Opinie

Waals verzet tegen CETA was niet fraai, maar wel terecht

Opinie Het echte probleem is dat het debat pas losbarstte op het moment dat de EU en Canada wilden tekenen, schrijft europarlementariër Bas Eickhout.

©

Het kleine Wallonië blokkeerde tot donderdag het handelsakkoord CETA tussen de EU en Canada. „De EU is verlamd” en „een blamage voor de geloofwaardigheid van de EU” waren de reacties in de Nederlandse media op het Waalse ‘nee’. Doorgaans wordt de Europese Unie een democratisch tekort verwezen. Nu het om handel gaat, lijken velen zich ineens aan een democratisch overschot te ergeren. „Met 28 veto’s kunnen onze internationale partners ons niet vertrouwen en onmogelijk zaken met ons doen”, zo luidt het.

Ook ik ben geen fan van veto’s in de Europese besluitvorming. Helaas hoor ik minder verontwaardiging als Polen klimaatafspraken frustreert of wanneer Luxemburg weer eens dwarsligt om belastingontwijking aan te pakken. Ook als de benodigde unanimiteit voor de sancties tegen Rusland bedreigd wordt, hoor ik te weinig mensen klagen over een gebrek aan daadkracht van de Europese Unie.

Of we in de Unie met unanimiteit of meerderheid besluiten, hangt af van het beleidsterrein. Handelsbeleid is volgens de verdragen een Europese competentie. Jarenlang sloot de EU tientallen handelsakkoorden zonder bezwaren van individuele lidstaten. Deze gingen echter vooral over het wegnemen van douanetarieven voor industriële goederen. Pas onlangs heeft de ambitie bij de Europese Commissie een grote vlucht genomen richting een nieuwe generatie van ‘allesomvattende economische- en handelsakkoorden’, waar de afkorting CETA letterlijk voor staat.

Gevoelige competenties

Terecht accepteren lidstaten niet langer dat zulke allesomvattende akkoorden de exclusieve competentie van de Europese Unie zijn. CETA raakt aan gevoelige nationale competenties zoals investeringsbescherming, diensten, intellectueel eigendom en procedures om regels op elkaar af te stemmen. Talloze analyses, inclusief een recent oordeel van het Duitse Constitutionele Hof, hebben blootgelegd hoe diep CETA ingrijpt in de nationale democratie en de rechtsstaat. Ieder parlement heeft dus het recht en zelfs de plicht om een dergelijk internationaal verdrag uiterst zorgvuldig te toetsen.

Ik steun het ideaal van een daadkrachtige EU, die als grootste markt ter wereld haar gewicht in de strijd gooit om rechtvaardigere en duurzamere handel te realiseren. Maar om die rol succesvol te kunnen spelen, moet de EU zich bezinnen op zowel de inhoud van het handelsbeleid als op de democratische processen voor de goedkeuring van handelsakkoorden.

Het zijn niet alleen drie miljoen Walen die kritisch zijn over CETA. De afgelopen jaren was er een steeds luidere, wereldwijde kritiek op TTIP en andere handelsverdragen, zeker niet alleen afkomstig uit links- en rechts-extremistische kringen. Het bracht de Europese Commissie en Raad slechts tot kleine aanpassingen in plaats van een koerswijziging: ietsje meer openheid tijdens het onderhandelingsproces, ietsje minder obscene privileges voor buitenlandse investeerders, een sussende verklaring bij het CETA-verdrag om de critici aan boord te krijgen. Een echte herbezinning op welk handelsbeleid bijdraagt aan rechtvaardige globalisering blijft uit. Critici, zoals de Walen maar ook ik zelf, kregen tijdens de onderhandelingen steeds te horen: wacht met je oordeel tot het eindresultaat. Nu de Walen het eindresultaat als onvoldoende beoordelen, wordt hen verweten ‘last-minute’ met bezwaren te komen en de feestelijke Canada-top te verpesten. Hun veto mag dan niet fraai zijn voor het imago van de EU, de druk op het Waalse Parlement om CETA nu zo snel mogelijk te slikken verdient ook geen schoonheidsprijs.

Als we veto-verlamming willen voorkomen, zijn er twee keuzes. Ofwel de Commissie beperkt zich tot traditionele handelsakkoorden zodat het democratisch verantwoord is om met een meerderheid van stemmen te besluiten. Ofwel we veranderen de spelregels zodat internationale economische verdragen op Europees niveau gesloten én gecontroleerd worden. Dan mogen niet alleen de lidstaten, maar mag ook het Europees Parlement meeschrijven aan het mandaat, in plaats van alleen ‘ja’ of ‘nee’ te kunnen zeggen aan het eind van de rit.

Een rechtvaardiger handelsbeleid en een beter democratisch proces hadden ervoor kunnen zorgen dat het maatschappelijk debat over CETA was begonnen voorafgaand aan het besluit in 2009 om de onderhandelingen te openen. Dat debat is er nu pas, terwijl de Canadese premier Trudeau al bijna in het vliegtuig zit voor de ondertekeningsceremonie. De discussie nu de kop in drukken en over het Waalse parlement heen walsen om de daadkracht van Europa te bewijzen, lijkt mij pas echt een gevaar voor het vertrouwen in de EU.