Op het Strafhof moet de wereld zuinig proberen te zijn

nrcvindt

Aan nieuws over afkalvende internationale samenwerking, oplopende spanningen en meer naar binnen gerichte landen is geen gebrek. Dat binnen één week Zuid-Afrika en Gambia aankondigden niet langer aan het Internationale Strafhof te willen deelnemen wegens veronderstelde anti-Afrikaanse vooringenomenheid, past daarin. Behalve nieuwe verdragen die vlak voor ondertekening stranden of last minute afhakers kent (TTIP, Ceta, Oekraïne-EU) is dit Statuut van Rome uit 2002 het tweede grote verdrag na de Brexit uit het Verdrag van Rome van 1957 dat handtekeningen verliest. Het Strafhof miste van begin af deelname van Rusland, China en de VS. Wat de opdracht om legitimiteit te verwerven door toegekend gezag al meteen moeilijk uitvoerbaar maakte. Wie het Strafhof verlaat, bevindt zich immers in machtig geopolitiek gezelschap. Het tekent het geringe politieke draagvlak.

Inmiddels is in Den Haag een vrij imposant complex gebouwd voor het ICC, dat dus moet oppassen geen lege huls te worden. Het Hof heeft in zijn korte bestaan vier personen wegens oorlogsmisdaden veroordeeld, één vrijgesproken en vier zaken meer of minder voorlopig gesloten wegens gebrek aan bewijs. Het Hof heeft 23 zaken op de rol, 6 verdachten in hechtenis en 13 arrestatiebevelen uitgebracht. Vrijwel al het onderzoek wordt in landen van het Afrikaanse continent gedaan – daarbuiten loopt alleen een zaak tegen Georgië. En er wordt oriënterend onderzoek gedaan in Colombia, Afghanistan, Irak en de Palestijnse gebieden. Ook de meest genereuze waarnemer zal over het Hof opmerken dat het tot nu toe geen doorslaggevende resultaten boekte. De recente vlotte veroordeling tot negen jaar van de terrorist Ahmad al-Faqi al-Mahdi, die in Timboektoe kunstschatten opblies, gaf wel kortstondig enige glans aan het Hof. Maar daar staan nogal wat mislukte zaken tegenover. Het Hof stuit op tegenwerking, terwijl het juist afhankelijk is van lokale steun, die het niet kan afdwingen.

Dat het ICC echter een functie heeft bij het ter verantwoording roepen van lokale machthebbers die gruwelen plegen staat als een paal boven water. ‘Is dit geen taak voor het ICC?’ – of het nu om de MH17 ramp ging, het gifgasgebruik in Syrië, de uithongering van de bevolking in Noord-Korea, de vraag werd steeds weer gesteld. Door nabestaanden, oppositiegroepen, machteloze derden of handenwringende waarnemers, ook in deze kolommen. Misschien gaat het Hof nu een moeilijke periode in. Maar dit nog jonge instrument van internationaal strafrecht mag, hoe onvolkomen ook, niet uit handen worden gegeven. Op het ICC moet de wereld zuinig zijn, ook als het voorlopig bij doormodderen blijft.