Onschuldig pufje tegen astma, of is het doping?

Medische attesten Veel topsporters krijgen een ontheffing om medicijnen te gebruiken die op de dopinglijst staan. Sommige experts vinden dat sporters te snel dispensatie krijgen.

Foto iStock

Pakweg vijftien jaar geleden werd relatief gemakkelijk dispensatie voor een dopingmiddel verleend. Dokter Berend Nikkels, ploegarts van de toenmalige schaatsploeg SpaarSelect, vertelt: „Een kort briefje schrijven, dat was het. Of ik wachtte de dopingcontrole af en vulde in welke verboden stof de betrokken sporter hoe had ingenomen. Dan vermeldde ik bijvoorbeeld: ‘Enkelblessure, in gewricht gespoten’. En klaar was je.”

Zo eenvoudig krijgt een sporter tegenwoordig niet meer ontheffing voor een medicijn dat hem bij de dopingcontrole in problemen kan brengen. Toestemming wordt pas verleend na een nauwkeurig voorgeschreven procedure die begint bij de zwaar gedocumenteerde aanbeveling van een arts en eindigt bij een commissie van neutrale doktoren die goedkeuring moeten geven. Is de toewijzing dubieus, dan kan in een uiterst geval het wereldantidopingbureau WADA zijn veto over een te verleende dispensatie uitspreken.

Gehackte informatie van sporters bij WADA door het Russische collectief Fancy Bears stelde onlangs de dispensatie voor stoffen die op de dopinglijst staan in een kwaad daglicht. De Russische hackers – al dan niet geïnstrueerd door de Russische overheid – wilden de suggestie wekken dat ook buiten hun land met doping wordt gefraudeerd. En niet door de minsten, want Fancy Bears onthulde dat grote sportnamen als de wielrenners Bradley Wiggins en Chris Froome, de turnster Simone Biles of de tennissers Serena Williams en Rafael Nadal met toestemming een middeltje gebruiken dat op de dopinglijst staat. Met name Tour de France-winnaar Wiggins moest zich verdedigen tegen de momenten waarop hij dispensatie voor corticosteroïden tegen astma had aangevraagd, namelijk kort voor grote wedstrijden.

Discussie over dispensaties

Het resultaat van de Russische onthullingen was dat er een discussie over dispensaties – ook wel medische attesten genoemd – op gang kwam. De preciezen in dat debat stellen dat een zieke sporter in het geheel niet moet sporten. De overgrote meerderheid van rekkelijken zou het bruut vinden als een sporter met een kwaaltje buiten competitie zou worden gehouden. Volgens hun redenatie moet een zieke sporter simpelweg behandeld worden. En als hij of zij medisch gezien een middeltje nodig heeft dat tot een positieve plas kan leiden, moet daar ontheffing voor worden verleend. Dat vonden de opstellers van de internationale dopingcode eind jaren negentig ook, want de dispensatieregeling is vanaf de invoering in de code opgenomen.

Tot voor kort waren de medische attesten amper aanleiding voor een kamerbrede discussie. Hooguit werden links en rechts wenkbrauwen gefronst over een kwaal van sommige sporters. Er waren bijvoorbeeld plotseling wel erg veel sporters met astmatische aandoening. Schijnbaar meenden velen dat een puffer (ventolin) de adem verruimt. En bij hoestjes, waarvan vooral specialisten op de middellange afstanden last hebben, was zo’n pufje altijd handig.

Die toename bevreemdde ook voormalig schaatskampioen Erben Wennemars, die vanaf zijn entree in de nationale kernploeg dispensatie kreeg voor ventolin. Maar hij heeft dan ook écht astma. „Vanaf mijn zesde”, zegt Wennemars, die het middel alleen al nodig zegt te hebben om überhaupt te functioneren. „En of ik er last van had. Als kind riep ik mijn ouders wel eens terug van visite, omdat ik dacht dat ik dood ging, zo benauwd was ik dan. Hoe dat voelt? Probeer maar eens langere tijd door een rietje te ademen. Ik ben opgegroeid op een boerderij met veel hooit en huisstofmijt, nou dat is geen pretje met een zware astmatische aandoening.”

Wennemars heeft zijn pufje nooit als doping gezien. Kregelig: „De massa denkt snel: oh, een dispensatie, dan zal er wel wat aan de hand zijn. Maar van zo’n fucking ventolinpufje ging ik echt niet harder schaatsen. Ik kreeg 100 procent lucht, en geen 110 procent. Maar ik heb me wel eens verbaasd over ploeggenoten die wonderbaarlijk snel astma kregen, terwijl ik ze daarvoor nooit had horen piepen.”

De suggestie dat relatief eenvoudig een dispensatie te krijgen is, werpt Harm Kuipers verre van zich. En de oud-schaatskampioen kan het weten. Als lid van de medische commissie van de wereldschaatsbond ISU moet hij regelmatig een oordeel vellen over dispensatieverzoeken. En dat gaat uitermate zorgvuldig, verzekert hij. „Het gebeurt zeer regelmatig dat wij een aanvraag terugsturen omdat de bijbehorende documentatie onvoldoende is. Artsen en sporters hebben de neiging zo weinig mogelijk werk van een dispensatieverzoek te maken. We wijzen ook regelmatig een verzoek af, vooral als het om een middel gaat waarvoor een goed alternatief bestaat.”

De meeste ontheffingen worden volgens Kuipers verleend voor ritalin (ADHD), corticosteroïden (ontstekingsremmers), ventolin (astma) en insuline (diabetes). Relatief lichte middelen, die amper of niet prestatie verbeterend werken. Epo of groeihormonen bijvoorbeeld komen in het geheel niet of bij zeer hoge uitzondering in aanmerking voor een attest. Volgens Kuipers zou een aangepaste dopinglijst veel attesten overbodig maken. Het stoort hem dat er middelen verboden zijn die in het geheel niet prestatie verhogend werken, zoals corticosteroïden. Maar ook Kuipers weet inmiddels dat de dopinglijst niet alleen door wetenschappers, de kenners dus, tot stand komt, maar de samenstelling sterk wordt beïnvloed door onwetende sportpolitici.

Onbelemmerd behandelen

Dokter Nikkels ziet de dispensatieregeling als een zegen. Hij wil als arts niet belemmerd worden in zijn werkzaamheden. „Als behandelaar wil ik de vrijheid hebben een sporter voor te schrijven wat nodig is, daar heeft een theoreticus of welk WADA-type dan ook geen moer mee te maken. Daar zal ik altijd knetterhard voor gaan liggen. Ik moet een sporter gewoon kunnen behandelen voor eczeem of astma. Daarom vind ik ook dat in de commissie die dispensatieverzoeken behandelt clinici moeten zitten. Of ik ook epo zou voorschrijven? In theorie wel, al kan ik geen met topsport verenigbare ziekte opnoemen die epo zou rechtvaardigen.”

Wat niet wegneemt dat ook Nikkels zijn bedenkingen had toen hij over de hackersonthullingen van Fancy Bears las. Dat Wiggins corticosteroïden voorgeschreven kreeg voor astmatische aanvallen, kan er bij hem niet in. De arts: „Als je corticosteroïden nodig hebt om astma te behandelen, dan trap je geen meter meer. Ik heb sterk het vermoeden dat zo’n attest is misbruikt voor het billijken van corticosteroïden. Op een spuitje kun je een weekje fors trainen. En in etappekoersen werkt het geweldig.”

Waarmee de link met doping is gelegd. Een onderwerp waarover Wennemars sinds de onthulling over het gebruik van meldonium door Russische sporters genuanceerder is gaan denken. Als sporter redeneerde hij zwart-wit: ik mag alles gebruiken wat niet op de lijst staat. „Maar door meldonium is mijn opvatting veranderd. Een middel tegen harfalen gebruiken om een sportprestatie te verbeteren, dat moet je niet willen.”

Als het dopingprobleem al is op te lossen, dan volgens Wennemars alleen door de sporters zelf. Een kwestie van het morele kompas goed afstellen, vindt hij. En dat missen in zijn ogen wielrenners. Wennnemars: „Die redeneerden: als je kunt bedonderen, moet je dat doen. Daarom was ik zo trots op de reactie van Håvard Bøkko die Pavel Koelizjnikov nooit meer wil zien als hij inderdaad meldoniumheeft gebruikt. Dat typeert het morele karakter van de schaatscommune.”