Rutte tornt niet aan kosten van koning

Geld en Oranje

Premier Rutte verweet Kamerleden „populisme”, tijdens het debat over de begroting van het Koninklijk Huis. Dat werd donderdag fel gevoerd, na ophef over de toelages en belastingvrijdom. Het debat in vijf speerpunten.

Foto ANP / Remko de Waal

1. De belastingen

De PvdA kondigde aan met een initiatiefwetsvoorstel te komen om belasting te gaan heffen op de toelages voor koning, koningin, prinses en kroonprinses. Dit omdat premier Rutte steeds aangaf de motie die het kabinet opriep dit te gaan doen, niet te zullen uitvoeren. Het belastingplan van SP en PvdA vergt een grondwetswijziging. Zeer onzeker is of de benodigde tweederde meerderheid in beide Kamers aanwezig is.

De belastingkwestie kwam een paar weken geleden op scherp te staan na onthullingen van RTL Nieuws. Dat meldde dat het koningshuis in 1972 via het kabinet een compensatie had geregeld voor de belastingplicht die toen ging gelden op het privédeel van het vermogen van de Oranjes. Dit zou niet aan de Kamer zijn gemeld. Woensdag liet premier Rutte in een brief aan de Kamer weten daarvoor geen bewijs te hebben gevonden. Wel kondigde hij aan nader historisch onderzoek te laten doen naar de manier waarop de hoogte van onder meer de toelages tot stand was gekomen.

Rutte toonde zich bezorgd over de beeldvorming rond dit onderwerp. „De term ‘geheime deal’”, zei hij, „zet een beeld neer alsof het toenmalig kabinet deed alsof de koningin vermogensbelasting moest betalen, maar dat de staat dat stiekem elk jaar terugstort. Dat is wat veel Nederlanders nu denken. Daar is gewoon geen sprake van.” Rutte verweet de SP als „verklaard tegenstander van de huidige staatsvorm” „schade te berokkenen” aan de monarchie, door op dit onderwerp steeds te blijven doorvragen.

2. De toelages voor de kroonprinses

De discussie richtte zich donderdag vooral op de uitgaven voor kroonprinses Amalia (12) als ze achttien wordt. Dan krijgt ze een persoonlijke toelage van ongeveer 260.000 euro als kroonprinses en een vergoeding van 1,2 miljoen euro voor de functionele kosten die ze als kroonprinses gaat maken. „Anderhalf miljoen in totaal, dat komt op ons wel een beetje ruim over”, zei D66-leider Pechtold. „Dat is 178 keer het minimumloon van een 18-jarige”, klaagde SP-Kamerlid Van Raak. „Puur populisme”, zei premier Rutte op zijn beurt. Hij verweet SP en D66 het „weglopen voor verantwoordelijkheden”. Immers, de Kamer is in 2008 zelf akkoord gegaan met deze toelages. PvdA-Kamerlid Recourt verdedigde echter het recht van de Kamer om acht jaar later anders over de hoogte van toelages te gaan denken. „We snappen niet”, zei hij, „dat die kosten zo hoog moeten zijn als zij voornamelijk nog studeert.”

Overigens bepleitten veel partijen (SP, D66, ChristenUnie, PvdA, GroenLinks) om alle financiële regelingen voor het koningshuis tegen het licht te houden, gezien alle rumoer. Rutte zei daarvoor open te staan.

3. De ‘slordigheden’ van de premier

Een groot deel van de Kamer (onder meer CDA, ChristenUnie, D66, PvdA) hekelde het optreden van Rutte rond de vermeende compensatieregeling, en andere koninklijke kostenkwesties. Door bij een persconferentie te vertellen dat de koning noch zijn moeder iets van wisten van een compensatieregeling, had de premier het koningshuis onnodig in de discussie betrokken, luidde de kritiek. CDA-Kamerlid Mustafa Amhaouch: „Het is maar al te vaak gebeurd dat aanhoudende discussies over de kosten van het koningschap werden aangewakkerd door nonchalance en slordigheden van de minister-president.”

Rutte verdedigde zijn handelwijze. „Ik vond en vind het verstandig wat ik heb gedaan”, zei hij over zijn openheid over wat de koning had gezegd over de mogelijke compensatieregeling. Hij verwees naar advies van de Raad van State om bij ophef over onjuiste berichtgeving over het koningshuis, ook te verwijzen naar wat het koningshuis daar zelf over zegt. Rutte: „Als ik dat niet had gedaan, dan had iedereen gezegd: ja, maar wat weet de koning er zelf van?” Door geen antwoord te geven, „was de vraag in de lucht blijven hangen of de koning en zijn moeder wisten van deze op dat moment suggestieve geheime deal”. Dat was „buitengewoon schadelijk” geweest, aldus de premier. De meeste Kamerleden bleken niet overtuigd. „Een dunne redenering”, zei Pechtold.

4. Nut van de monarchie

Meer dan andere jaren belichtten diverse Kamerleden tijdens de begrotingsbehandeling de invulling van de huidige staatsvorm. PvdA, VVD en christelijke partijen beklemtoonden het belang van de „belangrijke binding in tijden van polarisatie” (aldus ChristenUnie-voorman Segers) door het koningshuis. De monarchie is „een waardevol instituut waarmee nieuwkomers zich gemakkelijk identificeren”, zei Segers. Ook zorgt de koning, aldus veel partijen, voor geld en banen door grote handelsmissies te laten meegaan met staatsbezoeken, nu weer naar Australië. SP-Kamerlid Ronald van Raak hekelde de, in zijn ogen, ‘platte’ benadering van het koningshuis door Rutte en de VVD. „Altijd praten over het koningshuis: Ja dat levert geld op , ja dat opent deuren bij bedrijven.”

5. Cultuurgoed

Diverse Kamerleden bepleitten meer mogelijkheden om de culturele en historische kanten van de monarchie toegankelijker te maken voor het publiek. D66 wilde een digitale rondleiding realiseren rond de graftombes van de Oranjes in de Nieuwe Kerk in Delft. PvdA-Kamerlid Recourt wilde onder meer Paleis Noordeinde en de Koninklijke Stallen open houden voor het publiek, na gebleken enthousiasme bij eerdere openingen. Rutte zegde dat laatste toe.

Verder hekelde D66 het gemak waarmee de Oranjes waardevol cultuurgoed zoals het schilderij Boschbrand van Raden Saleh naar het buitenland hadden laten verdwijnen, zoals onlangs uit een publicatie in NRC bleek.