Het dorp doet het zelf wel

De afstand tussen het bestuur van de gemeente Westerveld en de inwoners van Vledderveen is groot. De dorpelingen wachten niet op het gemeentebestuur: ze stellen zelf een Dorpsvisie 2025 op en kopen een defibrillator.

Elf actieve burgers uit Vledderveen, van links naar rechts: Nikkie Serrarens, Harry Veldhuizen, André Jutte, Roely Lem, Yolande van Schijndel, Henk Koene, Jos Walta, Ilse Serrarens, Grietje van den Brink-Veldhuizen, Frank van Schijndel, Nico ten Boekel. foto's sake elzinga

De bibliotheek heeft vier leden. Daar kun je wel schamper over doen, zegt Nico ten Boekel, maar: „Vier leden op 370 inwoners, vergelijk het met Amsterdam. Als van alle inwoners daar 1,1 procent lid is, dan heb je een flinke bibliotheek.”

Toen de bibliobus zes jaar geleden zijn laatste rit door het Drentse Vledderveen had gereden, zette Ten Boekel wat kasten in een leeg kamertje van het dorpshuis en vroeg hij zijn dorpsgenoten om boeken. Als de Vledderveners iets gedaan willen hebben, dan moeten ze het zelf doen. Er zijn nu vier à vijf vrijwilligers die het ‘leencafé’ draaiende houden.

2910ZAT_vledderveen3

Een overheid die terugtreedt, die decentraliseert maar tegelijkertijd bezuinigt, laat gaten vallen in het weefsel van het land. De gemeenten worden groter om efficiënter te kunnen besturen, maar zo neemt ook de afstand tot de inwoners toe. Als vroeger iemand in Vledderveen iets wilde vragen of weten, kon die gewoon op de gemeentesecretaris afstappen. In 1998 fuseerde Vledder met drie andere gemeenten tot Westerveld en sindsdien zetelt de lokale overheid in Diever. Je bent er vanuit Vledderveen in een kwartier met de auto, maar de korte lijnen zijn weg. „De laatste twee jaar hebben we hier niemand van de gemeente gezien”, zegt Henk Koene, voorzitter van Plaatselijk Belang, het dorpsbestuur. „Telkens als we een afspraak hebben, wordt die verzet.”

Tien straten is Vledderveen groot, de doorgaande P.W. Janssenlaan ligt bezaaid met bladeren en eikels. Aan zijstraat de Jodenweg staat dorpshuis De Heidehoek, waar tot vorig jaar ook de basisschool in zat – elf kinderen waren er de laatste leerlingen.

Binnen zitten Nico ten Boekel, Henk Koene en nog negen andere inwoners van Vledderveen rond de tafel, mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, twee autochtone Drenten, de rest import uit Den Haag, Hilversum en Nibbixwoud. Bijna allemaal zijn ze wel voorzitter of oud-voorzitter van een vereniging. De kookclub, de biljartvereniging, de speeltuinvereniging, de toneelgroep, de vrouwenvereniging, – vijftien verenigingen zijn er. En het Plaatselijk Belang is de belangrijkste. Is dat een politieke partij, vragen we. Lichte schrik: „Neu, neu, neu!”

Tweehonderd dorpen

De legitimatie van de partijpolitiek staat onder druk, in alle bestuurslagen, maar lokaal misschien wel het zwaarst. In de gemeenteraden zitten de meest nabije volksvertegenwoordigers van het land. Maar waarvoor hebben dan tweehonderd Drentse dorpen nog een aparte raad nodig? Zaterdag confereren deze dorpsraden op de Dorpendag in Hooghalen. Volgende week komen duizend Friezen bijeen op de Dorpentop.

Deze week deden honderden lokale bestuurders, raadsleden en wetenschappers een oproep aan minister Plasterk van Binnenlandse Zaken om in de Gemeentewet ruimte te scheppen voor lokale experimenten.

Dat is niet voor niks. Het bloed van de politieke partijen vloeit domweg niet meer door de haarvaten van de dorpen. Als we aan tafel in Vledderveen vragen of ze zich vertegenwoordigd voelen door de raadsleden die in Diever vergaderen, breekt een vrolijk kabaal los: „Nee!” „Hahaha!”

Voor actieve burgers als deze in het Dorpshuis – die op één na altijd allemaal gaan stemmen bij verkiezingen – geldt de politieke partij niet meer als het middel om hun maatschappelijke kwesties te regelen. Zij organiseren zich rond kwesties of thema’s. In het gesprek vergissen ze zich soms, dan noemen ze zichzelf „de gemeente”, of „het gemeentebestuur” en Henk Koene „onze burgemeester”.

Soms botst het Plaatselijk Belang op de officiële gemeente. Bijvoorbeeld in de kwestie van het lege schoolgebouw. Met het college van burgemeester en wethouders had Plaatselijk Belang de afspraak gemaakt dat zij een voorstel mochten indienen op basis van de voorkeur van de Vledderveners. Maar in oktober 2015 werden ze verrast toen de gemeenteraad een motie aannam dat in het gebouw het magazijn van een kledingbank voor armen zou komen, plus een uitgiftepunt. En wethouder Klaas Smidt (lokale economie, minimabeleid, VVD) zei niet: dames en heren, mooi voorstel, maar we moeten even wachten tot we het voorstel uit Vledderveen hebben gezien.

Tekenend vinden de Vledderveners dat voor de afstand tussen burger en bestuur. Ze hebben beroep aangetekend tegen het besluit en dat gewonnen. Ze willen hiermee vooral niet de indruk wekken dat de gemeente Westerveld een obstakel of tegenstander is. Ze vinden het hooguit jammer dat het beeld is blijven hangen dat de Vledderveners geen kledingbank zouden willen. „Dat vinden we geen probleem”, zegt Henk Koene, „maar we willen in goed overleg een bestemming vinden.”

2910ZAT_vledderveen

Coloradokever

Plaatselijk Belang is vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht om gemeenschappelijk de bestrijding van de coloradokever ter hand te nemen – Vledderveen was een aardappelgemeente, die leverde aan de meelfabrieken. De boeren hadden een coöperatieve werktuigenvereniging.

Nu heeft een werkgroep van Plaatselijk Belang een defibrillator aangeschaft. Bestuurslid André Jutte kaartte de kwestie bij de gemeente aan. „Nul op het rekest.” Daarop heeft de vereniging er zelf een betaald en een kleine twintig vrijwilligers, die ook het onderhoud doen, getraind in het gebruik ervan.

Zo is het Plaatselijk Belang sinds 1998 de kleinschaligheid in Vledderveen aan het terugorganiseren. Als een nieuweling in het dorp komt wonen, staat een bestuurslid aan de deur met een bloemetje en de vraag of die lid wil worden: 6,50 euro contributie per jaar. „92 procent is lid”, zegt Nico ten Boekel.

„We zijn bang dat het dorp anders leegloopt”, zegt Jos Walta, oud-boer en oud-voorzitter. Daarom ook heeft Plaatselijk Belang een ontwerp gemaakt voor een nieuwbouwwijkje op het voetbalveld en een Dorpsvisie tot 2025 opgesteld.

Dat klinkt als dingen die een gemeente hoort te doen. Maar de gemeente doet het niet. En dus doet de dorpsraad het zelf. „Wij brachten de participatiemaatschappij allang in praktijk voordat koning Willem-Alexander haar in de Troonrede afkondigde”, zegt Henk Koene. „Alleen is de gemeente er nog niet klaar voor.”