Meneer Walters liet 20.000 pagina’s na

Boek

Voor de Amsterdamse stadsecoloog Martin Melchers was hij zijn grote leermeester: meneer Walters. Een ode in boekvorm.

2810AMSvogel3

2810AMSvogel1

Er waren 20.000 pagina's.

Pagina’s uit de natuurdagboeken van vogelkenner Jacobus Walters. Er waren 20.000 pagina’s.

Een man met onafscheidelijke stropdas, verrekijker, laarzen aan, potlood en notitieboekje bij de hand: dat is de Amsterdamse vogelkenner Jacobus Walters. Vanaf 16-jarige leeftijd, in 1942, tot ver in de jaren zeventig struinde hij in de polders en de ‘spuitvelden’ rondom de stad. In 2009 overleed hij op 83-jarige leeftijd.

Van zijn omzwervingen hield hij nauwgezet natuurdagboeken bij, ook indrukwekkende inventarislijsten van waarnemingen, braakballen, eieren, veren, kortom, alles wat maar zichtbaar en meetbaar was. Voor de Amsterdamse stadsecoloog Martin Melchers is hij de grote leermeester.

Wetenschappelijke precisie

Als jongen van 10 ontmoette Melchers deze strenge, aanvankelijk ongenaakbare man bij de Sloterplas. Hij sprak hem aan met „Meneer Walters”. Er ontstond een grote natuur- en vogelvriendschap tussen de twee. Melchers las de 20.000 bladzijden dagboeken uit Walters’ nalatenschap en raakte zo geboeid dat hij een bloemlezing samenstelde, onder de titel Meneer Walters. Dit boek is een monument van 532 bladzijden, 2,5 kilo zwaar en rijk geïllustreerd met tekeningen, foto’s, statistieken en tabellen. De vormgeving door Kees van der Veer is voorbeeldig: tekst, illustraties en verklarende toelichting brengt hij tot een eenheid.

Met wetenschappelijke precisie bracht Walters alles wat hij wilde weten van het vogelleven in kaart. Hij ringde de vogels en ontdekte zo dat een door hem geringde plevier 13 jaar later op dezelfde plek in het havengebied werd teruggevonden. Hij was een der eersten die de sekseratio bestudeerde: de verhouding tussen mannetjes en vrouwtjes in een leefgebied. Het opgespoten bouwland lag destijds als „vogelrijke steppe rondom de stad”, zoals Melchers het nu treffend noemt.

„Kijk, hier voor ons ligt het laboratorium van meneer Walters”, zegt Martin Melchers, „dit was zijn paradijs, een gebied van 40 keer 40 kilometer.” Het enthousiasme van Melchers is groot, maar wat zien we? Niets dan bedrijven, parkeervakken vol Japanse auto’s, olietanks, terminals en schepen. Dit is het Westelijk Havengebied, de Westpoort van Amsterdam met de Australiëhaven, Hornweg, Oceanenweg, Maltaweg en Kopraweg.

„In de jaren vijftig en zestig was dit het leefgebied van duizenden plevieren, visdiefjes, kokmeeuwen, kemphanen, kieviten. In de rietvelden broedden kiekendieven. Het opgespoten polderland was een bolwerk van de leeuweriken. Zelfs zeldzame soorten als de gestreepte strandloper nam Walters hier waar.”

De jongere Melchers moest aanvankelijk de aandacht van Walters bevechten: „Walters is een man die geen emotie toont. Aanvankelijk gedoogde hij me niet echt, ik was geïnteresseerd in voetballen en vrouwen. En voor een echte vogelaar is dat uit den boze.”

Bezeten tellen en meten

Het belang van de natuurhistorische erfenis van Walters is nauwelijks te overschatten. Zijn eierenverzameling is nu in het bezit van Naturalis in Leiden. Melchers stalde in zijn slaapkamer het archief van vele strekkende meters. „Walters beschrijft het gebied van mijn jeugd, daar waar ik mijn eerste natuurervaringen opdeed”, vertelt hij terwijl we op plekken komen waar alleen een stadsecoloog zich mag vertonen. „Juist waar we nu zijn”, zegt Melchers, „bij de Hornweg-Oost, deed meneer Walters zijn ornithologisch veldonderzoek. Het was zijn levensvervulling. Zo werkte hij bijvoorbeeld mee aan Britse en Duitse handboeken over vogels en correspondeerde hij met Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen, de gedragsbioloog.”

Walters stelde zich vragen, dat was zijn manier van strikt wetenschappelijk onderzoek. Volgens Melchers was hij een bezeten teller en meter: alles moest in tabellen en statistieken een plek krijgen. Heel bijzonder is een plattegrond van een opgespoten terrein waarop de nesten van bontbekplevieren zijn getekend. Daartussen staan getallen: 83, 65. Dat is het aantal meters tussen het ene en het andere nest.

Walters’ waarnemingen zijn voorbeeldig en altijd boeiend, ook voor de vogelliefhebber van nu. Voor de lezer is hij evenzeer een leermeester als destijds voor Melchers. Een passage als deze, uit 1943, over meeuwen getuigt nog altijd van een scherpe blik:

„Over de meeuwen kan ik dus niet veel meer zeggen dan dat ze bij zonsopkomst in de stad komen en haar bij zonsondergang weer verlaten. Maar wanneer ze op hun slaapplaats eigenlijk gaan slapen en weer wakker worden weet ik niet.”

Na lezing van dit boek is zelfs het rauwe Westelijk Havengebied van Amsterdam een natuurgebied van klasse.

Meneer Walters, oplage 250 exemplaren, € 49,50, bestellen: martmelchers@ gmail.com. Presentatie 28/10 16.00 uur, Bij Marjan, Australiëhavenweg 112.