Column

Maar Pechtold: daar is D66 toch geen vijftig jaar voor geworden?

Haagse Invloeden

Deze week: de opmars van het niet-PVV-populisme.

Ofwel: hoe vooral Pechtold (D66) en – in mindere mate – Van der Staaij (SGP) deze week een scheve schaats reden door het volksgevoel te bespelen.

Alexander Pechtold (D66) en PVV-fractievoorzitter Geert Wilders Foto Bart Maat / ANP

Je hebt weken waarin de werkelijkheid maar niet aan de beeldvorming wil voldoen. Omdat de dingen telkens omgekeerd verlopen van wat je zou mogen verwachten.

Zo hoor je nog zelden dat politici zich expliciet tegen een oververhit debat keren. Het oververhitte debat is zo’n beetje een Haagse standaard geworden. De overdrijving en de hoge toon waarin Wilders excelleert, wordt routinematig, en zonder gêne, door anderen gekopieerd.

En zoals Den Haag werkt: politici vergoelijken dit, van zichzelf en van elkaar, dus je hoort er amper verzet tegen.

Ook niet-PVV-politici zeggen dan: dit geeft helderheid. Ja of nee. Voor of tegen. Zeggen waar het op staat.

Toch was er afgelopen woensdag een Kamerlid dat zich tegen een overspannen debat keerde. Niet iemand van wie je het zou verwachten.

Dit Kamerlid wees erop dat het recente kabinetsstandpunt over ‘voltooid leven’, het plan niet-zieken met een doodswens wettelijke bescherming te geven, zich niet leent voor een snel standpuntje.

Het is logisch dat veel mensen op hun levensavond een vurige wens tot zelfbeschikking hebben, zei ze. Maar bij voorbeeld gelovigen horen zich nooit opgejaagd te voelen als ze op hoge leeftijd medische bijstand verlangen.

Een nuttige nuance, dacht ik, in een maatschappelijk debat dat vliegensvlug in absolutismen terecht is gekomen: wie het kabinetsstandpunt niet meteen omarmt, hoort algauw dat hij ouderen een menswaardig levenseinde ontzegt.

Dus dit debat dreigt „oververhit” te raken, zei het betreffende Kamerlid, „en dat is jammer.”

Het was Fleur Agema (PVV).

Ik weet het: ook hier kon je politieke bedoelingen achter zoeken. De PVV trekt kiezers die zich ook thuis voelen bij VVD, SP, 50Plus of SGP, en die groepen zul je in deze discussie nooit op één lijn krijgen. Vaagheid als eigenbelang.

Het neemt niet weg dat Agema in dat debat aangenaam afstand hield van het simplistische goed-foutschema. Veel partijen namen woensdag trouwens een redelijke positie in, al was er een uitzondering – daar kom ik nog op.

Want wat de week zeker zo verwarrend maakte: het voornaamste contrast van Agema’s opstelling kwam van twee liberalen. Zijlstra (VVD) inzake Zwarte Piet en Pechtold (D66) inzake kosten van het Koningshuis.

Voor Zijlstra, maandag, kon ik nog wel mildheid opbrengen. Nadat hij ’s middags uit de bocht vloog door RTL van ‘moord’ op Sinterklaas te beschuldigen wegens introductie van het schoorsteenpietje, meende ik ’s avonds in Pauw te zien dat hij het zelf ook niet meent: gevangene van de VVD-campagne tegen de PVV.

Maar bij Pechtold, donderdag, keek ik mijn ogen echt uit. De D66-leider is zoals bekend een begaafd debater, een man die intellectueel georiënteerde liberalen kan aanspreken met de gevatheid van een straatventer. De beste in zijn vak.

Op zich doen debatten over kosten van de monarchie het goed bij het grote publiek. Hollandse koningen verdienen altijd te veel: het blijft het koningshuis, en het blijft Nederland.

Dus als je er in zo’n debat wat geld van afkrijgt, zal dit de klachten slechts versterken: het accentueert die hoge inkomens alleen maar.

Dit is kortom puur populisme. De kritische politicus weet tevoren dat hij een nederlaag leidt, zelfs als hij wint, en die nederlaag legt de basis onder het volgende debat, waarin hij weer klaagt dat het inkomen van de monarch te hoog is – zodat het ongenoegen van het publiek slechts wordt bevestigd: naar ons wordt niet geluisterd.

Wat mij betreft kun je dan beter opheffing van de monarchie bepleiten, een zeer te verdedigen standpunt: weg met alle koetsen en lakeien.

Maar het nieuwe D66-verkiezingsprogramma noemt het instituut niet eens. Dus het koningshuis in stand houden en dan blijven klagen over de kosten: het is onbehagen opzoeken in plaats van oplossen. Precies wat Wilders inzake andere onderwerpen doet.

Dus wat mij betreft had Rutte donderdag volkomen gelijk toen hij uithaalde naar Pechtolds populisme: het verbaasde me dat de premier zolang zijn geduld bewaarde.

In reactie zei de D66-leider dat hij slechts Ruttes populisme (‘pleur op’) imiteerde. Nu was dat ‘pleur op’ ook niet verheffend. Maar moeten we Pechtold echt gaan uitleggen dat Rutte een partij leidt die groot werd dankzij Wiegel?

En dat zijn partij groot werd dankzij Van Mierlo (tweemaal), Terlouw en Borst?

Redelijke mensen met nul populistisch talent en met diepgaande interesse voor échte staatkundige vernieuwing, in plaats van gratuite kritiek op het inkomen van een kroonprinsesje.

Het was zelfs erger dan de tv-journaals lieten zien. Vooral Pechtolds onderbouwing van zijn verzet tegen de uitkering van anderhalf miljoen euro voor prinses Amalia. Alle fracties, ook D66, stemden hiermee in 2009 in. Maar nu zei hij dat Amalia, ik citeer, straks „178 keer het minimumloon van een achttienjarige” opstrijkt.

Het referentiekader van de SP om het onbehagen op te voeren. Ik bedoel: voor dit soort demagogie is D66 toch geen vijftig jaar geworden?

Volgend jaar zullen er vast weer genoeg kiezers voor Pechtold zijn: de partij heeft genoeg interessante ideeën die de huidige omvang rechtvaardigen. D66 zal wel gaan regeren.

Maar het is pijnlijk hoe een partij die ooit redelijkheid, inhoudelijkheid en staatsrechtelijke vernieuwingsdrang uitdroeg, zich nu te buiten gaat aan het platste niet-PVV-populisme dat we in Den Haag tegenkomen.

En we hadden deze week nog een politicus met een goede reputatie die de grens opzocht: in het debat over voltooid leven, waarin Agema van de PVV zich zo evenwichtig opstelde, gedroeg Kees van der Staaij (SGP), het ‘staatsrechtelijk geweten van de Kamer’, zich nogal afwijkend.

Zoals bekend is die hele discussie over voltooid leven zeer voorlopig: het kabinet heeft slechts een wetvoorstel hierover aangekondigd, en in het debat deze week zei minister Schippers wat dit betekent: de kans is klein dat het voorstel vóór de verkiezingen naar de Kamer gaat.

Kortom: in de formatie volgend jaar is in de praktijk alles nog open. Niets aan de hand.

Nu wil ik de oprechtheid van Van der Staaijs weerzin tegen het kabinetsplan niet betwisten. Evenmin als de oprechtheid waarmee Schippers vindt dat de wetgever moet handelen.

Maar in kringen van andere (christelijke) partijen kreeg ik uitgelegd dat de SGP zich ongemakkelijk voelde nadat het Nederlands Dagblad eerder meldde dat de discussie over voltooid leven voor CDA en CU breekpunt bij de volgende formatie zal zijn.

De SGP prefereert het die term nooit te gebruiken, beaamde Van der Staaij tegen me, hoewel zijn woordvoerder het woord eerder in deze context twitterde.

In elk geval was er voor de SGP, begreep ik, deze week veel aan gelegen te markeren dat de partij zich het meest uitgesproken tegen dit kabinetsdenken over voltooid leven verzet.

En dus kwam Van der Staaij met een zeer zwaar middel om de aandacht op zijn positie te vestigen: een motie van afkeuring, met de CU, tegen een wetsvoorstel dat er voorlopig helemaal niet komt.

Ik vroeg hem waar dit voor nodig was, en hij zei: zo’n voornemen van het kabinet heeft ook ‘schaduwwerking’ – het gaat in hoofden van mensen zitten.

En: rechters houden soms rekening met wetgeving die nog niet door de Kamers is. In het bestuursrecht misschien, zei ik, maar kende hij een voorbeeld uit het strafrecht waarbij rechters afgingen op nog niet-ingediende wetsvoorstellen? „Dat heb ik niet onmiddellijk paraat”, zei hij.

Zo zat ook Van der Staaij deze week tegen de rand van de demagogie aan. Angst en ongenoegen verspreiden op een gebied waar nog amper iets beweegt.

Het illustreert dat het klimaat steeds verder politiseert, en zich steeds meer naar Wilders plooit.

Maar als zelfs de PVV momenten van matiging kent, is het misschien tijd dat ook de anderen zich bezinnen op hun grote woorden, en hun soms holle thema’s.