Hij bekeek het politieke bedrijf met een zekere spot

Een bijzonder einde. Maar eigenlijk wel een einde zoals je van hem kon verwachten. Het was de veelgehoorde reactie van mensen die hem hadden gekend op het bericht dat Frans Jozef van der Heijden samen met zijn vrouw Gonnie had besloten het leven te verlaten. In een overlijdensadvertentie eerder deze week maakte het echtpaar dat 53 jaar samen was, melding van hun besluit. Het was een mededeling in de vorm van een statement over de zelfgekozen dood: „Opmerkelijk is dat de discussie over zelfgekozen levenseinde nog steeds in het teken staat van de vraag of mensen die menen dat zij hun leven hebben voltooid, dat leven ook mogen beëindigen.”

Nog één keer leek Van der Heijden zich hiermee als politicus te manifesteren. Want uitgerekend deze week sprak de Tweede Kamer over de wenselijkheid om de bestaande euthanasiewetgeving uit te breiden tot de groep mensen die vindt dat hun leven voltooid was. Of dat directe causale verband er was? Er kan slechts over gespeculeerd worden.

De christen-democraat Frans Jozef van der Heijden was in zijn actieve politieke loopbaan niet iemand die in de massa verdween. „Geen grijze muis. Een a-typische KVP-er”, zegt CDA-europarlementariër Wim van de Camp die in de jaren tachtig samen met hem in de Tweede Kamerfractie zat en hem ook meemaakte als medewerker bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Eerder was Van der Heijden twaalf jaar journalist geweest bij de katholieke kranten De Stem en De Tijd.

Hij werd in 1982 lid van de CDA-fractie die toen uit 45 leden bestond. Een omvang om gemakkelijk in te verdrinken. Maar dat gebeurde Van der Heijden niet. „Het politieke bedrijf bekijk ik met een zekere spot”, zei hij kort na zijn aantreden als Kamerlid.

Hij was verbaal zeer aanwezig en viel daarnaast ook op door zijn bont gekleurde kleding, weet Van de Camp zich te herinneren. Als lid van de Tweede Kamer hield hij zich bezig met binnenlandse zaken en politie. Van der Heijdens maidenspeech ging in 1983 over de instelling van de gemeenten Almere en Zeewolde. „Een typisch voorbeeld van klein beginnen”, zei Van der Heijden niet zonder ironie.

Het lokaal bestuur was de rode draad in Van der Heijdens loopbaan. Na zestien jaar Tweede Kamer zat hij nog acht jaar in de Rotterdamse gemeenteraad.