Na 30 jaar een nieuwe Bommelstrip, getekend door een 26-jarige

De 26-jarige tekenares Henrieke Goorhuis tekende illustraties bij het eerste nieuwe lange Bommelverhaal dat sinds 30 jaar verschijnt. „Ik kende Bommel van de radio.”

Links een schets en rechts een uitwerking uit 'Het Lastpak' Henrieke Goorhuis

‘Toen ik werd geboren was de Bommelstrip al geëindigd,” zegt Henrieke Goorhuis (26). Zij is de jonge tekenares van het eerste nieuwe lange verhaal van Nederlandse beroemdste stripduo Olivier B. Bommel en zijn goede vriend Tom Poes, dat verschijnt na de dood van Bommel-schepper Marten Toonder in 2005. Schrijver Henk Hardeman schreef het avontuur, getiteld Het lastpak, dat in boekvorm met op elke pagina een tekening verschijnt, volgende week woensdag 3 november. Het boek moet markeren dat Tom Poes 75 jaar geleden zijn debuut maakte in De Telegraaf.

Autodidact

Op haar kamer in het ouderlijk huis in Veldhoven, waar ze nog woont, terwijl ze tekenwerk levert over de hele wereld („via internet heb je veel contacten”) heeft ze het afgelopen jaar de ruim 60 tekeningen voor het Bommelboek geschetst en met fijn penseel in de inkt gezet.

Ik heb me helemaal verdiept in Toonders werk. De figuren zijn menselijker, bewegen in de strips niet zo theatraal als Disneyfiguren

Daar is maanden aan studie aan vooraf gegaan. Want zoals gezegd, toen ze geboren werd in 1990 was Toonders laatste krantenstrip Heer Bommel en het einde van eindeloos al twee keer, in 1986 en 1989 in NRC als krantenstrip afgedrukt. „Ik kende de Bommel personages , maar zonder plaatjes. Ja, ik had in Donald Duck wel eens een Bommelstrip gezien, maar dat was niet zo blijven hangen. Maar toen ik op mijn zestiende van de middelbare school afging omdat ik striptekenaar wilde worden, zat ik vaak ’s nachts laat te werken. Dan luisterde ik naar de radio. Ik was dol op het Bommel-hoorspel, die Bommel kende ik.”

Heer Bommel door Henrieke Goorhuis in de inkt gezet met Oost-Indische inkt

Henrieke Goorhuis is, zoals meer getalenteerde striptekenaars (Carl Barks van Donald Duck, Toonder zelf) autodidact. „Ik tekende altijd graag, en ik heb rond mijn zestiende besloten: ik ga kijken of ik er van kan leven. Ik ging naar stripbeurzen, en dat is een klein wereldje en een mannenwereld, dus dan val je al snel op, als meisje.” Ook haar talent viel op; haar levendige, expressieve getekende dierencartoons trokken de aandacht, in binnen- en buitenland. Zo mocht kijken op de Donald Duck redactie en tekende op haar 17de al een strippagina en cover. In Amerika kreeg ze ook fans en werk. Ze leeft er inmiddels van.

Babyboomer-strip door millenial

Hoe komt een millennial er toe de favoriete strip van babyboomers en hun ouders voort te zetten? „Ze hebben me gevraagd, ik geloof na een tip van het Stripmuseum Groningen. Ik vond het leuk om te doen, ik teken graag dierencartoons.

Toen ik werd geboren was de Bommelstrip al geëindigd

Ik heb me helemaal verdiept in Toonders werk. De figuren zijn menselijker, bewegen in de strips niet zo theatraal als Disneyfiguren. En vooral de uitdrukkingen op hun gezichten teken ik graag, daar heb ik echt lol in. Ik mocht ook een paar nieuwe personages ontwerpen, die voor het verhaal nodig waren. Bommel en al die andere types met wangkwabben, dikke nekken en wallen onder de ogen teken ik graag. Tom Poes is moeilijker. Ik bewonder Toonders werk, dat zwart-wit is mooi. Ik zie wat ik doe meer als een ode aan hem, niet als toevoeging aan de Bommelsaga,” zegt Goorhuis.

Henrieke Goorhuis

Links een schets en rechts een uitwerking uit ‘Het Lastpak’. Henrieke Goorhuis

Zo ziet schrijver Henk Hardeman (1961) het ook. „Ik pretendeer niet Toonder naar de kroon te steken, ik heb in zijn geest een vervolg willen maken, in mijn stijl. Ik heb ooit meegedaan aan een Bommel schrijfwedstrijd, daar is dit verhaal uit voortgekomen. Ik ben begonnen waar Toonder ophield, dus Bommel en juffrouw Doddel zijn getrouwd. Is Bommel wel gelukkig, dacht ik, en zo begint in herfstige sfeer het verhaal.”