Opinie

Bestrijd Wilders’ opvattingen, maar niet in de rechtszaal

Moslims zijn constructieve medeburgers, DENK is een respectabele partij en Wilders moet kunnen zeggen wat hij vindt, aldus die op verzoek van Wilders optreedt als getuige-deskundige in de rechtszaak tegen hem.

Donderdag berichtte deze krant dat ik een van de twee getuigen zal zijn tijdens het strafproces tegen Geert Wilders, waar hij terecht staat voor zijn zogenaamde ‘minder minder’-uitspraak. Ik zal dan niet voor Wilders pleiten, zoals de kop ten onrechte aangaf. Ik wil de ideeën van Wilders juist bestrijden.

Wilders associeert de islam met homohaat, achterstelling van vrouwen, een anti-democratische instelling en terreur. Daarbij gaat hij ervan uit dat moslims in Nederland niet willen integreren en zich ingraven in afwijkende normen en waarden. Maar dat beeld klopt helemaal niet. De islam schrijft de gelovigen juist voor dat zij zich moeten aanpassen als zij in een land in de minderheid zijn. En empirisch onderzoek toont aan dat zij daarin ook goed slagen.

Het gaat alleen mis als moslims zich buitengesloten voelen. Dan zit er voor hen niets anders op dan terug te vallen op de eigen groep en de oude waarden te omarmen. Daardoor kan de retoriek van Wilders een self-fulfilling prophecy worden: door zijn negatieve bejegening neemt de bereidheid onder moslims om volwaardig deel te nemen aan de samenleving af.

Bestrijding van Wilders’ opvattingen is noodzakelijk, maar hoort thuis in het publieke debat – niet in de rechtszaal. In een democratie gaat het om het overtuigen van de ander met argumenten, niet met de dreiging van strafoplegging. Dat Wilders met zijn opmerkingen soms choqueert, is een reden om hem stevig van repliek te dienen, maar niet om hem via het strafrecht het zwijgen op te leggen. Dit is ook de boodschap van artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Bescherming van de Rechten van de Mens en van het Hof in Straatsburg dat toeziet op de naleving ervan.

Of we het nu leuk vinden of niet, Wilders is een democratisch gekozen politicus en onze scheiding van staatsmachten komt onder druk te staan als de rechter de meetlat langs zijn opvattingen legt. De kans is groot dat de rechtbank met haar oordeel een speler wordt in de politieke discussie.

Hoe het vonnis ook zal uitvallen, Wilders zal straks verzekerd zijn van veel publiciteit in de aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen. Wordt hij veroordeeld, dan zullen zijn aanhangers geneigd zijn hun sympathie te tonen door op zijn partij te stemmen. De pogingen van de rechtbank om het tempo erin te houden, maken duidelijk dat zij zich bewust is van dit risico. Maar men had dit risico beter helemaal kunnen uitsluiten door de zaak van de rol af te voeren.

Wilders representeert als volksvertegenwoordiger het gedachtegoed van honderdduizenden kiezers. Het Openbaar Ministerie lijkt geen aanstalten te maken om hen allemaal te vervolgen. Dat is verstandig, maar waarom moet Wilders dan wel voor het hekje verschijnen? En dat terwijl ons rechtstelsel ervan uitgaat dat de vrijheid van meningsuiting van volksvertegenwoordigers meer bescherming verdient dan die van gewone burgers.

De sociale psychologie leert ons dat vooroordelen niet gebaseerd zijn op haat jegens de ander, maar op een gebrek aan eigenwaarde van degene die de vooroordelen koestert. Dat blijkt wel uit het feit dat de PVV de moslims als zondebok ooit moeiteloos inruilde voor de inwoners van Midden- en Oost-Europa.

Om die vooroordelen weg te nemen moet het zelfvertrouwen van Wilders aanhang worden opgekrikt. Zo bezien is het contraproductief om hun denkbeelden strafrechtelijk af te serveren. Het op gang brengen van het gesprek tussen de verschillende bevolkingsgroepen is wel een goede remedie.

De lijsttrekkers voor de verkiezingen van maart lijken het over een ding eens: het bij elkaar houden van de samenleving wordt de grote uitdaging van de komende regeerperiode. Dan is het vreemd om de beslissingen over die maatschappelijke cohesie naar de rechter te outsourcen. Het debat hierover hoort in de politiek en de samenleving thuis. Dat zal moeten gaan over de zorgen die veel geboren Nederlanders hebben over hun toekomst, mede in het licht van immigratie en integratie.

Maar daarin zal ook aandacht moeten zijn voor de pogingen van Tunahan Kuzu en de leden van DENK om een grote groep Nederlanders die tot nu toe politiek aan de kant stond, in het proces te betrekken. In plaats van Kuzu neer te zetten als deloyaal aan Nederland, zoals gebeurde tijdens het Erdogan-debat, verdienen hij en zijn collega’s respect voor hun inspanningen om onze democratie op peil te houden en te verjongen. En ook de alsmaar uitdijende ant-iterrorisme maatregelen, die de moslimgemeenschap het gevoel geven per definitie verdacht te zijn, moeten in het debat worden betrokken.

Het wordt tijd dat we de hier aanwezige moslims gaan accepteren voor wie ze zijn, namelijk constructieve medeburgers wier geloof een belangrijke motor is achter hun integratie in de Nederlandse samenleving. Dan slinkt de aanhang voor de ideeën van Wilders vanzelf.