Niemand wil aan de kraan draaien

Olie

Olieproducerende landen praten zaterdag over verlaging van de productie. Zowel binnen als buiten de Opec is het verzet hiertegen hardnekkig.

Beeld Roland Blokhuizen

Met nog een maand te gaan tot de grote jaarvergadering in Wenen is het volstrekt onduidelijk of de Opec erin zal slagen de productie van ruwe olie aan banden te leggen. De markt heeft er weinig vertrouwen in: zodra de koers van een vat ruwe olie (Brent) 52 dollar aantikt, zakt hij weer terug tot rond 50 dollar per vat. De volatiliteit is groot.

De olieprijs is sinds het midden van 2014 dramatisch gezakt doordat er te veel olie op de markt gebracht werd, zowel door de Opec-landen als door de Verenigde Staten en Rusland die geen deel uitmaken van het kartel.

Van 115 dollar per vat duikelde de prijs naar 27 dollar begin dit jaar doordat de olielanden met hun staatsoliebedrijven op volle kracht bleven produceren om hun schatkisten te vullen. Saoedi-Arabië, de grootste producent binnen het kartel, en Rusland, de grootste producent daarbuiten, voorop.

Eerste slachtoffer werd de olie-industrie zelf. De grote beursgenoteerde bedrijven als Shell, BP, ExxonMobil en Total hebben bij elkaar voor miljarden moeten snijden in de uitgaven omdat ze voor deze lage prijzen niet konden produceren. In totaal werd ook voor ongeveer 1.000 miljard dollar aan nieuwe investeringen geschrapt.

Ook de werkgelegenheid werd hard geraakt, meer dan 140.000 banen gingen verloren bij uitvoerders als Halliburton en Schlumberger. Oliesteden als Aberdeen en Stavanger die de Noordzee bedienen, kampen ineens met hoge werkloosheid.

Per dag 1 miljoen vaten minder

Eind september nam Saoedi-Arabië op een Opec-bijeenkomst in Algiers het initiatief om de ongebreidelde productie binnen het kartel – die op dat moment een recordhoogte had van 33,6 miljoen vaten per dag – aan banden te leggen. De lidstaten spraken af om de productie in principe te beperken tot een bandbreedte van 32,5 en 33 miljoen vaten per dag. Een reductie dus van rond 1 miljoen vaten per dag.

Nadat de Russische president Poetin daarop begin oktober een productiebeperking leek te steunen, sprong de olieprijs omhoog naar boven 50 dollar per vat. „Het einde van de neergang is inzicht. De markt is zich aan het herstellen”, verklaarde begin deze week Khalid al-Falih, de Saoedische minister van Energie en baas van het staatsoliebedrijf Aramco.

Dat was misschien wat voorbarig: de productiebeperking binnen de Opec is geen gelopen race. De grote vraag is wie welke portie voor zijn rekening neemt. De lijst van Opec-landen die helemaal niet willen meedoen wordt steeds langer.

Iran weigert omdat het land eerst de achterstand wil inlopen die het heeft door internationale sancties. Libië en Nigeria doen niet mee omdat ze te lijden hebben van oorlogsgeweld. En nu blijkt ook dat Irak er geen trek in heeft. De regering stelt dat het alle olie die het oppompt moet kunnen verkopen om de oorlog tegen IS te kunnen financieren.

Persbureau Bloomberg berekent dat hiermee meer dan eenderde van de productie van de Opec buiten de beperking zou vallen. Om het plan van de kant van de Opec toch te laten werken zou Saoedi-Arabië zelf de kraan verder moeten dichtdraaien.

Russen spelen hun eigen spel

En dan is er nog de kwestie van niet-Opec-lid Rusland. Als dat land niet meedoet en de wereld blijft overspoelen met goedkope olie, heeft de productiebeperking van de Opec ook weinig zin. Saoedi-Arabië doet daarom zijn uiterste best de Russen aan boord te krijgen. Maar die spelen hun eigen spel. Met ruim 11 miljoen vaten per dag produceren zij nu meer dan ooit sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

President Poetin leek zich dus onlangs achter het Opec-plan te scharen, waarop de olieprijs meteen een klein sprongetje maakte. Maar de Russische minister Novak van Energie heeft nog niks getekend. „Er zijn verschillende opties”, was deze week zijn vage reactie na overleg met Saoedi-Arabië.

De vraag is of de Russen hun productie alleen maar willen bevriezen of ook willen beperken. Rusland is voor zijn inkomsten minstens even afhankelijk van de olie als Saoedi-Arabië. De Russen maken nog geen enkele aanstalte hun ‘verdienmodel’ aan te passen. In tegenstelling tot de Saoediërs, die zich langzaam maar zeker voorbereiden op een leven na de olie-inkomsten.

Zaterdag ontvangt de Opec in Wenen een aantal olielanden van buiten het kartel om te praten over de productieplannen die op de jaarvergadering van 30 november hun beslag moeten krijgen. Rusland zal in ieder geval van de partij zijn, heeft minister Novak laten weten. Ook Kazachstan en Azerbajdzjan komen. Noorwegen zegt geen interesse te hebben.

De onduidelijkheid en verdeeldheid buiten de Opec lijken minstens even groot als binnen het kartel.