Column

Bij de Brexit zaten die economen wéér fout

©

Oh, dear. De Britse economie groeit als een dolle. Dat was toch niet helemaal voorspeld door economen – experts, zeg maar. U weet wel, die mensen waar u de buik vol van heeft. Nee, uit de monden van economen en gerespecteerde instituten klonken sombere waarschuwingen voor wat er zou gebeuren als de Britten voor een vertrek uit de Europese Unie zouden stemmen: recessie, werkloosheid, paniek, financiële crash, dat soort werk.

Donderdag kwam dan eindelijk het langverwachte economische groeicijfer voor het kwartaal na 23 juni, de dag van het Brexit-referendum. Met die paniek viel het mee, zoveel was al enige weken na het referendum duidelijk. Maar hoe de economie ervoor stond, was moeilijk te zeggen. In augustus nog was de officiële verwachte groei voor juli, augustus en september 0,1 procent. De werkelijke groei bleek donderdag: 0,5 procent.

De Britse pro-Brexit tabloidkrant Daily Mail vatte het goede nieuws in stijl samen: „Vier maanden na de Brexit, en het is officieel, het VK is booming! De economie GROEIDE met 0,5 procent in de drie maanden na de historische stemming ondanks vreselijke waarschuwingen van Project Angst.” De krant zette alle foute voorspellingen van politici, ‘experts’ en bedrijfsleiders nog even op een rij. Excuses zijn al opgeëist, maar nog niet aangeboden.

Tja, daar zit je dan als econoom. Met je praatjes. Alle verwachtingen verslagen, alle doemscenario’s te kijk gezet. De Britse economie zou wel eens een van de snelst groeiende grote economieën kunnen worden dit jaar. Eat that, voorspellers. Als confetti bij dit feest kondigde de Japanse autofabrikant Nissan deze week aan ook na 2019 auto’s te blijven produceren in het Verenigd Koninkrijk. Brexit hurray!

Zou het? Analisten hadden direct zorgelijke kanttekeningen bij het groeicijfer. Alleen de dienstensector groeide in het derde kwartaal. De landbouw, de industrie en de bouw krompen. De industrie en de bouw zelfs hard. Dat zijn precies de sectoren die met grensoverschrijdende handel te maken hebben (landbouw en industrie) of met internationaal kapitaalverkeer (bouw), merkte de Financial Times op.

Zaten die voorspellers er nou zo naast? Ja. Ze waren te somber, ook al waren veel voorspellers voorzichtiger dan ik hierboven schets. Een van de weinige economen die de doemscenario’s bekritiseerde was Paul Krugman, Nobelprijswinnaar en columnist van The New York Times. Hij vond de somberte zelfs dubieus. Krugman dacht dat de economische klap op de korte termijn wel mee zou vallen. Toch is ook Krugman heel helder: een Brexit is slecht voor de Britse economie, alleen niet op korte termijn.

En hier zit precies het punt. De voorspellingen waren gestoeld op twee gedachten: 1. De onzekerheid over hoe precies het VK en de EU gaan scheiden, zal op korte termijn economische activiteit afremmen. (Wellicht is dit nu te zien in de landbouw, bouw en industrie) 2. Als het VK de EU verlaat, zal het minder makkelijk met de EU kunnen handelen. Dat is op termijn, als de Brexit is uitonderhandeld, slecht voor de economie.

Beide gedachten leveren geen precieze voorspellingen op. Krugman geloofde niks van het onzekerheidsargument („Dat hoor je nooit over andere grote hervormingen die nog in de maak zijn, bijvoorbeeld voor de arbeidsmarkt”). Het ligt er maar aan hoe mensen en bedrijven reageren. Dat geldt ook voor de Brexit op de lange termijn: hoe het uitpakt ligt aan de deal die Europa en het VK sluiten.

Ik heb hier eerder gepleit voor een eerlijke zelfevaluatie door economen van hun Brexitvoorspellingen: wat klopt er wel? Wat niet? Voorspellen ze vanaf nu anders? Ik zou zeggen: kom maar op met die evaluaties.

Marike Stellinga is econoom en schrijft elke zaterdag op deze plek over politiek en economie