Een ploert in de ontkenningsfase

Voor de Audi Q7 hoef je maar 15 procent bij te tellen, terwijl de milieu-winst nul is, schrijft Bas van Putten. „Een parlementaire enquête waard.”

Het imperialistisch vette lijf dat mijn oprit annexeert, heet Audi Q7 3.0 TDI e-tron, SUV met een stekker. Ik ben kwaad op die auto, hoewel hij rijdt als een droom, log maar vorstelijk. Hij is de Jan Pieterszoon Coen onder de belastingprofiteurs. Volgezogen met geld van het volk dat de VOC-mentaliteit van Nederlandse ondernemers de afgelopen jaren nolens volens ondersteunde met gepeperde fiscale voordelen voor zogenaamd schone en zuinige hybrides.

Zakelijk rijd je e-tron, startprijs 85.000 euro, met vijftien procent bijtelling. Alle andere Q7’s staan op 25. Deze valt in de prijzen wegens, op papier, een CO2-uitstoot van minder dan 50 gram per kilometer en een verbruik van 1 op 58 – de theoretische waarden waar de Nederlandse politiek blind intrapte. Vorig jaar zou dat ze ven procent zijn geweest, maar toen zat Audi nog te woekeren met ruimte voor het batterijpakket en kon de Volvo XC90 T8 Plugin hybride met de eer gaan strijken; 2.500 klanten kochten voor een ton een Volvo voor de bonus die wordt opgebracht door mensen die hem niet kunnen betalen. Wie toen naast het net viste en zich te Feyenoord voelt voor Volvo neemt nu deze.

Vooruit dan, gassen maar, als die 373 pk toch duizend bloemen laten bloeien. Uch, na een week geeft de verbruiksmeter krap 1 op 14 aan. Wie had anders verwacht? Al die stekker-SUVs voor de fiscale ecoloterij waren pathologische leugenaars. De XC90 reed 1 op 10, de Mitsubishi Outlander PHEV 1 op 12. Het bos liet geen blad minder vallen.

Van wat die grap de fiscus aan gederfde inkomsten heeft gekost, had je tien Concertgebouworkesten en een stad vol Rijksmusea op de been kunnen houden: miljarden. Staatssecretaris Wiebes van financiën heeft het absurde bijtelling-regime terecht ontmanteld, maar het recht zegeviert te laat. Pas volgend jaar, wanneer het bijtellingspercentage voor alle niet volledig elektrische auto’s wordt verhoogd naar 22 procent, is Nederland verlost van een maatschappelijk schandaal dat een parlementaire enquête waardig is. Alle Q7’s die dit jaar op kenteken worden gezet behouden hun fiscale privilege bovendien vijf jaar.

Kiloknaller

Het vernederendste is dat ik dat plompe ding met bloedend hart nog moet gaan nuanceren ook. Binnen de randvoorwaarden van zijn opportunistische concept presteert de Audi niet eens slecht. Het verbruik is voor een klomp van 2.400 kilo best spectaculair, en op de elektromotor brengt de e-tron je aanzienlijk verder dan de Volvo XC90 T8. Die haalt na twintig kilometer bakzeil, de Audi komt binnen mijn regio tot 60. Tegen een hoge prijs. De drieliter diesel is weliswaar een stuk zuiniger dan de benzinemotor van de XC90, het illustreert de krankzinnigheid van de plugin-formule dat de Audi-TDI zonder zijn ballast van 400 kilo batterijen waarschijnlijk 1 op 16 had gehaald. De massa die hem in de kaart moet spelen verslindt energie. Het gewicht voel je bij elke kilometer. De prestaties die de auto op papier zou moeten leveren – van nul naar honderd in 6,2 seconden is snel – ervaar je met dat blok aan je been in slow-motion.

Verder kwam door het batterijpakket onder de laadbodem de derde zitrij te vervallen, een offer dat het SUV-concept de facto liquideert. Dat zijn twee hockeymeisjes minder achterin, zijn raison d’être. Voor een vergelijkbaar bedrag heb je in dezelfde bijtellingscategorie een hybride BMW 7-serie 740E, limo voor staatsmannen. Maar dan heb je vier cilinders en geen zes.

Dan nog raad ik hem de voordeeljagers die voor de poorten van de Wiebeshel hun kiloknaller willen pakken dringend af. Ze staan te kijk. De presentatie is een aanfluiting. De eerste Q7 was een onelegant maar sterk ontwerp, een tough guy zonder valse schaamte over zijn exhibitionistische bedoelingen. Het was een eerlijke auto. De nieuwe is een ploert in de ontkenningsfase, de cowboy die het pseudo-representatieve pak heeft aangetrokken dat hem vadsiger en onoprechter maakt. Door de onbeweeglijk rechtlijnige vetheid van de vorm lijkt de koets zelfs op 21 inch-velgen door zijn hoeven te zakken. De enorme grille gaapt als de eeuwig geopende muil van een walvishaai die voor de oogst van de planktonjacht geen poot wenst uit te steken, hoe symbolisch.

Hij is een grove nieuwbouwvilla in een verkeerde buitenwijk van Almere. Met vloerverwarming en drielaags thermophane, een marmeren schouw, de duurste hifi van de buurt. Niet om aan te zien, maar wel de grootste van de straat. En de accountant die er woont, rijdt e-tron in de waan dat stijl volume is en duurkoop goedkoop. Heer, erbarm U.