Doorrijden na een ongeval, dat gebeurt drie keer per dag

Verkeersveiligheid

Donderdag werd in Tilburg een echtpaar geschept door een auto. De chauffeur reed door. Zoiets gebeurt gemiddeld drie keer per dag.

Hulpdiensten aan het werk in Tilburg, op de plek waar een man een een vrouw door een auto werden aangereden. Foto ANP / Jack Brekelmans

Noem het liever geen „ongeluk”. „Dat woord zwakt de ernst van de daad af”, vindt Elly Winkel (69). „Zo van: oeps, een ongelukje.” Zij zegt altijd „ongeval”. Vier jaar geleden overleed haar zoon op 43-jarige leeftijd nadat hij werd aangereden op een zebrapad, fiets aan de hand, in Den Haag.

Deze vrijdagochtend begon Winkel zoals altijd om 6.00 uur met het lezen van het nieuws. Daar stond het: „Dodelijke aanrijding in Tilburg”. Toen wist ze dat het een rotdag zou gaan worden. Een echtpaar (59 en 62) werd donderdagavond geschept en overleed nadat de veroorzaker met een verbrijzelde vooruit was doorgereden. Later in nacht gaf hij zichzelf alsnog aan. Nu zit hij vast, samen met zijn broer, de eigenaar van de auto.

Tijdens het lezen kreeg Winkel dat beeld weer op haar netvlies: „Van mijn zoon die door de lucht vliegt.” De dader was onder invloed en reed 107 waar 50 was toegestaan.

Na het overlijden van haar zoon (43) werd Winkel voorzitter van Landelijke Organisatie Verkeersslachtoffers (LOV). Op dagen zoals vrijdag wordt er meer gebeld en is er meer verkeer op de Facebook-pagina dan gewoonlijk, zegt Winkel. „Het zal wel weer een mobieltje zijn waardoor hij werd afgeleid, of alcohol.”

Haar organisatie houdt lotgenotenbijeenkomsten. Als de veroorzaker van een ongeluk is doorgereden, maakt het de verwerking een stuk moeilijker, hoort Winkel daar. „Iemand heeft jou iets heel wreeds aangedaan en hoeft daar gaan verantwoording voor af te leggen. Dat is niet te bevatten. Daar raken mensen verbijsterd door.” Maar Winkel, die psycholoog is, kan zich wel voorstellen dat iemand in eerste instantie doorrijdt. „Als mensen in shock raken, weten ze niet meer wat ze doen.”

Een vlaag van paniek

Je kunt op ruwweg drie manieren verklaren dat mensen doorrijden, zegt verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen, die onderzoekt hoe mensen zich in het verkeer gedragen. „Sommige mensen reageren in een vlaag van paniek en verstandsverbijstering en rijden door”, zegt hij. Meestal komt kort erna het besef en keren ze om of geven ze zichzelf alsnog aan. Doorrijders zijn regelmatig onder invloed van drugs of alcohol, zegt Tertoolen. „Ze hopen de dans te ontspringen door te ontnuchteren en zich de volgende ochtend aan te geven.” Dat heeft volgens Tertoolen geen zin. „De straf voor rijden onder invloed is waarschijnlijk lager dan de straf voor doorrijden na een ongeval.” Het gebeurt ook dat veroorzakers van een ongeluk zich heel bewust van de situatie zijn: ze rijden door en denken dat ze ermee weg kunnen komen.

Doorrijden na een ongeluk, of schade, is niet ongewoon. Ruim duizend keer per jaar krijgt het Waarborgfonds Motorvoertuigen een melding van letselschade door een ongeluk waarbij de dader is doorgereden – bijna drie keer per dag dus, gemiddeld. Daar zit licht letsel tussen, schrammen en verstuikingen. Maar ook breuken en ernstig hoofdletsel, en een paar keer per jaar een dodelijk ongeval. Het waarborgfonds is ingesteld om de verkeersschade te vergoeden die niet door de dader kan worden vergoed. Omdat hij niet verzekerd is bijvoorbeeld. Of, en dat komt het meest voor (ruim 90 procent van alle claims) omdat de dader onbekend is. In 40.000 gevallen gaat het om alleen materiële schade.

Zó schrikken dat je doorrijdt

De man die de zoon van Elly Winkel aanreed, vluchtte niet. „Zijn auto was kapot.” Hij kreeg een straf van vier jaar – uitzonderlijk hoog in Nederland. De man was onder invloed en kwam net uit de gevangenis. „De straf geeft mij een gevoel van genoegdoening”, zegt Winkel. Zij vindt dat er te veel begrip is voor de daders en dat er zwaarder moet worden gestraft. „Soms hoor je de rechter zeggen: deze jongen is al genoeg gestraft omdat hij geschokt is. Ik vind dat zó krom.” Er is een gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef, vindt Winkel.

Artikel 7 van de Wegenverkeerswet (WVW) verbiedt twee dingen: doorrijden na een aanrijding waarbij een ander letsel of schade heeft opgelopen, zonder dat je je identiteit kenbaar hebt gemaakt, én iemand in hulpeloze toestand achterlaten na een ongeluk. In beide gevallen is niet relevant of je wel of niet schuld hebt aan het ongeluk, of zelfs of je er fysiek bij betrokken bent: als je erbij bent betrokken, moet je blijven. Overtreding van artikel 7 is een misdrijf, waarvoor je maximaal drie maanden gevangenisstraf, bijna 7.000 euro boete, of een rijontzegging van maximaal vijf jaar kunt krijgen. De maximum straf wordt zelden opgelegd, maar lagere straffen wel: jaarlijks krijgen ongeveer 2.500 mensen een straf voor doorrijden na een ongeluk. Die straf staat los van een eventuele straf voor het veroorzaken van een ongeluk.

De wetgever heeft er begrip voor gehad dat mensen bij een ongeluk zó kunnen schrikken, dat ze doorrijden. Als iemand zich binnen twaalf uur alsnog meldt bij de politie om zich bekend te maken, vervalt de strafbaarheid van het doorrijden – tenzij het duidelijk was dat de politie hem al op de hielen zat, dan blijft de strafbaarheid staan. Achteraf spijt krijgen en binnen twaalf uur melden helpt niet als je een dode of gewonde hebt achtergelaten. Die strafbaarheid is niet te repareren.