Staking afgewend, maar wat is er toch aan de hand tussen schaatsers en bond?

Schaatsen

Een staking is van de baan, het schaatsseizoen kan beginnen. Maar zijn de problemen tussen bond en schaatsers nu opgelost? Vijf vragen en antwoorden.

Sven Kramer bij de teampresentatie van de schaatsploeg Team LottoNL-Jumbo. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Helemaal klaar waren ze met schaatsbond KNSB. Voor elke training, na elke training en bij elke ploegpresentatie ging het in de aanloop naar het nieuwe seizoen slechts over één ding: staken of niet staken bij de eerste wedstrijd, vanaf vrijdag in Groningen om de KNSB Cup en wereldbekertickets.

Topschaatsers, sponsors van de commerciële teams en de gewesten pikten het niet langer dat zij werden aangeslagen voor een tekort op de begroting van de bond. „Er zijn zoveel reserves doorheen gejaagd op het bondsbureau en voor die kosten moeten anderen nu opdraaien”, sprak boegbeeld Sven Kramer onlangs in deze krant. Staken dus? Woensdagavond negen uur, anderhalf etmaal voor de start van de wedstrijd, was er ineens toch witte rook. De strijdende partijen zijn het alsnog eens geworden.

1 Waarom is er nu plotseling toch een akkoord?

Vooral wegens teruglopende sponsorinkomsten moest de bond dit jaar 2,7 miljoen euro bezuinigen. Aanvankelijk werd dit voor een fors deel afgewenteld op de schaatsers (korting op hun premiepot), sponsorteams (hogere kosten voor een licentie) en op de gewesten (minder geld voor opleiding). Onaanvaardbaar, vond een convenantgroep van de drie partijen. Maar als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Half oktober besloot de internationale schaatsunie ISU plotseling om het EK van 2017 te verplaatsen van Polen naar Heerenveen. Kassa voor het Nederlandse schaatsen, geschatte opbrengst twee miljoen euro. Inkomsten genoeg om alle partijen alsnog tevreden te stellen met een compromis. De bond vult de premiepot van de schaatsers, aanvankelijk gekort van 1,1 miljoen euro naar zes ton, de komende twee seizoen jaarlijks met 975.000 euro. De commerciële teams betalen geen licentiegeld maar wel 25.000 euro voor talentontwikkeling. Deze donderdagavond zal de ledenraad van de KNSB het akkoord naar verwachting goedkeuren.

2 Zijn alle problemen nu definitief opgelost?

Nee, het akkoord leidt hooguit tot een tijdelijke wapenstilstand. Want bij alle commotie over staken of niet staken blijft één ding duidelijk: op de ijsvloer is de onvrede over bestuur en directie van de KNSB groter dan ooit. Niet eerder was er in alle geledingen zoveel eensgezindheid. Sponsors, coaches, schaatsers. Van wereldtopper tot gewestelijk rijder, van shorttrack tot marathon. „Iedereen staat compleet achter elkaar, dat is heel mooi”, vertelde Jorien ter Mors, topper op de langebaan en in het shorttrack, eerder deze week bij de presentatie van haar ploeg Afterpay.

Infographic NRC

Infographic NRC

3 Hebben de schaatsers veel te klagen?

Zie die parkeerplaats vol blinkende auto’s in de kleuren van de sponsors, op zomaar een trainingsdag bij de nagelnieuwe Elfstedenhal in Leeuwarden. Binnen flitsen idolen als Kramer en Ireen Wüst voorbij, in treintjes van hun eigen ploeg. Natuurlijk, het aantal teams liep terug. Corendon en Stressless stopten, Continu en Beslist.nl gingen samen in Plantina. Maar de rest van de wereld kijkt nog altijd jaloers naar de zes commerciële teams in Nederland. Of naar het prachtig ‘vernieuwbouwde’ ijspaleis Thialf, dat binnenkort open gaat. En dan heeft Nederland met de nieuwe voorzitter Jan Dijkema voor het eerst sinds 1945 weer de leiding over de ISU. Naast de toewijzing voor het EK 2017 kreeg Heerenveen ook alvast het WK sprint in 2019. Ongekende weelde, zo lijkt.

4 Wat willen de schaatsers dan nog meer?

Geld is voor de schaatsers niet eens het grootste probleem. Ze willen invloed. „Wij hebben ook iets te zeggen”, stelt Ter Mors. Maar van Ard & Keessie tot Rintje Ritsma heeft de KNSB een treurige geschiedenis van omgang met kampioenen die de sport groot maakten. Ook nu weer is het conflict grotendeels terug te voeren op strijd tussen ‘de ivoren toren’ van het bondsbureau, zoals Kramer het noemt, en de praktijk op en rond de ijsbaan. De directie beschikt over weinig draagvlak om nieuw beleid vorm te geven. „Wie verdient hier eigenlijk het geld”, vragen de toppers zich af. Vooral dankzij hun haalt de bond nog altijd ruim acht miljoen euro per jaar op aan sponsorinkomsten en is elk titeltoernooi in Nederland een kassucces. ‘Dus’ willen de sporters en hun sponsorteams, die samen ook ongeveer acht miljoen euro inbrengen, meer invloed op het beleid.

5 Komt er ooit een oplossing voor het ‘eeuwige’ conflict?

Schaatsen en ruzie horen onlosmakelijk bij elkaar. Kleine sport, Nederland als middelpunt van de wereld. Maar een tikje beschamend wordt het zo langzamerhand wel. Ard Schenk kwam al in 2009 met een goed doortimmerd plan om top- en breedtesport binnen de bond van elkaar te scheiden. De toenmalige voorzitter Doekle Terpstra kreeg het voorstel er niet door. En ruimde in 2013 zelf het veld na kritiek van Kramer en zijn ploeg TVM. Sindsdien volgen directeuren elkaar in razend tempo op, zonder veel zicht op verbetering. Hoog tijd om top en breedte van elkaar te scheiden. Of anders ten minste alvast een oud-topper als Bart Veldkamp, Rintje Ritsma of Mark Tuitert in de directie van de bond?