Column

Echte sport

Het EK veldrijden, deze zondag in het Franse Pontchâteau, valt buiten de Oranjekoorts. Je zou nochtans anders verwachten in een land van greppels, sloten en boomstronken met kronkelende landwegen naar koeien in de wei. Veldrijden hoort tot labeur van het boerenleven. Maar als in Nederland één onverlaat de schaatsen bovenhaalt, gaat de natie in halve coma voor andere sporten. Zelfs voor voetbal. Terwijl veldrijden niet zoveel anders is dan klunen in de Elfstedentocht.

Nu spreekt een Europees kampioenschap in het veld nog niet tot de verbeelding. Op de weg trouwens ook niet. Zou iemand weten dat Lars van der Haar uittredend Europees kampioen veldrijden is? Wie was ook weer Europees kampioen op de weg? In cyclocross gaat het om wereldtitels, wereldbekers en landelijke klassementen. Nagenoeg een exclusieve aangelegenheid van de Lage Landen. Toch doet de lauwe belangstelling voor het EK de sport tekort.

De laatste weken wordt in het veldrijden een bloedstollende strijd geleverd tussen Mathieu van der Poel en de Belgische wereldkampioen Wout Van Aert. Tot op de meet gaat het er snoeihard aan toe, inclusief valpartijen en materiaalpech. De ene keer wint Van Aert, een week later gaan de bloemen naar Van der Poel. De scherpte van de duels maak je in weinig andere sporten mee, misschien nog in de Formule 1. Winnaar en verliezer kun je aan het eind van de wedstrijd voor dood oprapen. Zeker nu de elementen het uur van de slijkduivels hebben geslagen, is de uitputtingsslag heroïsch.

Met de jonge Mathieu van der Poel heeft Nederland een talent dat jarenlang ongezien was. Souplesse en acrobatie hors categorie. Uithoudingsvermogen uit de oertijd. De zoon van Adrie is een artiest voor Cirque du Soleil. Zoals hij over de balkjes springt, kraters en obstakels weet te ontwijken, worden ze niet meer geboren. Zand of slijk, klimmen of lopen, het maakt niet uit. Van der Poel is zo allround dat hij over enkele jaren ook op de weg grote ogen zal gooien. Rivaal Wout Van Aert is in niets zijn mindere. Week na week spektakel verzekerd – kom daar eens om in Thialf.

Dat Nederland een historisch gevoel voor traditie mist, blijkt ook weer uit de veldritsport. Sinds jaar en dag hebben we wereldkampioenen in huis. Elke generatie heeft zijn eigen topper, van Hennie Stamsnijder tot vader en zoon Groenendaal, van Adrie van der Poel tot zoon Mathieu en Lars van der Haar. Je leest er weinig over en de televisie geeft al helemaal verstek.

Lang geleden deden Duitsers, Zwitsers en een enkele Italiaan ook mee voor het podium, maar de meest epische duels zijn toch altijd een Boerenkrijg tussen Hollanders en Belgen. In de vorige eeuw ging de strijd op leven en dood tussen Hennie Stamsnijder en Roland Liboton, later tussen Adrie van der Poel en Erik De Vlaeminck. Vandaag benaderen Mathieu van der Poel en Wout Van Aert de weergaloze klasse van Sven Nys en ex-veldrijder Niels Albert.

In België is veldrijden een televisiesport geworden, in Nederland niet. Is het het spreekwoordelijke dedain van Hilversum voor alles wat op klompen en in laarzen loopt? Of kunnen ze de zwaarte van deze sport niet inschatten? Veldrijders rijden een uur in het rood zonder rustpunt. Ze ploeteren door modder, sneeuw en drassig zand. Meestal zijn ze onherkenbaar als ze over de meet komen. Kompels. Het drama kun je van de gezichten scheppen. Cinematografie van de bovenste plank dus.

Zondag in Pontchâteau is er sport te zien die schaatsers degradeert tot witte prinsjes met gekleurde haarbandjes.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.