Coaches blijven, maar het moet anders

Hockey

De positie van Alyson Annan en Max Caldas als coaches van de hockeyvrouwen en -mannen is voorlopig veilig. Maar ‘Rio’ dreunt na. „Bij de mannen is het nodig dingen structureel te veranderen.”

Foto Koen Suyk

Een hoopvol stemmend vergezicht weegt zwaarder dan overhaaste afrekening. Dat is ongetwijfeld wat hockeybond KNHB wil laten blijken door zowel Alyson Annan als Max Caldas, coaches van respectievelijk de hockeyvrouwen en de hockeymannen, aan te houden voor de komende jaren. Natuurlijk waren de resultaten tijdens de Spelen in Rio niet wat ze hadden gehoopt, maar een of beide coaches slachtofferen? Nee. Niet weer, zal de bond ongetwijfeld gedacht hebben. Geen herhaling van Herman Kruis, die na een tweede plek op het WK van 2010, moest vertrekken bij de hockeyvrouwen. Geen herhaling van Sjoerd Marijne, die in 2015 na amper een jaar al niet de juiste persoon werd bevonden voor diezelfde hockeyvrouwen. Dan toch continuïteit. De bond deed het eigenlijk voorkomen alsof er geen moment deze anderhalve maand getwijfeld is aan een van beiden. De ingeslagen weg is de goede, daar kunnen bond en spelers mee vooruit. Ook geen speler die niet achter de coaches stond.

Maar het Nederlandse hockey heeft wel een klap gekregen in Brazilië. Een klap die voor het ene team groter was dan het andere, dat wel. De vrouwen haalden de finale, maar verloren die na shoot-outs van Groot-Brittannië. Met het spel was niets mis, het was misschien zelfs de beste wedstrijd die ze in Rio speelden. Het ging alleen wel over die rare black-out van Annan in de halve finale tegen Duitsland, toen ze dacht dat er na vier kwarten nog een kwart gespeeld moest worden, en dat ook tegen haar speelsters zei. Kon ze wel met de druk omgaan? Ze bood er meteen ruimhartig excuses voor aan.

De Nederlandse mannen presteerden onder de maat. Het niveau was wisselvallig, behalve in die ene dominante overwinning op Australië, al jarenlang het voorbeeld voor de hockeymannen. Tegen België in de halve finale ging het ontluisterend mis, en een slechte serie shoot-outs tegen de Duitsers zorgde ervoor dat brons ook niet werd behaald.

Het is vooralsnog onduidelijk of de bond gaat ingrijpen. Er zijn nog geen grote veranderingen aangekondigd. Maar die zijn volgens oud-hockeyers en -coaches hard nodig, zeker bij de mannen. Er moet iets structureel gaan veranderen de komende jaren, willen die weer bij de internationale top gaan horen.

Jacques Brinkman (50), speelde 337 interlands, goud op Olympische Spelen van Atlanta (1996) en Sydney (2000), oud-coach, analist

„In het hockey wordt altijd veel te snel gedaan alsof alles goed gaat. Zo lang evalueren, en dit komt eruit? Ik zeg je nu: in het voetbal was zoiets nooit gebeurd. In het geval van Annan, na haar black-outmoment tijdens die halve finale in Rio, dan was er anderhalve maand doorgezeurd en had je wel écht iets goeds moeten zeggen om te kunnen aanblijven. Het waait wel over, denkt de bond dan. Maar tegelijk had de bond zich ook misschien in de vingers gesneden als er weer een coach had moeten vertrekken.

„Ik ben kritisch, omdat ik dat heel erg mis bij anderen. Die dwarsliggers. Die moeten er zijn, ook onder de spelers. Ik heb weleens gezegd dat de hockeywereld een beetje incestueus is. Er is volgens mij sprake van een angstcultuur: alles wat je zegt, zou je weleens je plek of baantje kunnen kosten. Ik denk dat die cultuur er trouwens iets meer bij de mannen dan de vrouwen is. Denk aan die drie dagen Papendal per week, die de bond voorlopig in de ban gedaan heeft, ik weet dat spelers daar niet blij van werden. Ik mis bij spelers het plezier, de vrijheid. Dat zie je het snelst na een tegenslag. Tegen Australië was het heel goed, en daar had ik ook alle lof voor, maar na zo’n verlies tegen België in de halve finale valt het als los zand uit elkaar.

„Bij de vrouwen loopt het wel los, ik denk dat Rio een incident was. De wereldtop is bij hen ook kleiner. Bij de mannen mis ik leiderschap. De kleedkamer moet veilig zijn, daar moeten spelers alles kunnen zeggen. Ik weet niet of dat nu zo is. En dat begint al in de jeugd, een kritisch geluid wordt er daar al uit geramd.

„Nu is het moment voor de mannen gekomen om door te selecteren. Geef die jonge spelers de kans, laat ze groeien. Selecteer ook de juiste mensen. Sommige spelers zijn in de competitie sterk, maar sluiten internationaal niet aan. En bekijk ook de staf kritisch. Ik vind bijvoorbeeld een assistent die ook clubcoach geen ideale situatie, dan heb je met sommige spelers een andere band. Dat heeft financiële redenen, maar het aanbod aan goede coaches is blijkbaar niet heel groot. De bond mag dat zich aanrekenen. De opleiding is zijn verantwoordelijkheid. Meteen na die nederlaag tegen Duitsland in de strijd om het brons zei Max [Caldas] al: de road to Tokio is begonnen. Ik vind dat niet slim. Natuurlijk is dat het toernooi met de meeste uitstraling, maar denken in olympische cycli is een verre stip aan de horizon, ook marketingtechnisch. Er zijn nog twee prachtige toernooien, een EK in eigen land, een WK. De druk zit er al meteen weer op en ik betwijfel of dat goed is.”

Floris Jan Bovelander (50), speelde 241 interlands, goud op Olympische Spelen van Atlanta (1996), oud-coach

„Het is best bijzonder dat ze aanblijven, als je bedenkt dat er weleens coaches om minder zijn weggestuurd. Maar blijkbaar is het vertrouwen er dat ze beiden op de goede weg zijn, het is niet aan mij daarover te oordelen. Ergens is het ook wel goed dat de bond een beslissing neemt voor twee of vier jaar en eens niet te veel naar het resultaat kijkt. Maar ik denk wel dat er écht wat moet gebeuren, vooral bij de mannen. Die zijn niet vrolijk teruggekomen uit Rio, het was niet ‘we hebben het net niet gehaald’. Ik heb niet het idee dat ze optimaal gepresteerd hebben. Het is ook te makkelijk om die Spelen maar steeds af te doen als een ‘proces’. Daar gebruik je zo’n toernooi niet voor. Zeg niet tegen ervaren spelers als Robert van der Horst of Rogier Hofman dat ze naar Brazilië gaan voor een proces.

„Er moet goed gekeken worden naar de spelers, naar de staf om Caldas en Annan heen, naar een eventueel ander programma. Daar moeten ze eerlijk in zijn, en durven open naar elkaar te zijn. Alleen dan komen ze verder, anders modderen ze aan. Kijk, we zijn een groot hockeyland, maar het is niet zo: als we ons best doen, dan winnen we wel. We hebben bij de mannen nu goede spelers, zeker, maar niet de beste van de wereld. Die zitten in Australië, Duitsland, België. Zij lopen in tegenstelling tot de vrouwen niet voorop.

„We missen karakters, killers, mensen die gif in de ploeg brengen. Het lijkt me verstandig de verwachtingen wat te temperen, dat er ook knetterhard voor brons gewerkt kan worden. Ik vind dat er goed naar de competitie moet worden gekeken, naar de structuur daarvan. Minder buitenlandse spelers in de hoofdklasse. Hoe kunnen we leidend blijven in het internationale hockey?”

Guus Vogels (41), keepte 263 interlands, goud op Olympische Spelen van Atlanta (1996) en Sydney (2000)

„De vraag voor de bond was, volgens mij: moet je bondscoaches blijven ontslaan of moet je structureel dingen veranderen? In het geval van de heren vind ik dat nodig. Je moet kijken naar de structuur van de competitie in combinatie met de internationale agenda: is wat van spelers gevraagd wordt nu niet te veel of zijn er te veel verschillende belangen voor ze? Het is niet gek dat prestaties op toptoernooien al tijden niet maximaal zijn. Maar ik heb niet het idee dat er echt structurele verandering gaat komen. Ik kan me wel vinden in het plan van Caldas om de hoofdklasse kleiner te maken en minder gebruik te maken van buitenlandse spelers. Zodat teams bijvoorbeeld eerder worden vrijgespeeld in aanloop naar grote toernooien. Voor het WK in 2014 in Den Haag waren er eerst nog play-offs, toen nog de Euro Hockey League. Dan neem je je eigen WK niet serieus genoeg.

„Bij de vrouwen was de prestatie in Rio goed, maar was het resultaat er niet naar. De finale tegen Groot-Brittannië was de beste die ik van ze zag in twee jaar. Bij de mannen zit het dieper, kijkend ook naar de competitie de laatste tien jaar. Er zijn ploegen die Nederlandse topspelers hebben en dan ook buitenlandse topspelers halen. Er zijn spelers die hier zijn gekomen en beter zijn geworden ten koste van die Nederlandse spelers, en dan moet je nadenken: wil je dat nog?

„Als je blijft doen wat je altijd gedaan hebt, krijg je wat je hebt gekregen. Nu is het moment om serieus over veranderingen na te gaan denken, de randvoorwaarden die je creëert om te presteren. Je moet keuzes maken, dat is mijn punt. Als je én op alle grote internationale toernooien wilt meedoen om de winst en de competitie zelfs zou willen uitbreiden, zoals Jacques Brinkman bijvoorbeeld oppert, dan ga je ergens de boot missen. We moeten de juiste voorwaarden creëren zodat er op titeltoernooien weer topprestaties geleverd kunnen worden.”

Jan Verboom (56), teammanager hockeymannen 2010-2012, zilver met ploeg op Olympische Spelen van Londen (2012)

„Behouden wat goed is, veranderen wat er beter kan, dat zou mijn suggestie zijn. Ik vind het absoluut goed dat beiden blijven, want ik denk ook dat de juiste weg ingeslagen is. Maar natuurlijk moeten er dingen veranderen, met name bij de mannen. Ik heb het gevoel dat deze generatie niet erg pijn durft te lijden. Ze denken dat ze afzien, maar ik weet niet of ze tot het gaatje gaan. Je hebt boemannen nodig, spelers die in de kleedkamer orde op zaken stellen. Ik heb als manager wel meegemaakt dat Teun de Nooijer boos werd, iets wat je helemaal niet van hem verwachtte. Als coach denk je dan: oké, dan is er blijkbaar écht wat aan de hand. Dit zit niet in het DNA van dit elftal. Kijk naar de wedstrijden in Rio tegen Duitsland en België, ik kreeg er pijn van in mijn buik. Want ze kunnen zoveel beter. Na die wedstrijd tegen Australië is er iets in de beleving, focus en energie misgegaan.

„Dat is het verschil met deze generatie vrouwen. Die hébben gewonnen, die wéten wat nodig is om die extra stap te zetten. Om bij het DNA te blijven: kijk naar Den Bosch. Als je ziet hoelang die dames al heersen in de competitie. Slaapverwekkend, als je naar de stand kijkt, maar dat DNA krijgen andere speelsters weer mee.

„Wat betreft Alyson [Annan] vind ik het bovendien knap dat ze met alle risico’s van dien negen maanden voor de Spelen ergens in is gestapt, en ondanks alle perikelen toch gewoon tweede wordt. En die fout daar, tja. Ze is een vrouw van vlees en bloed. Het was haar eerste grote toernooi als eindverantwoordelijke. Het feit dat ze toegegeven heeft dat ze het niet goed gedaan heeft toen, vind ik sterk.

„Ik denk dat de dames een bredere voorraad spelers klaar hebben staan, met meer potentieel. Bij de heren is de spoeling wat dunner. Maar wat niet is, kan nog komen. En je moet mensen de komende tijd toch vlieguren gaan geven. Dat zou kunnen betekenen dat je met het oog op Tokio de groep wat gaat vergroten, er meer competitie onderling in brengt. Als er meer uitdaging komt om te presteren, dan ga je vanzelf beter spelen.”