Recensie

Een wedstrijd om de Eerste Wereldoorlog tot leven te brengen

Oorlogsmonument

In Amersfoort herinnert een hoog monument aan de Belgische vluchtelingen uit WOI. Nu komt er het Museum van de gastvrijheid naast.

Het Foto Ruud van der Graaf

Aan de omvang ligt het niet dat het Belgenmonument in Amersfoort vrijwel onbekend is. Het monument, dat in de jaren 1917-1919 op de 43 meter hoge Amersfoortse berg werd gebouwd, wordt wel ‘het grootste monument in Nederland’ genoemd. Ook aan het monument zelf kan het niet liggen. Het is een mooi, licht expressionistisch bakstenen bouwwerk van Huib Hoste (1881-1957), de Belgische pionier van het modernisme die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Nederland verbleef.

Meest in het oog springend onderdeel is een kasteelachtig bouwwerk, met twee lage zijtorens en een iets hogere middentoren met een carillon. De kalkstenen reliëfs die in de muren zijn aangebracht, zijn, op één na, van Hildo Krop, de beeldhouwer die talrijke Amsterdamse-Schoolgebouwen heeft versierd.

Zestig meter achter het kasteeltje ligt ook nog een lange muur waarop Krop in zijn reliëfs onder meer de gruwelen van de oorlog heeft verbeeld. Van de oorspronkelijke, symmetrische tuin die werd aangelegd, is weinig meer over.

Toen het Belgenmonument in de jaren 1917-1919 werd gebouwd, was de Amersfoorste berg nog kaal en was het kasteeltje van verre zichtbaar. Toch komt het ook niet doordat grote bomen de torentjes nu aan het zicht onttrekken, dat weinig Nederlanders weten dat er behalve in Ede ook in Amersfoort een Belgenmonument staat. De belangrijkste reden is dat de Eerste Wereldoorlog in Nederland nauwelijks leeft en niet wordt herdacht. Ook de 1 miljoen Belgen die in het begin van de oorlog in de nazomer en herfst van 1914 naar het neutrale Nederland vluchtten, zijn vrijwel vergeten.

De meeste vluchtelingen keerden na enkele maanden terug naar België, maar in Amersfoort, in 1914 een stad met 25.000 inwoners, werden in onder meer kazernes ongeveer 16.000 Belgische soldaten en 5.000 burgers gehuisvest. Ze zouden er gedurende de hele oorlog blijven en bouwden zelf het Belgenmonument.

Om het Belgenmonument bekender te maken, heeft het Forum voor Architectuur en Stedenbouw a/d Eem (FASaDE) een prijsvraag georganiseerd. Ontwerpers uit Nederland en België werden opgeroepen om er een ‘ruimtelijk object’ aan toe te voegen, waarmee de plek „op een eigentijdse manier, betekenis krijgt als herdenkingsplek voor ontheemden”.

De oproep leverde 133 inzendingen op, waarvan 20 procent uit België. Ze variëren van subtiele ontwerpen voor de tuin tot raadselachtige sculpturen.

Matthijs la Roi

Artist’s impression van het winnende ontwerp van Matthijs la Roi. Matthijs la Roi

Met zijn welvende, deconstructivistische vormen, die volgens de jury verwant zijn met het expressionisme van de Amsterdamse School, wijkt het winnende ontwerp voor een Museum van de gastvrijheid van de in Londen werkende Nederlandse architect Matthijs la Roi af van Hostes hoekige kasteeltje. Maar in materialen – baksteen en natuursteen – sluit het erop aan. In de gebogen wanden van het paviljoen en op een betonnen tafel is ruimte om in woord en beeld informatie te geven over het Belgenmonument zelf en de geschiedenis van vluchtelingen in Nederland in de 20ste eeuw.

Het is bedoeling dat het Museum voor de gastvrijheid opgeleverd wordt in 2019, als het een eeuw geleden is dat het Belgenmonument werd voltooid. Maar of het winnende ontwerp, waarvoor La Roi 2.500 euro krijgt, ook wordt uitgevoerd, is nog niet zeker: de financiering van het museum is nog niet rond.

De tentoonstelling Ontwerpwedstrijd Belgenmonument Amersfoort is vandaag en alle zaterdagen in november van 12 tot 16 uur te zien in het voormalige ABN Amro-kantoor, Stadsring 65-69, Amersfoort.