De paradoxale daling van de criminaliteit

Ieder jaar stort ik me weer handenwrijvend in de cijferatlas van de strafrechtketen, Samenleving en Criminaliteit geheten. Ik ben dol op crimiweetjes als ‘welke stad na Amsterdam kent de meeste geregistreerde criminaliteit?’ Of: ‘in welke stad wonen naar verhouding de meeste van misdrijven verdachte meisjes?” Het antwoord is Eindhoven. En Groningen – met 20 verdachte meisjes (12-17) per 1000. Landelijk is dat 8.

In dit boek wordt de dalende criminaliteit geboekstaafd: minder misdrijven, verdachten, zaken, straffen en gedetineerden. Die realiteit sluit overigens niet aan bij de publieke perceptie, noch bij de politieke behoefte om de burger te beschermen. Dan moet er natuurlijk wel gevaar zijn. Gelukkig is de terreurdreiging nog altijd ‘substantieel’ en zijn de maatschappelijke verhoudingen gespannen. In veel van de maatschappelijke boosheid zit ook angst. Criminaliteit legitimeert dan politiek handelen – de hoogte ervan relativeren is al gauw een taboe.

Het grootste, tevens meest paradoxale probleem van staatssecretaris Dijkhoff zijn al die overbodige gevangenissen – met dito overbodige bewaarders. Er is een structurele overcapaciteit van 3.000 plaatsen; de behoefte aan cellen daalde al met 35 procent. De leegloop zet nu door. We hebben nog zo’n 1.1000 cellen, met een gemiddelde bezetting van 8.600 man.

Inmiddels zit Nederland met 61 gedetineerden per 100.000 inwoners bij de meest liberale landen Finland en Zweden. Tien jaar geleden sloten we er nog 138 per 100.000 op. Crimi-weetje: van alle gedetineerden is maar 28 procent ook echt veroordeeld tot celstraf. De rest zijn types die hun taakstraf lieten mislukken of hun boete niet konden betalen en ‘vervangend’ komen zitten.

Ook interessant: de helft van alle gedetineerden heeft een straf van minder dan een maand. Driekwart van iedereen die vorig jaar de gevangenis verliet (zo’n 40.000 personen) zat er korter dan drie maanden. Daarin is Nederland overigens geen Europese uitzondering, voordat u gaat denken dat Nederlandse strafrechters matig straffen.

Dit jaar verraste mij vooral de toename in het aantal vrijspraken. Het percentage schuldigverklaringen zat altijd boven de 90 procent, dat is nu voor het eerst gezakt naar 87 procent. Zijn strafrechters moeilijker te overtuigen, neemt de kwaliteit van het OM en de politie af en die van de verdediging toe? Aanvankelijk werd de stijging van het aantal vrijspraken toegeschreven aan een schrikeffect na de justitiële dwalingen (Lucia de Berk, Schiedammer Parkmoord, Ina Post etc.). Maar kennelijk zet het door.

Meer vrijspraken betekent dus ook vaker schadevergoeding voor onterechte detentie. Wat dus bijdraagt aan een lagere strafkans en afbreuk doet aan de doelmatigheid van het strafrechtbedrijf. Waar het toch al niet zo best mee is. Het beeld van de ijsberg van bijna een miljoen geregistreerde misdrijven, waarvan maar een klein topje (100.000) de rechtszaal haalt, staat in 2015 nog steeds overeind. Maar 36 procent van de ondervonden criminaliteit wordt door de burger gemeld en van 27 procent wordt ook echt aangifte gedaan. De politie heeft dus maar een beperkt beeld van wat mensen elkaar aandoen. Als het om materiële schade gaat, is de aangiftebereidheid het hoogst (35 procent), gevolgd door agressie (21 procent ) – maar van al het vandalisme bereikt maar 13 procent de politie.

Ook het aantal zaken dat het OM seponeert blijft me verbazen. Van de ruim 200.000 zaken die het OM behandelt, gaat maar de helft door naar de rechter. Van die andere 100.000 wordt de helft geseponeerd, soms met voorwaarden waaraan de verdachte zich moet houden. Dus met zo’n 50.000 zaken die de politie aanlevert, gebeurt niks, of niks onder voorwaarden. De rest krijgt een strafbeschikking of een transactie. In ieder ander bedrijf zouden die 50.000 ‘uitval’ heten of ‘verlies’ – maar ik hoor het OM of de politiek er nooit over. Behalve pakkans bestaat er ook zoiets als strafkans – die kan hier dus verhoogd worden.

De auteur is juridisch redacteur en commentator. T @folkertjensma