor Henk Bezemer vanaf het eerste uur in 1985 tot aan zijn pensionering werkte. Het was een zogeheten Waarschip van 5,70 meter, gemaakt van watervast-verlijmd multiplex met een dikte van tien, hooguit twaalf millimeter. Veeleer een jachtje voor het Alkmaarder Meer met windkracht 3 dan een boot voor de grillige Atlantic met westerstormen en hoge golven. Niettemin: de schipper wist zijn weg naar de Azoren te vinden – een reis van bijna 3.000 kilometer – zonder kompas, gps, radar, marifoon of dieptemeter. Eigenlijk op dezelfde wijze als de Feniciërs duizend jaar voor Christus al navigeerden: met behulp van zon, maan, sterren en de kleur en geur van het zeewater.

In een toelichtend interview bij de heruitgave van zijn boek in 2014 zei Bezemer het „ronduit jammer” te vinden dat mensen „de laatste twintig jaar in rap tempo hun verstand in de ijskast zetten” als het om zeevaart en navigatie gaat. „Ik heb niets tegen elektronica, maar wel wat tegen de afstomping van het gezond verstand die daarmee gepaard gaat. Denk na, je hebt er op zee alle tijd voor.”

Gebutst en gehavend bereikten schip en eenkoppige bemanning de Azoren. Door zijn kundigheid als zeeman én door acceptatie van het feit dat lijden bij zeezeilen hoort, had Bezemer onder barre omstandigheden zijn doel weten te bereiken. Een prestatie waarvoor hij later in het zeilwereldje uitvoerig werd geprezen. Terecht; het is een verdienste die beklijft. Hij werd held genoemd, maar waaghals is een beter woord. Tien millimeter multiplex is weinig als het stormt op de oceaan; een wandje van niks scheidt de zeiler van de peilloos diepe zee. Dan moet je lef hebben. En geluk.

Henk Bezemer was een eigentijdse uitvoering van captain Joshua Slocum, de Amerikaan die als eerste in een zelfgebouwd zeiljacht, de Spray, tussen 1895 en 1898 alleen de wereld rondde. Net als Slocum was Bezemer een zeiler die de basics van het zeilen tot in zijn vingertoppen beheerste; een bescheiden zeeman overtuigd van zijn eigen kunnen. Iemand die goed kon schipperen, die de wind het werk liet doen en ondertussen zelf wat aanklooide in zijn boot.