Chaos bij dopingcontroles Rio

Olympische Spelen

Veel geplande controles werden niet uitgevoerd, stellen onafhankelijke waarnemers vast.

Er is veel misgegaan bij de dopingcontroles tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, afgelopen zomer. Dat melden onafhankelijke waarnemers in een rapport dat donderdag door het wereldantidopingburau WADA is gepubliceerd.

Voornaamste punt van kritiek is dat een groot deel van de geplande dopingcontroles in het geheel niet is uitgevoerd, waaronder die bij sporten met een hoog risicogehalte, zoals gewichtheffen. Dat had deels te maken met bezuinigingen bij het organisatiecomité Rio 2016, maar ook met gebrekkige communicatie en coördinatie van dat comité met de Braziliaanse dopingautoriteit ABCD.

Daarnaast bleken dopingcontroleurs gebrekkig getraind. Tijdens de Olympische Spelen kwam daar nog eens bij dat er te weinig vrijwilligers waren om sporters naar de dopingcontroles te begeleiden; vrijwilligers die ook nog eens slecht of in het geheel geen Engels spraken, met communicatiefouten tot gevolg.

Het rapport meldt verder dat monsters soms niet aan de juiste sporters konden worden gekoppeld, vooral een gevolg van de onwetendheid over de procedure bij veel controleurs. Daardoor zijn er volgens de waarnemers zelfs monsters verdwenen.

Dopinggevoelige sporten

Pijnlijke conclusie in het rapport is dat vooral in dopinggevoelige sporten minder dan gepland werd gecontroleerd. Dat gold onder andere voor gewichtheffen, een tak van sport waarin het Internationaal Olympisch Comité (IOC) woensdag nog zes deelnemers aan de Olympische Spelen van 2012 in Londen met terugwerkende kracht positief heeft verklaard. Dat was het resultaat van hernieuwde testen van ingevroren urinestalen. Daarbij vielen drie Kazachen en drie Wit-Russen door de mand. Zij hadden de spierversterker anabole steroïden gebruikt.

In Rio de Janeiro ging het veelvuldig mis bij de zogenoemde out-of-competition-controles, buiten de wedstrijden om. In het voetbal, waarvan de wedstrijden over geheel Brazilië waren verspreid, werden in geheel geen vliegende controles uitgevoerd.

In het Olympisch Dorp ging dagelijks meer dan de helft van de voorgenomen onaangekondigde dopingcontroles niet door, omdat sporters onvindbaar waren.

Er waren op voorhand al te weinig specialisten die bloedcontroles konden uitvoeren, nadat kort voor de Olympische Spelen een bedrijf de contractueel vastgelegde controleurs niet kon leveren. Vervolgens ontbrak de tijd om die specialisten te vervangen.

Pijnlijk voor IOC

Opvallend genoeg waren de waarnemers lovend over werk van het dopinglaboratorium in Rio de Janeiro. Oorspronkelijk had WADA twijfels over de kundigheid van het lab en was tot kort voor de Olympische Spelen de accreditatie ingetrokken. Pas vijftien dagen voor de opening kreeg het laboratorium groen licht om zijn werkzaamheden te hervatten. Puntje van kritiek was wel de povere huisvesting van buitenlandse specialisten in het laboratorium. Eén van hen was vijf keer van accommodatie gewisseld tijdens de Spelen.

De hoge foutenlast bij de dopingcontroles in Rio de Janeiro is vooral pijnlijk voor het IOC, dat voorafgaande aan de Olympische Spelen werd geconfronteerd met een door de staat gestuurd dopingschandaal in Rusland. In het tweede en laatste rapport van WADA over de Russische kwestie werd gemeld dat er in 2014 tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji in het dopinglaboratorium was gesjoemeld met dopingmonsters van Russische sporters.

De Russische atleten ontbraken op de Spelen in Rio de Janeiro vanwege een door de internationale atletiekfederatie IAAF opgelegde schorsing. Dat was weer een gevolg van de onthulling dat in de Russische atletiek op grote schaal met dopingcontroles en monsters werd gefraudeerd.

Ondanks tekortkomingen stelt het IOC dat het programma „succesvol” was. „Wel waren er wat opstartproblemen, onder meer door een gebrek aan deskundige vrijwilligers”, aldus het IOC. „Dit is echter op een adequate manier aangepakt. Er waren veel integere personen bij betrokken en die hebben hun werk naar behoren gedaan.”