Column

Kritiek op helden

Dit was een week waarin ik veel aan prins Bernhard en Konstantin Paustovski, de Russische schrijver, moest denken. Soms vallen helden van hun voetstuk. Prins Bernhard was bij mij al geduikeld, maar hij belandde nu in een vrije val. Paustovski bleef op de been, zij het met enige moeite.

Prins Bernhard is nooit mijn held geweest, maar ik heb lange tijd – zo ongeveer tot aan de Lockheed-affaire – wel een soort zwak voor hem gehad. Een deugniet, maar hij deugde wel – zoiets. Flinke vent in de oorlog, toch? Van dat beeld is niets meer overgebleven.

Hij is lid gebleken van de NSDAP, de nazipartij, hij heeft zich corrupt getoond en hij valt in zijn privéleven op met egoïstisch, gewetenloos gedrag. Biografe Jolande Withuis moet vaststellen dat hij zijn vrouw, koningin Juliana, systematisch kleineerde en vernederde en dat hij ook in paleis Soestdijk niet van jonge vrouwen kon afblijven. Ontluisterend is vooral de onthulling dat hij Juliana niet meer wilde zien toen ze begon te dementeren.

De feiten zullen schokkend zijn voor de vele bewonderaars van de prins. Maar ze hadden gewaarschuwd kunnen zijn door de onthullingen die al aan het boek van Withuis voorafgingen. Te vaak worden critici van geliefde beroemdheden weggezet als zurige dwarskijkers, die de zon niet in het water kunnen zien schijnen. Signalen die op wangedrag wijzen worden genegeerd of verdwijnen in de doofpot; zie de affaire met de Engelse tv-coryfee Jimmy Savile.

Wat heeft Paustovski met dit alles te maken? Er was in de Amsterdamse Nassaukerk een goed bezochte bijeenkomst over hem. Zijn vertaler Wim Hartog werd geïnterviewd door Frank Westerman, die kritisch over Paustovski schreef in zijn boek Ingenieurs van de ziel, uit 2002.

Daarin schetst hij het beeld van een groot schrijver, die zich volgzaam toonde ten opzichte van het heersende regime. „Door behoedzaam te manoeuvreren wist Paustovski altijd buiten schot te blijven. Hij stootte niemand publiekelijk voor het hoofd, en bleef voor het Sovjet-gezag een loyaal schrijver. (…) Politieke uitspraken meed hij zorgvuldig. Studenten van de Sorbonne vroegen hem vergeefs naar zijn mening over de beslissende fase van de destalinisatie.”

Als interviewer bleek Westerman nog even kritisch als destijds – bij alle bewondering die hij voor Paustovski’s schrijftalent heeft. Het maakte het interview ongewoon spannend. Hij herinnerde Hartog aan de positieve boeken die Paustovski in opdracht van de regering schreef, in ruil waarvoor ze hem met rust lieten en hem zelfs een luxe gezinsappartement in Moskou gaven. Hij wees op het zwijgen van Paustovski over de terreur in de jaren dertig.

Westerman toonde veel begrip voor Paustovski’s voorzichtigheid, maar hij vond dat de feiten wel onder ogen moesten worden gezien. Paustovski werd pas openlijk kritisch toen ‘de dooi’ onder Chroesjtsjov was ingetreden. „Het is een smet, maar het maakt hem menselijker”, riep Westerman uit.

Hartog ging daar niet in mee. Hij is niet zomaar een vertaler, hij heeft een groot deel van zijn leven aan het werk van Paustovski gewijd; zijn vertalingen worden door kenners geroemd. In lange uitweidingen zocht Hartog vergeefs naar bevredigende antwoorden op Westermans kritische vragen. Het was verspilde moeite; ook helden, juist helden, verdienen een kritische blik.