Drie vragen over Ubers vliegende auto’s

Het Amerikaanse bedrijf heeft samen met ruimtevaartorganisatie NASA plannen om nog voor 2026 een uitgebreid netwerk van vliegende auto’s de lucht in te sturen. Hoe realistisch is dat? Drie vragen.

Eric Risberg/AP

Het is sinds enkele jaren dé lijfspreuk van technologie-pessimisten in Silicon Valley: „We droomden van vliegende auto’s, en alles wat we kregen was 140 tekens.” Afgezien van wat sociale media met strikte lengtebeperkingen en hippe apps voor verveelde millennials, blijven ondanks alle hypes de échte wereldveranderende doorbraken vooralsnog uit, willen zij daarmee zeggen. Maar technologiebedrijf Uber lijkt vastberaden om die kritiek over de vernieuwingskracht van Silicon Valley snel de kop in te drukken.

Donderdag publiceerde het Amerikaanse bedrijf, in samenwerking met enkele wetenschappers van ruimtevaartorganisatie NASA, een dik rapport met plannen om nog voor 2026 een uitgebreid netwerk van vliegende auto’s de lucht in te sturen. Drie vragen.

1. Vliegende auto’s: serieus?

Ja, serieus. Uber Elevate moet de dienst gaan heten. Die moet gaan werken met zogeheten VTOL-vaartuigen (vertical take-off and landing), dat zijn kleine vliegtuigjes waar je in je eentje of met enkele personen in kan zitten die verticaal landen en opstijgen zoals een raket of helikopter.

Voor Uber past dit plan bij de langetermijnvisie van het bedrijf, waarbij vervoer er over enkele decennia totaal anders uitziet. Op de weg rijden als het aan Uber ligt dan alleen nog maar zelfrijdende auto’s, er zijn luchtdichte buizen waarin mensen over lange afstanden heen en weer geschoten worden, en voor de middellange afstanden (denk: Amsterdam - Rotterdam) moet een snel netwerk van zelfvliegende VTOLs mensen heen en weer brengen. In het rapport gebruikt Uber het voorbeeld van de afstand San Francisco - San Jose: 70 kilometer. Dat zou ongeveer 18 minuten gaan duren. In het meest optimistische scenario moet zo’n vluchtje ongeveer 21 dollar gaan kosten: 18 euro.

2. Hoe realistisch zijn de plannen?

Al meer dan een eeuw wordt er af en toe over vliegende auto’s gedroomd, en veel meer dan hele dure mislukkingen hebben die dromen tot nu toe niet opgeleverd. Maar Uber is zeker niet het enige bedrijf dat zich de laatste tijd weer serieus bezighoudt met vliegende auto’s. Dat doet Zee.Aero, een investering van Google-oprichter Larry Page, ook al enkele jaren. Een dochter van vliegtuigbouwer Airbus in Silicon Valley, A3, ook. Daarnaast zijn er enkele Chinese bedrijven die werken aan vliegende auto’s of drones om mensen in te vervoeren.

Hun schattingen over wanneer ze goedwerkende exemplaren hebben, lopen uiteen van „eind 2017” tot „binnen vijf jaar.” Zo bezien is het jaartal 2026 uit het Uber-plan nog niet eens zo heel hoog gegrepen. En vergeet niet: Uber heeft in totaal 8,7 miljard dollar aan investeringen op zak. Hoeveel het daarvan in Elevate steekt, maakt het niet bekend.

De veiligheid en de regelgeving zijn de grootste uitdagingen. Als ‘gewone’ drones al problemen geven bij reguleringsinstanties, en dat doen ze, ligt het voor de hand dat vliegende auto’s of passagiersdrones dat al helemaal doen. Dat voorziet Uber ook in zijn rapport. Het geeft daarvoor wel uitgebreide oplossingen, maar tot nu toe bleken overheden niet altijd even gevoelig voor zijn lobby-argumenten van het bedrijf - waarvan taxidiensten in veel landen zelfs helemaal verboden zijn.

3. Wat moet Uber met vliegende auto’s?

Uber is met name bekend van de taxi-app: het is vooral een softwarebedrijf. En dat wil het blijven. Het rapport geeft uitgebreide instructies en ideeën over waar de VTOL-voertuigen aan moeten voldoen en hoe ze in het vervoerssysteem van Uber moeten passen. Maar Uber heeft geen plannen om de vliegende auto’s zelf te bouwen.

Het zegt feitelijk: wij gaan ze niet zelf maken, maar als iemand anders het op de goede manier doet, zorgen wij ervoor dat ze efficiënt over de lucht worden verdeeld en makkelijk met een app te bestellen zijn. En daarvoor vraagt Uber natuurlijk graag een commissie.