Recensie

Haaienhuid als schuurpapier

Haaienverfgrondstof Een schrijver en beeldend kunstenaar jagen op de giftige Groenlandse haai. In hun erudiete boek komt veel boven water, over de diepzee, de ruige Lofoten-eilanden en hun bewoners en over de bruikbare, dode haai.

Foto Paul Nicklen/ Getty Images

Wordt het niet eens tijd voor wat meer waterrumoer in de letteren? De voornaamste levensbron van de mensheid – water, de oceanen – is druk bezig tot een microbiologische woestijn van plastic, gif en slijm te verkeren. Moeten ook schrijvers daar niet iets mee?

In 2014 verscheen Water. Een geo-filosofische geschiedenis door René ten Bos. Een historisch overzicht van hoe wij sinds ons allereerste begin (een longvis die op het droge kroop) zijn afgedreven van een juist begrip van wat leeft en bloeit en altijd weer vloeit. Hoe de metende en vretende mensheid haar verre verleden en de natuur is ontgroeid, en haar slechts als wingebied gebruikt.

Ten Bos pleit in zijn erudiete essay voor wat hij ‘een fluïde blik’ noemt. Umdenken dus, te beginnen bij de Griekse filosoof Thales (‘Alles is één, alles is water, water is de wereld’). We moeten water begrijpen, zegt hij, als we de oceanen en alle leven daarin niet waarderen speelt de mensheid met haar leven op aarde.

Nu verscheen Haaienkoorts. De kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse Zee van de Noorse journalist, schrijver en fotograaf Morten Strøksnes (1965). Een geestverwant boek. Waar Ten Bos vooral historisch te werk gaat, is Haaienkoorts literaire non-fictie. De uitgever labelt het als ‘een avonturenboek’ en dat is het ook.

Twee vrienden – een schrijver en een beeldend kunstenaar – gaan op jacht naar een Groenlandse haai. Plaats van handeling is Lofoten, een afgelegen eilandengroep uit de kust van noordelijk Noorwegen, van oudsher bewoond door vissers en walvisjagers. Culinaire motieven lijken bij beide haaienjagers niet meteen aan de orde. Voor de mens is deze haai giftig, tenzij men zoals op IJsland de huid een week of wat onder een laag stenen laat fermenteren en vervolgens in de wind te drogen hangt (in restaurants ter plekke informeren naar hákarl, smaakt naar ammonia, Mahlzeit!).

De kunstschilder van beiden beoogt de lever van de haai te gebruiken voor het mengen van verf, een klasse apart: ‘Op de Lofoten staan nog huizen die vijftig jaar geleden met dat goedje zijn geschilderd. Het wordt zo hard dat je hem er met geen mogelijkheid meer afkrijgt.’ De ander gaat voor de spanning.

Een eenvoudige jacht is het niet. Beslommeringen over lijndikte, aas (rottend rundervlees), zorgen over de dobber (een flinke boei). Problemen met het weer zijn talrijk. De mannen kunnen alleen uitvaren bij blakstil weer en Lofoten kent een ruige meteorologie. En dan nog, bij een mogelijke vangst wacht het beeld van een Groenlands haaiengebit vlak naast een rubberboot.

Het schiet niet op met de jacht, de elementen werken niet mee, er is veel tussentijd. Dat is een geluk voor de lezer. De kunstenaarsvriend is druk doende een oude visfabriek tot bed & breakfast te verbouwen, de ander ondergaat de weerbarstige natuur, en leest veel. Rimbauds Bateau ivre komt voorbij, Moby Dick vanzelfsprekend, Edgar Allen Poe’s verhaal A Descent into the Maelström, maar ook de beschrijving van de Noordse volken uit 1555 door de Zweedse bisschop Olaus Magnus, waarin diens legendarische Carta Marina.

Morten Strøksnes is een begenadigd verteller met niet zelden fraai verwoorde waarnemingen (‘De zomernachthemel neemt een kaviaarachtig oranje kleur aan’), en een rijk gevulde trommel aan historische anekdotes: ‘Er wordt gezegd dat walvisjagers regenjassen maakten van de voorhuid van de enorme potvispenis’, of ‘Voor de Tweede Wereldoorlog werd de huid van de Groenlandse haai naar Duitsland geëxporteerd, waar ze hem gebruikten als schuurpapier’.

Strøksnes heeft daarbij een bijzonder scherp oog voor alles wat groeit en bloeit of altijd weer vloeit. Tot en met de term ‘kontafveeggras’ voor de strontachtig geurende, geel bloeiende rolklaver, of voor het ‘droefgeestig walvissengezang in de diepe orgelzee’.

Het is die zee die de hoofdrol speelt in Haaienkoorts. Strøksnes beschrijft het wonderbaarlijke leven dat zich tot op grote, duistere diepte onder de waterspiegel afspeelt: ‘Lichtsignalen vormen er de meest voorkomende communicatie: de hengelvis met zijn lantaarntje, de schijnwerper van sommige inktvissen, de verblindende show van schijfkwal Atolla wyvillei met zijn duizenden blauwe lichtjes.’

Stil is het er intussen beslist niet. Naast sonisch walviscontact klinkt er ‘de bronstkreet van Behomoth’, een lange zoemende toon: ‘Het is beschreven als ‘dieselauto op afstand’, en schijnt veroorzaakt te worden door seismische vibraties, opgeroepen door zware, lange golven.

Wonderbaarlijk, schrijft Strøksnes, hoe laat de oceaan als studie-object in zwang is gekomen. De walvis werd beschreven als ‘zeezwijn’ (we zien hem op Olaus Magnus’ Carta), verhalen over de grote Noorse zeeslang ‘Kraken’ (ook op de Carta) werden pas in 1892 definitief ontkracht door de Nederlandse zoöloog A.C. Oudemans. Al was deze nog altijd overtuigd van het bestaan van de even fictieve Megophias megophias (de reusachtige zeeleeuw).

De oceanografie is intussen uiteraard een volwassen wetenschap geworden, desondanks zijn de oceanen door ons toedoen veranderd van chemische samenstelling en zijn er al grote dode, zuurstofarme zones, vooral in de diepzee. Morten Strøksnes drukt er zijn grote zorgen over uit: ‘Levenbrengend plankton zal verdwijnen, terwijl giftig plankton en kwallen overleven.’ Maar nergens in Haaienkoorts spreekt de eco-dominee. We hebben immers tegelijkertijd te maken met een jager op de Groenlandse haai, die mikt op verfgrondstof om een door mensenhand getimmerd onderkomen tegen de werking van de natuur te beschermen.

Over het succes van de haaienjacht laat ik me niet uit, om het avontuurlijke van dit verrukkelijke boek niet te bederven. Adembenemend intussen zijn Strøksnes’ belevenissen als hij dreigt te worden verzwolgen door de legendarische Maelstrom (ook die is op Olaus Magnus’ Carta te zien). Maar Haaienkoorts is veel en veel meer dan een avonturenboek. Het is tevens een ode aan de woeste Lofoten en de eilandbewoners in heden en verleden, een fraai en erudiet boek over de marine natuur en de mythologie daaromtrent, werkelijkheid en verbeelding hand in hand, en alles in het licht van terughoudend maar duidelijk, en sympathiek eco-rumoer: heb de zeeën lief gelijk uzelf.

Op 4/11 treedt Strøksnes op bij het festival Crossing Border. Meer info op crossingborder.nl