Fundamentele wetenschap

CERN is een toonbeeld van efficiënt en effectief onderzoek en komt juist geld tekort

Vorige week schreef Rosanne Hertzberger haar column onder de kop Fundamentele wetenschap die dat niet is. Ik zou graag enkele misconcepties rechtzetten.

Bij CERN staan we niet tot de nek in het geld. Als een jaarlijks budget van ongeveer een miljard euro veel lijkt, dan is dat door de bundeling van de bijdragen van 22 lidstaten en 5 geassocieerde lidstaten. Dat komt overeen met één kop koffie per in CERN vertegenwoordigde inwoner. Behalve voor het financieren van het lopende wetenschappelijke programma zijn er fondsen nodig voor grensverleggend research & development voor toekomstige projecten, die voortbouwen op de unieke kennis die tot dusver is verworven. Om die reden heeft CERN de facto een aanzienlijk tekort.

Het ‘CERN-model’ van internationale samenwerking is een toonbeeld van efficiënt en effectief onderzoek. Op CERN zijn vele belangrijke ontdekkingen gedaan, zoals het begrijpen van de zwakke kernkracht als een deeltjesuitwisseling, en ons begrip van het ontstaan van massa met het recent ontdekte Higgsdeeltje in de hoofdrol.

Daarnaast heeft CERN’s technologische spin-off, bijvoorbeeld het World Wide Web, onze samenleving revolutionair hervormd. Zaken die zonder deze internationale bundeling van krachten niet gerealiseerd zouden zijn. Elementaire deeltjesfysici doen veel moeite om hun onderzoeksresultaten bekend te maken en te duiden voor een breed publiek en zijn daarom regelmatig in het nieuws. Die zichtbaarheid maakt ook kwetsbaar voor kritiek en daar gaan we serieus mee om. We zijn er diep van doordrongen dat het over ons aller belastinggeld gaat.

Het CERN-budget gaat niet uitsluitend naar het laten werken van de Large Hadron Collider. Naast dat wetenschappelijke vlaggenschip zijn er nog talloze andere onderzoeken gaande, zuiver wetenschappelijk, maar ook met toepassingen. Bijvoorbeeld uit het CLOUD experiment zijn geheel nieuwe inzichten ontstaan in wolkvorming door de aerosolen die door de biomassa op aarde worden uitgestoten, een van de grootste onzekerheden in klimaatmodellen. Als zij-effect van onderzoek naar de rol van kosmische straling op wolkvorming is de enige klimaatkamer op aarde gebouwd die chemisch zo nauwkeurig is dat een dergelijke ontdekking kon worden gedaan. Dit resultaat heeft een directe impact op de ideeën hoe de opwarming van de aarde te stoppen. Ook dat is CERN.

CERN voor een paar jaar stoppen zou een aanzienlijke monetaire en (onomkeerbare) intellectuele kapitaalvernietiging met zich meebrengen. Het zou bovendien geen automatische stimulans opleveren voor andere wetenschapsgebieden. Zelfs de slimste deeltjesfysici laten zich niet makkelijk tot bijvoorbeeld top-microbiologen omscholen. Bovendien zou het zeker niet automatisch leiden tot een extra kapitaalinjectie in andere wetenschap. Het echte probleem is niet dat wetenschapsgeld niet goed zou worden verdeeld, maar dat er ten opzichte van het wetenschappelijk potentieel veel te weinig geld is voor onderzoek.

Dat we door ons volledig te concentreren op de ‘grote maatschappelijke uitdagingen’ die we nu hebben tot een betere wereld voor onze kinderen en kleinkinderen zouden komen, is een naïeve gedachte. Als we in de 19e eeuw de wetenschap hadden geconcentreerd op het oplossen van de problemen met roetende kaarsen en paardenvijgen op straat, hadden we nu vast fantastische kaarsen en poepveegapparaten gehad. Maar zonder het fundamenteel onderzoek naar elektriciteit en thermodynamica waren we dan wel verstoken gebleven van elektrisch licht en motorische vervoermiddelen.

De werkelijke keuze die de samenleving tegen het licht moet houden is wat het haar waard is om te investeren in kennis, zowel fundamenteel als toegepast. Onderzoek laat zien dat investeren in het ontwikkelen van kennis veelvoudig wordt terugverdiend.


Hoogleraar experimentele natuurkunde Radboud Universiteit en president CERN-RaadFundamentele wetenschap (2)

Niet gezochte uitvindingen

Hertzberger vergist zich in haar laatste column. Veel uitvindingen – misschien wel het merendeel – die uitermate relevant voor de mensheid bleken, zijn gedaan door gepassioneerde wetenschappers die niet naar een maatschappelijk relevant gebied waren verbannen. Voorbeelden: röntgenstraling, lasertherapie en MRI (althans de basistechnieken ervan, Nucler Magnetic Resonance en supergeleiding). Zouden die toepassingen ook van de grond zijn gekomen als de ontdekkers zich hadden moeten richten op medische toepassingen? Ik denk het niet.

En dan de onvoorziene spin-off. Hertzberger noemt zelf het internet . Is ze alle nuttige zaken vergeten die de ruimtevaart ons heeft gebracht? De GPS satellieten van onze autonavigatie bijvoorbeeld? Radio en TV via de satelliet? Satellietmetingen die duidelijk maken wat er met ons klimaat gebeurt? De ontdekking van het ozongat via satellieten? Trouwens, het bestaan en de gevolgen van een ‘nucleair’ winter was zonder Mars-onderzoek ook niet gevonden.


Emeritus hoogleraar natuurkunde, Leiden