Daar komt Harry

De dierentuin Artis wil de dieren geen mensennamen meer geven, behalve bij extreme vertedering voor jonge olifantjes, maar in de schaakwereld gaat het net omgekeerd. Daar krijgen levenloze stukjes hout zoals de pionnen steeds vaker een mensennaam.

Aaron Nimzowitsch schreef in 1925 dat voor hem de vrijpion net als de mens een ziel had, en wensen die onbewust in hem sluimerden en angsten waarvan de pion zelf geen weet had. Een jaar eerder beschreef Savielly Tartakower een gesprek van de pionnen en de stukken over de verdeling van hun taken. Maar die twee grote schaakschrijvers gingen niet zover dat ze de pionnen Kwik, Kwek en Kwak noemden. Die kant gaat het tegenwoordig wel op.

De Schotse grootmeester Jonathan Rowson had het in 1998 in zijn veelgeprezen boek Understanding the Grünfeld over Alfred de a-pion en vooral over Delroy de vrije d-pion, een hoofdrolspeler in het drama van de Grünfeldverdediging. En de Engelsman Simon Williams, schaker, schrijver en commentator, zegt dat hij nooit grootmeester was geworden zonder Harry de h-pion, de pion die hij graag naar voren stuurt.

Misschien was Alexander Riazantsev nooit kampioen van Rusland geworden zonder Harry. Er waren grote kanonnen in de ‘Superfinal’ die de afgelopen weken in Novosibirsk werd gespeeld, zoals Alexander Grisjtsjoek, Peter Svidler, Jevgeni Tomasjevski en Dmitri Jakovenko. Riazantsev was nauwelijks nog een actieve schaker. In 1997 was hij wereldkampioen bij de schakertjes van onder de twaalf en later heeft hij ook nog belangrijke successen behaald, maar de laatste jaren was hij vooral actief als coach van het Russische team en als secondant, bijvoorbeeld van Vladimir Kramnik in het laatste Tal Memorial.

De opmars van de h-pion op de vijfde zet zoals in de volgende partij werd nog niet zo lang geleden beschouwd als een bewijs van grote primitiviteit of als een flauwe grap. Sinds Alexander Morozevitsj het in 2012 een paar keer deed, weten we beter.

Alexander Riazantsev - Dmitri Kokarev, Russisch kampioenschap Novosibirsk 2016

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 d5 4. Pf3 Lg7 5. h4 Daar is Harry. Het idee is dat 5...0-0 6. h5 onprettig voor zwart zou zijn, omdat 6...Pxh5 niet goed gaat vanwege 7. Pxd5. 5...dxc4 6. e4 0-0 7. Lxc4 c5 8. d5 b5 9. Lxb5 Pxe4 10. Pxe4 Da5+ 11. Pc3 Lxc3+ 12. bxc3 Dxb5 13. h5 Dc4 14. hxg6 fxg6 15. Th4 Dxc3+ 16. Ld2 Dd3 17. Lh6 Dxd1+ 18. Txd1 Te8 19. Pg5 Pd7 20. Pe6 Tb8 21. Pc7 Td8 22. Pe6 Te8 23. Pc7 Td8 24. Te4 Tb7 Dit alles was al eens gespeeld in een rapidpartij Mamediarov - Giri, Beijing 2013. Mamediarov deed toen 25. Lf4 en hoewel hij na 25...Pf6 26. Txe7 Td7 27. Txd7 zeker niet slecht stond, verloor hij die partij. 25. d6 Een nieuwtje.

zie diagram

25...exd6 Verschillende computers prefereren 25...e5, maar een mens laat niet graag de vrijpion Delroy in leven. 26. Pe8 Maar dit paard, dat naar de belangrijke velden d6 en f6 kan springen, is ook een geduchte vijand. 26...Tb4 27. Te3 Lb7 De derde zet waarbij de zwartspeler niet meer het pad van Giri kon volgen, is de beslissende fout. Er was een weg naar remise: 27...La6 28. Txd6 Tb1+ (een noodzakelijk tussenschaak) 29. Kd2 Tb6 (met zwarts loper op b7 zou wit nu materiaal winnen met 30. Pf6+) en zwart redt zich. 28. Txd6 Td4 29. Lg5 Txd6 30. Pxd6 Tb8 31. Te7 Lc6 Met kunst- en vliegwerk heeft zwart nog even verlies van materiaal kunnen voorkomen. 32. Lh6 Maar hierna zit zwarts koning in het nauw. Wits dreiging 33. Tg7+ is dodelijk. 32...Kh8 33. Pf7+ Kg8 34. Pg5 Pe5 Zwart moet een stuk geven. 35. Txe5 Tb1+ 36. Kd2 Zwart gaf op.