Column

Maffiaclichés in desastreuze tv-serie Maria Goos

Na vier afleveringen is het duidelijk: het komt niet meer goed met de maffiaserie ‘La Famiglia’ van Maria Goos.

Frans van Deursen en Teun Kuilboer in 'La Famiglia' (AVRO-TROS).

Na het drie afleveringen te hebben uitgesteld, moet ik toch die akelige recensie schrijven van de dramaserie La Famiglia (AVRO-TROS).

Ik hoopte dat het nog beter zou worden, want ik ben een bewonderaar van schrijver Maria Goos en hoofdrolspeelster Ariane Schluter. Maar na deel vier dringt zich de conclusie op dat hier iets heel erg mis moet zijn gegaan.

In de voorpubliciteit werd het unieke karakter benadrukt van de samenwerking tussen Goos en de 26-jarige producent Lucio Messercola, zoon van een Napolitaanse vader en een Nederlandse moeder. Het zou zijn eigen verhaal zijn, dat Goos tot een scenario had bewerkt.

In het fictieve stadje Lingedijk (de opnamen vonden voornamelijk plaats in Culemborg) bestieren Marloes (Schluter) en haar Napolitaanse echtgenoot Toto (Hein van der Heijden) een pizzeria. Vanuit de kelder leiden grootvader en een oom een ander Italiaans bedrijf, dat veel te maken heeft met incasso, bedreigingen en spullen die van de kar zijn gevallen. Er is ook Franco (Teun Kuilboer), de broer van Toto, die niet wil deugen. En twee kinderen in de tienerleeftijd.

Tekst gaat verder na de video

Je zou er een komedie van hebben kunnen maken, maar Goos en Messercola kiezen voor een tamelijk serieuze aanpak. Geen cliché uit de traditie van de maffiafictie wordt geschuwd. Wie kent niet het aangetrouwde familielid, dat niet in de gaten heeft hoe diep de betrokkenheid is bij vuile zaakjes? De restaurantondernemer die een leuke zaak wil runnen, maar steevast hoeren en huurmoordenaars over de vloer krijgt? De vergaderingen in een striptent in een buitenwijk? De wat hardhandig uitgevallen afrekeningen met een getuige die dreigt uit de school te klappen? Een Chinees restaurant dat voor te veel concurrentie zorgt? En natuurlijk zijn er de net iets te grote cadeaus voor mevrouw de burgemeester, om vergunningen veilig te stellen.

Er worden veel plots en personages tegelijk geïntroduceerd, maar dat is niet de belangrijkste reden dat het verhaal moeilijk te volgen valt. Het kost me moeite om enige sympathie of betrokkenheid te voelen bij de bordkartonnen personages, die soms wel lijken weggelopen uit de commedia dell’arte.

Wat te denken van de poppenkast op de begrafenis van de vermoorde Simone (Georgina Verbaan)? Of het met serviesgoed gooien door Toto als hij een erectieprobleem ervaart? Zijn vrouw Marloes legt het ons uit: „Een Italiaanse slappe lul is erger dan een gewone slappe lul.”

Met zulke teksten kun je de acteurs weinig kwalijk nemen. Zijn die werkelijk geschreven door de auteur van meesterlijk drama als Volgens Jacqueline en Oud Geld? Teksten als: „Marloes, je hebt al jarenlang bloed aan je handen!”?

Wat misschien nog iets had kunnen schelen was de strenge hand van een ervaren regisseur. Wie is eigenlijk de regisseur? Vincent Schuurman, veteraan van GTST tot Divorce, had van de eerste twee afleveringen zijn naam weggehaald. Vanaf deel drie is hij uit de anonimiteit getreden. Veel maakt het niet uit. Dit komt echt niet meer goed.