De wisent is een oer-Europeaan

Genetica De wisent, zo blijkt uit nieuw genetisch onderzoek, is geen recente immigrant in Europa. Hij stamt af van de oeros en de steppewisent en heeft de laatste ijstijd goed doorstaan.

Twee bizons - waarschijnlijk steppewisenten - geschilderd in de grot van Lascaux, circa 20.000 jaar geleden. Foto Alamy Stock

De wisent heeft een geschiedenis gekregen. De wisent leeft niet pas 11.000 jaar in Europa, maar al minstens 50.000 jaar. En hij ontstond uit een kruising tussen twee nu uitgestorven dieren: de oeros en de steppewisent.

Dat beschreef een internationale groep genetici vorige week in Nature Communications. Het zou zelfs kunnen betekenen dat op een deel van de beroemde grottekeningen in Frankrijk geen steppewisenten te zien zijn, maar Europese wisenten.

De wisent of Europese bizon (Bison bonasus) is het grootste landdier van Europa, pakweg 2 meter hoog en 3 meter lang. Maar de bizon was een zoogdier zonder verleden. Aan het eind van de laatste ijstijd, 11.000 jaar geleden, leek het dier plots in Europa te zijn geland. Zo oud zijn de oudst bekende beenderen van het dier. Snel daarna leefde hij vooral in Denemarken, Zweden, Polen en Duitsland.

Die Europese wisent moest wel een immigrant zijn van elders, was de gedachte. De steppewisent (Bison priscus) stierf uit toen de steppe verdween, en de Europese wisent nam zijn plaats in.

291016wet_runderen-dwarszonder

Maar zo is het niet gegaan. Dat bewijzen zo’n vijftig genetici, onder leiding van Julien Soubrier en Alan Cooper van de University of Adelaide, Australië. Op basis van DNA tonen ze aan dat er al minstens 50.000 jaar, en mogelijk al 120.000 jaar, Europese wisenten leven in Europa. Ze leefden hier dus in de laatste ijstijd, tegelijk met oerossen en steppewisenten. De Neanderthalers zullen de drie indrukwekkende runderen nog gezien hebben. En het betekent dat Europese wisenten wel degelijk vorstbestendig waren.

De Australische genetici konden aan het DNA zien dat de Europese wisent een kruising is van de andere twee soorten, de steppewisent en de oeros (Bos primigenicus). Uiterlijk 120.000 jaar geleden moeten steppewisent en oeros af en toe gepaard hebben. Aan de DNA-analyse is zelfs de rolverdeling te zien. De steppewisent besteeg de oeros.

Dat nieuwe zoogdiersoorten kunnen ontstaan door kruising van twee andere, is een recent inzicht. Wijzelf zijn door kruising een beetje Neanderthaler, en een beetje Denisova-mens. Maar ook ezels en zebra’s, die niet heel nauw verwant zijn, paarden lange tijd onderling. Er is een dolfijnensoort die door kruising ontstond. De Clymenedolfijn is een mix van twee andere dolfijnsoorten, bleek twee jaar geleden. En nu dus de wisenten.

Het had overigens weinig gescheeld of ook het laatste grote rund van Europa was uitgestorven. De steppewisent verdween al aan het eind van de laatste ijstijd. De laatste oeros stierf in 1627 in Polen. De laatste wilde wisent werd rond 1920 geschoten. Dat er nu in veel Europese landen, zelfs in Nederland, weer wisenten in het wild leven, komt doordat ze sinds de tweede helft van de 20ste eeuw weer uitgezet zijn vanuit dierentuinen.

Onopgemerkt

Die wisenten hebben volgens de genetici uit Adelaide dus een veel langere Europese geschiedenis dan vermoed werd. Het bewijs komt van analyse van DNA uit 87 oude beenderen van wisenten en steppewisenten uit Europa en Rusland. Ook beenderen van vóór 11.000 jaar geleden blijken afkomstig van Europese wisenten: de oudste vondsten zijn gedateerd als minstens 50.000 jaar oud.

„Het is intrigerend dat die Europese wisent zo lang onopgemerkt is gebleven”, mailt Julien Soubrier, de eerste auteur van het artikel. De Fransman werkt als postdoc aan de University of Adelaide.

Een wisent die tienduizenden jaren over het hoofd gezien is – hoe kan dat? Soubrier: „Het lijkt me nogal moeilijk om in verzamelingen van botten, die vaak gebroken zijn, verschillende soorten runderen te herkennen. Runderbeenderen uit die periode zijn vaak simpelweg als steppewisent aangeduid – tenzij ze daar echt niet op leken.”

„Dit is een prima verhaal waar weinig op af te dingen is”, oordeelt geneticus Peter de Knijff van het Leids Universitair Medisch Centrum over de wisent-studie. Er is van oude wisenten niet veel DNA bewaard. „Maar de auteurs verzamelden toch een forse hoeveelheid gegevens.”

Het genetisch onderzoek aan wisentbeenderen kan de interpretatie van beroemde Europese grottekeningen op zijn kop zetten. Altijd is gedacht dat de steentijdkunstenaars steppewisenten tekenden, dat was immers dé grote wisent van Europa uit die tijd. Maar klopt dit nog?

Niet volgens het echtpaar Gilles Tosello en Carole Fritz, beiden kenners van grottekeningen, die meeschreven aan het artikel in Nature Communications. Zij vonden toch al dat er twee wisenttypen te zien zijn in de Franse grotten.

In de oudere kunst, zoals in de grotten van Chauvet en Lascaux (respectievelijk 35.000 en 20.000 jaar oud) hebben de wisenten grote hoorns en een hoge rug. Dat zouden steppewisenten zijn. In de Grot van Niaux (17.000 jaar oud), is de rug rechter en de hoorns korter. Dat zijn Europese wisenten, vinden de twee.

Zwart-wit is het verschil niet: Tosello en Fritz beschouwen een deel van de tekeningen als ‘onbeslist’. Systematisch onderzoek aan de 820 tekeningen en gravures van wisenten in Europese grotten is nog niet gedaan.