Megaovername NXP: het is eten of gegeten worden in de chipindustrie

Foto Reuters

De Nederlandse chipmaker NXP komt voor 43 miljard euro in handen van de Amerikaanse branchegenoot Qualcomm. Het is de grootste overname uit de wereldwijde chipindustrie - tot nu toe - en toont aan hoe de voormalige Philips-dochter in tien jaar veranderde van een zorgenkindje in het knapste meisje van de klas.

Donderdagmiddag maakten Qualcomm en NXP de details van de deal bekend. Qualcomm betaalt 110 dollar per aandeel en neemt ook de schuld van NXP over. In totaal komt het overnamebedrag op 47 miljard dollar (43 miljard euro) uit. Ter vergelijking: Philips verkocht de halfgeleiderdivisie in 2006 voor 6,4 miljard euro.

Het is eten of gegeten worden in de chipindustrie. De kosten voor het ontwikkelen van nieuwe technologie lopen snel op en chipfabrieken bouwen is peperduur. De overname van NXP past in een langdurige overnamegolf waarbij de betaalde sommen hoog oplopen. Nog geen jaar geleden lijfde NXP (jaaromzet 6,1 miljard dollar) zelf de Amerikaanse chipmaker Freescale in, voor een bedrag van 11,8 miljard euro. Met Freescale aan boord werd NXP de belangrijkste chipleverancier voor de autoindustrie, die voertuigen volpropt met sensoren om zelfstandig te kunnen rijden.

Een paar belangrijke momenten in 10 jaar NXP:

Chipfabrikanten zoeken niet alleen meer schaalgrootte, ze nemen elkaar over om ontbrekende vaardigheden aan te vullen. De moderne toepassingen van chips vragen meer om integrale systemen (panklare oplossingen) in plaats van losse chips. In de overnames zie je die beweging terug: integratie van fabrikanten.

Afgelopen zomer meldde Qualcomm zich bij NXP om te informeren of men er oren had naar een vriendschappelijke overname. „We waren niet op zoek naar een koper maar Qualcomm stond wel op ons lijstje van bedrijven om mee samen te werken”, zegt Guido Dierick, directeur van NXP Nederland. Hij heeft net het personeel in Nijmegen toegesproken. Nog geen jaar geleden deed hij hetzelfde, om de nieuwe medewerkers van het pas overgenomen Freescale te verwelkomen.

NXP verwacht dat auto’s binnen vijf of tien jaar meer rekenkracht nodig hebben om gegevens van alle sensoren te verwerken. Bovendien ontwikkelt Qualcomm patenten voor 5G, de mobiele netwerken die gebruikt worden om voertuigen en andere apparaten met elkaar te laten communiceren.

Qualcomm (jaaromzet 25,3 miljard dollar) zoekt nieuwe afzetmarkten omdat de vraag naar chips voor smartphones – de voornaamste inkomstenbron – niet meer zo hard groeit. De autoindustrie biedt nieuwe perspectieven, net als beveilige communicatie tussen apparaten - NXP’s specialisatie.

Hoewel de wetgeving nog niet toestaat dat we het stuur uit handen geven, bereidt de autoindustrie zich al wel voor op de zelfrijdende auto. Tesla kondigde vorige week bijvoorbeeld aan alle modellen te zullen voorzien van hardware die de auto autonoom kan laten rijden. Daarvoor zijn sensoren, snelle interne netwerken en een veilige verbinding met de buitenwereld nodig. Dat is expertise die NXP in huis heeft. En straks Qualcomm, naar verwachting eind 2017, als de aandeelhouders de overname goedkeuren.

Voor Nederlandse begrippen is dit een recordovername. Alleen ABN-Amro bracht in 2007 meer op (72 miljard euro). Een ‘oer-Hollands’ bedrijf is NXP echter niet. In 2009 zaten er nog 5.500 NXP’ers in Nederland, nu werken nog maar 2.600 van 41.000 medewerkers op het hoofdkantoor in Eindhoven en in de Nijmeegse fabriek. Dat worden er nog minder als de inkapseling van Freescale achter de rug is, en nog minder als Qualcomm het geplande ‘synergievoordeel’ van 500 miljoen dollar per jaar wil halen.

De drie grootste overnames van Nederlandse bedrijven door buitenlandse bedrijven:

Bij de elfkoppige NXP-leiding zitten maar twee Nederlanders, waarvan er één volgend jaar opstapt door de verkoop van een divisie. De beursnotering is aan de Nasdaq, de topman de Amerikaan Rick Clemmer. Wel typisch Nederlands: voor onderzoek werkt NXP nauw samen met automotive bedrijven uit Helmond, TNO en de TU Eindhoven.

Wie wordt er rijk van deze deal? Dat zijn vooral de institutionele beleggers – dezelfde partijen die NXP in 2006 kochten. Ze zagen hun aandelen, die in 2010 op de Nasdaq verschenen, vertienvoudigen in waarde. Ook circa tweeduizend NXP’ers hebben een aandelenregeling.