Segregatie

Dat deel ik dan toch maar met mijn geliefde stad: de geboortedag. Op 27 oktober 1275 verleende Floris V de bewoners rond de Dam tolvrijheid en vele jaren later werd ik op diezelfde dag geboren. Net als Amsterdam ben ik behoorlijk tevreden en heb ik weinig materiële wensen. Ik kijk redelijk optimistisch naar de toekomst en de stad en ik zijn beide gezond — even afkloppen. Maar een groot verschil is natuurlijk wel de lengte van de toekomst. Over enkele decennia ben ik hier klaar en dan moet de stad nog even door. En wat die langere termijn betreft heb ik wel een paar wensen.

De bevolkingsgroepen leven steeds meer langs elkaar heen, om maar wat te noemen. Het woord segregatie valt steeds vaker. Je kunt het zelf waarnemen, van de Javastraat in Oost, waar ze in de blanke cafés fulmineren tegen de Turkse en Marokkaanse winkeliers ernaast, tot het Osdorpplein in Nieuw-West waar de Marokkaanse en Turkse winkeliers maar moeilijk tot samenwerking komen.

De verschillen tussen binnen (blank) en buiten de ring (gemengd) worden almaar scherper; ‘Parijse’ en ‘Londense’ toestanden worden gevreesd. Kinderen van blanke welgestelden fietsen de halve stad door om maar niet naar een gemengde school te hoeven. Laatst op een discussieavond in De Balie bracht gemeenteraadslid Sofyan Mbarki (PvdA) zelfs zijn eigen kinderen in stelling. Het komt erop neer dat Mbarki in Amsterdam opgroeide als een Nederlandse jongen, onder andere doordat niemand hem had verteld dat de ramadan on-Nederlands was; nu groeien zijn kinderen in veel sterkere mate op als Marokkanen, niet in de laatste plaats omdat ze daar telkens aan worden herinnerd. Volgens het CBS zijn Mbarki’s kinderen autochtoon – want telgen van hier geboren ouders – maar op straat voelen ze zich allochtoner dan Mbarki ooit heeft gedaan. Raar toch?

Hoe verontrustend dat precies is weet ik niet, maar vreemd is het wel. Sofyan Mbarki leek mij een serieuze en toegewijde man, geen aansteller, eerder een aanpakker dan een tobber. Toch zei hij in De Balie: „De allochtoon wordt steeds meer een buitenstaander.”

Een 741-jarige met een roemrijk verleden als toevluchtsoord voor andersdenkenden en -gelovigen wens je dit niet toe. In een stokoude vrijzinnige stad zouden migranten zich geen buitenstaander mogen voelen. Toch is dat kennelijk wel zo. In toenemende mate zelfs, als we Mbarki mogen geloven. Zelfs op de meest interraciale plekjes die we hebben, de voetbalvelden, vindt ‘segregatie’ plaats, las ik deze week. Buiten de ring en boven het IJ kun je zo terecht op een voetbalclub: plaats genoeg. In de ‘leuke wijken’ kom je op een wachtlijst. Liever doen veel ouders hun kinderen nog even niet op een club, dan dat ze hen sturen naar een club waar zullie de toon zetten.

Dat ligt ook vast aan zullie, maar daar gaat het nu niet om. Waar het om gaat is dat een stad met witte wijken, witte scholen, een witte Universiteit van Amsterdam en witte sportclubs iets minder te vieren heeft dan ze zelf denkt.

Auke Kok is schrijver en journalist.