Commentaar

Lottocratie is niet de oplossing

In het binnenlands bestuur tekent zich een revolte af. Dit keer zijn het niet de burgers die zich keren tegen het gezag, maar bestuurders die revolteren tegen zichzelf. Een aantal burgemeesters en wethouders heeft zich verenigd in een groep die zich ‘Code Oranje’ noemt. Dat is niet bedoeld als aanhankelijkheidsbetuiging aan het Koninklijk Huis, maar een verwijzing naar de waarschuwing voor zwaar weer.

De groep, onder leiding van burgemeester Bert Blase (PvdA) van Vlaardingen, vraagt de aandacht voor de al langer bestaande anemie in de lokale politiek. Blase c.s. wijzen erop dat de partijpolitieke representatieve democratie zijn langste tijd heeft gehad. Het vertrouwen in de (lokale) politiek daalt en daaraan willen de initiefnemers wat doen. Die gedachte is toe te juichen. Over de stand van de lokale democratie wordt op gezette tijden de stormbal gehesen. De kwalen zijn veelzijdig en hardnekkig. Het gaat bijvoorbeeld over de kwaliteit van de raadsleden, die niet in staat of bereid zouden zijn hun controlerende taak in de gemeenten naar behoren uit te voeren. Het gaat om het geringe enthousiasme dat gemeentepolitiek losmaakt onder burgers en de bijgevolg relatief matige opkomst bij verkiezingen. Tegelijkertijd, zo signaleert ook minister Ronald Plasterk (Bestuurlijke Vernieuwing, PvdA), worden vanuit Den Haag steeds meer taken overgeheveld naar het lokaal niveau. Het is dus van steeds meer belang dat gemeentebesturen in een goede conditie verkeren.

Maar de kern van het voorstel van Code Oranje om het bestuur toegankelijker en slagvaardiger te maken, kan nauwelijks serieus bedoeld zijn. Die komt erop neer dat de gemeenteraad zou moeten worden vervangen door burgerforums, samengesteld op basis van loting. Een groep van 150 burgers zou pakweg driemaal per jaar samenkomen en beslissingen nemen, die dan moeten worden uitgevoerd door het college van B en W.

Plasterk heeft zich welwillend uitgelaten over deze lottocratie, als een van de middelen om burgers meer bij het bestuur te betrekken. Maar hij wijst er terecht op dat de manier waarop de gemeenteraad wordt samengesteld is vastgelegd in de Grondwet. En dat is niet zonder reden. Het gaat hier om het hart van ons politieke systeem: de parlementaire representatieve democratie. Daarbinnen past niet dat uitvoerende functionarissen, zoals burgemeesters en wethouders, de lastige controle van gekozen gemeenteraadsleden wensen te vervangen door inspraakbijeenkomsten. De problemen van het lokaal bestuur verdienen serieuze aandacht. En vervolgens serieuze in plaats van modieuze oplossingen.