‘Dat hij die rechtse schreeuwrichting is opgegaan heb ik nooit begrepen’

Hoe word je wie je bent? Jan Roos is lijsttrekker van de nieuwe rechtse partij Voor Nederland (VNL), die dit weekend het verkiezingsprogramma presenteert. Als kind verknipte hij het trouwalbum van zijn ouders om er collages van te maken.

Foto Bart Maat/ANP

Jan Roos wilde weten wat zijn moeder ervan vond dat hij de politiek in ging. Jan, zegt zijn vader, wil altijd weten wat zijn moeder van iets vindt. Hanneke Roos zei: „Bedenk wél wat je allemaal tegemoet gaat.” En ook: „Maar daar boven op de wolk zit oma voor je te klappen.”

Jan Roos – eerder verslaggever van GeenStijl, PowNed en BNR – is lijsttrekker van de rechtse partij VNL, Voor Nederland, opgericht door ex-PVV’ers.

Zijn oma Bep hield van politiek en stemde altijd op de VVD. „Dat rechtse”, zegt Hanneke Roos, „heeft hij van mijn moeder. Hij is door haar beïnvloed. Maar zij zei dat ze rechts was met een rode draad er doorheen. Die draad moet Jan nog oppikken.”

Zelf zegt hij: „Mijn oma en ik dachten hetzelfde. Als ik spijbelde, ging ik naar haar toe. Dan zei ze: ‘Gezellig!’ We dronken koffie, ze gaf me een sigaretje en we bespraken de wereld. Ik was een jaar of dertien, veertien.”

Zijn ouders noemt hij „linkse D66’ers”. „Als ik tegen hen zei, op mijn veertiende, dat de multiculturele samenleving was mislukt en dat de verschillen alleen maar groter zouden worden, vroegen zíj zich af wat er was misgegaan in hun opvoeding.”

Hij groeide op in het ‘witte’ dorp Bergen. „Een reservaat, ja. Maar in het weekend kwamen Marokkaanse jongens uit Alkmaar om Bergense jongens in elkaar te slaan. Ik heb zelf een pistool tegen mijn hoofd gehad.”

Zijn oma las De Courant/Nieuws van de Dag, het Amsterdamse kopblad van de Telegraaf. Tegen haar raam had ze potjes met vogelvoer geplakt. Als vogeltjes ervan kwamen eten, kon je ze goed zien. Jan Roos heeft ook zo’n bakje tegen zijn raam. En hij heeft een vogelboek. „Ik ga er niet op uit met een verrekijker, maar als ik er een zie uit dat boek, kruis ik ’m aan.”

Lees meer over VoorNederland en Jan Roos: Jan Roos, het eerste social media-kopstuk in de politiek

De feestjes

Als kleuter had Jan Roos paratyfus, een ernstige bacteriële darminfectie. In Bergen waren meer kinderen die dat hadden, het gerucht ging dat het kwam door eendeneieren die de ijscoman had gebruikt. Jan werd opgenomen in het ziekenhuis en daar lag hij, zegt Hanneke Roos: „Broodmager en doodziek. We stonden om hem heen met artsen en verpleegkundigen en iemand vroeg: ‘Wil je wat drinken?’ Hij mocht alleen een oplossing van suiker en zout. Hij stak een vinger omhoog: ‘Eén cola alstublieft!’.”

De ouders van Jan Roos zijn ondernemers – ze hadden een recreatiepark, later een hotel, nu beheren ze vakantiehuizen. Hun vrienden in het dorp waren ook ondernemers. Ze vierden samen oud en nieuw. De mannen namen grote sporttassen met vuurwerk mee, zegt Marie Sophie Wesel, dochter van vrienden van de ouders van Jan Roos en nu een vriendin van hem. De kinderen speelden op flipperkasten. „Jan was een gezellige, drukke jongen”, zegt ze.

Maar in zijn hoofd was het zo druk dat hij niet altijd kon slapen. Als hij vriendjes op bezoek had, wilde hij hen soms ineens kwijt, ook op zijn eigen verjaardagsfeestje. Hanneke Roos: „Dan zei hij: ik heb een afspraak met mijn playmobiel. Of: je moeder heeft net gebeld, je moet naar huis.”

Verkleden, altijd verkleden

Hanneke Roos had al in haar zwangerschap een roze babyfotoboek cadeau gekregen. In haar familie werden alleen meisjes geboren. Haar oudste dochter Sanna was bijna vier.

Misschien, zegt ze, kreeg Jan als kind extra veel aandacht omdat hij een jongetje was. Hij trok ook zelf zoveel mogelijk aandacht naar zich toe – door zich steeds maar te verkleden en toneelstukjes op te voeren. Bij elk schooloptreden had Jan de hoofdrol, zegt zijn moeder. „En als ik die níet had”, zegt hij zelf, „maakte ik de bijrol zo groots en meeslepend dat die leek op de hoofdrol.”

Hanneke Roos was trots op het lef van haar zoon en op zijn creatieve ideeën – al was het niet fijn dat hij hun trouwalbum verknipte om er collages van te maken. Maar tegen mensen die steeds om hem moesten lachen, zei ze: stop daar eens mee. „Nu is hij klein, maar is het nog leuk als hij veertien is?”

Ze wilde geen over het paard getild kind.

Fotomodel

Op zijn achtste werd Jan Roos via een castingbureau fotomodel. Hij trad twee keer op in VPRO’s ‘Achterwerk in de Kast’. En hij had de rol van de twaalfjarige Thomas kunnen krijgen in de film Noorderlingen van Alex van Warmerdam.

Hij zou er een half jaar school voor moeten missen. En de mensen van de productiemaatschappij zeiden tegen Hanneke Roos: als Jan meedoet, kan hij een tweede Danny de Munk worden. „Toen was het voor mij meteen klaar. Maar Jan was boos.”

„Mijn moeder”, zegt Jan Roos nu, met een grote grijns, „heeft mijn filmcarrière in de weg gezeten.”

Hanneke Roos dacht dat haar zoon een artistieke carrière zou krijgen. Dat talent zat in de familie en Jan kon goed tekenen. Hij hield van kunst. Hij las ook twee kranten per dag en zoveel mogelijk biografieën van politieke leiders. Uit de beroepentest op de havo kwam: boswachter. „We hebben op de grond gelegen van het lachen”, zegt zijn vader Coen Roos.

Zelf zegt Jan Roos dat hij in die test steeds had moeten kiezen tussen iets als ‘Turkse gehandicapte kindjes zwemmen leren’ of ‘plantjes stekken in het bos’ – en dat je bij hem dan zo’n uitslag krijgt.

Jan Roos deed het Grafisch Lyceum en de School voor Journalistiek. Hij kreeg een baan bij BNR. Buitenlandcommentator Bernard Hammelburg van die radiozender noemt hem „een uitstekend vakman”, de columns die Roos maakte, waren „pareltjes”. Marie Sophie Wesel, vriendin van Jan Roos, zegt dat ze de auto het liefst wilde stilzetten voor die colums – om goed te luisteren. Michel Smook, de beste vriend van Jan Roos, noemt ze „superknap”.

„Dat hij later die rechtse schreeuwrichting is opgegaan”, zegt Hammelburg, „heb ik nooit begrepen”. Marie Sophie Wesel noemt die periode bij PowNed „innerlijke groei”: „Soms moet je eerst een puinhoop maken om het huis op te ruimen. En Powned durfde hem zendtijd te geven.”

Brullen als Baloe

Jan Roos maakte harde grappen met en over bezoekers van bijeenkomsten als de Libelle Zomerweek of de 50+-beurs. Hanneke Roos zegt dat ze haar zoon erop aansprak: „Mensen schofferen, zo hebben we je niet opgevoed. Dan moest hij lachen. Wij denken zelf dat hij een rol speelde.”

Natuurlijk speelde hij een rol, zegt Jan Roos. „Het was satire. Als je mij om die filmpjes een seksist of racist vindt, is dat net zo iets als dat je de actrice van Goede Tijden Slechte Tijden in de supermarkt uitscheldt omdat ze in de serie vreemd is gegaan.”

In een café in Amsterdam-Zuidoost, waar hij werkt als innovatiemanager, zegt Michel Smook: „Er zit wel een grens aan satire. Het was shockeren ten koste van anderen. Dat is niet mijn tv.”

In bijna alle gesprekken voor dit verhaal beginnen mensen zelf over de harde reputatie van ‘hun’ Jan. „Iedereen heeft een mening over hem”, zegt Marie Sophie Wesel. „Hij kan ook brullen als Baloe in Junglebook, maar van binnen is hij zachtaardig.”

Michel Smook zegt dat Jan Roos hém „het eurofieltje” noemt. „Ik ben heel erg voor samenwerking. En ik denk in nuances.” Hij vraagt zich soms af waar de ideeën van Jan Roos vandaan komen, bijvoorbeeld over migranten. „Als we nu in een slechte buurt waren opgegroeid. Maar we komen uit een heel geprivilegieerde omgeving.”

En de Marokkanen uit Alkmaar die kwamen vechten? „De jongens uit Egmond deden dat ook.” Witte jongens. „Ze kwamen die kakkers in elkaar slaan.”

Maar Jan Roos is zijn mattie. „Hij is hondsloyaal.” Bij oostenwind gaan ze soms garnalen vangen. „Dat is zo’n zenmoment. Je loopt in een waadpak en ineens steekt een zeehond zijn kop omhoog.”