Hip in Europa, uit in Afrika

In Afrika luistert er niemand meer naar afrobeat. Daar zijn de clubs kerken geworden.

©

De marktlui van Cotonou zijn niet achterlijk. Behalve telefoons, gekopieerde cd’s en dvd’s hebben ze achterin ook stapeltjes oude platen, maar het vinyl van Orchestre Poly-Rythmo gaat alleen weg tegen Europese prijzen. Ze weten hoe gewild het legendarische orkest uit hun stad is, ooit het Beninese antwoord op Fela Kuti’s afrobeat. De band was een van de populairste van Afrika, met honderden nummers op hun naam. Of de kooplui er zelf ook naar luisteren? Haha, nee joh. Dat is muziek van vroeger.

Het geldt voor veel afrofunk die buiten het continent in de mode is: thuis kijkt niemand ernaar om. Dat komt grotendeels doordat het westerse publiek een hang naar retro heeft als het om Afrikaanse muziek gaat. Wat bij ons hip is, is daar oud en stoffig.

Dansbare grooves

Zo rond het jaar 2000 begonnen Europese labels als Soundway, Analog Africa en Strut met het heruitbrengen van de meest dansbare grooves die in de jaren zeventig uitkwamen tussen Accra en Lagos. Een van de eerste bands die er zelf ook van profiteerde was het overgebleven deel van Poly-Rythmo, dat was gestopt in 1982. Ze gingen vanaf 2008 op tour door Europa, Noord- en Zuid-Amerika, voor het eerst in hun leven. Nu, met nog drie levende originele leden, komt er een nieuwe plaat uit en staan ze deze maand drie avonden in Nederland.

De tekst gaat door onder de video

Ook andere Afrikaanse bands konden de afgelopen jaren rekenen op veel Europese aandacht van dj’s en een jong festivalpubliek. Uit Ghana werden highlife-legenden Pat Thomas en Ebo Taylor ingevlogen voor succesvolle revivals, de Togolees Peter Solo richtte de afrofunkband Vaudou Game op en iedereen die ooit met Fela Kuti speelde wordt als vanzelfsprekend omarmd. Voor vrijwel al die muzikanten geldt: succes in Europa betekent niet automatisch een heropleving in Afrika. Daar is vooral plek voor dj’s, rappers en religieuze muziek.

Pinksterkerken

„De clubs waar wij vroeger speelden? Dat zijn nu kerken”, zegt Tony Allen, de drummer die samen met Fela Kuti afrobeat vormgaf. Hij is nog altijd een zeer veelgevraagde drummer. Over de hele wereld stimuleert hij nieuwe afrobeatbands met gastoptredens. „Maar niet in Lagos. Daar hoor je bijna geen afrobeat meer. De Pinkstergemeenten zijn rijk, alleen zij kunnen zich nog bands veroorloven.” Als muzikant ligt de keuze voor de hand; je krijgt er goede instrumenten en kunt vrijwel elke dag betaald spelen.

In het reguliere circuit valt weinig geld te verdienen met live-muziek. Dj’s en rappers die weinig middelen nodig hebben, vervangen de van oudsher grote bands. De nieuwe sound van Lagos wordt ook wel afrobeats genoemd, meervoud dus. Het lijkt op Amerikaanse hiphop en R&B, met veel autotune en een elektronische beat die net afwijkt van de standaard. Prima, maar voor een drummer weinig soeps.

Het beeld is hetzelfde langs de kustweg die Lagos (Nigeria) via Togo en Benin met Accra (Ghana) verbindt. Langs deze route ontwikkelden zich rond 1970 afrobeat en de francofone variant voodoofunk: een mix van Afrikaanse tradities met de funk van James Brown en afro-Cubaanse jazz.

Alleen muziek in de kerk

Ook nu is er in Lomé, de hoofdstad van Togo, weliswaar elke middag en avond genoeg muziek te horen, maar alleen in de kerk. Het swingt als een malle, maar het is niet de mix die de regio op de kaart zette. Het is gospel.

De talentvolle Togolese zanger en gitarist Ayeb Deseva is vastbesloten ‘de nieuwe Fela’ te worden, maar vindt in Lomé slechts af en toe een podium bij het Institut Français, voor expats dus. Hij weigert in een kerk te spelen, ook als dat betekent dat hij niets verdient. De pinksterkerk is fel gekant tegen zijn animistische voodoo-geloof. „Alles wat ik doe, komt voort uit mijn religie. Ik kan niet anders. Mijn nummers gaan over de goden, de ritmes komen van de ceremonieën.”

Veel leden van Orchestre Poly-Rythmo klussen in Cotonou bij als gospelmuzikant, maar bandleider Vincent Ahehehinnou is streng: „Je kunt niet in deze groep zonder voodoo-achtergrond. Natuurlijk zitten sommige leden wel in de kerk, maar ze zullen nooit voodoo afzweren.”

Gangbé

Zo is het ook bij een van de meer recente ‘tradi-moderne’ bands uit Benin. Op de markt van Cotonou zoekt Martial Ahouandjinou Amerikaanse jazz tussen de oude platen. De trombonist van de Gangbé Brassband komt net bij de Beninese minister van cultuur vandaan die hem - te weinig - betaalde voor een optreden bij een voetbalwedstrijd. Gangbé wordt door de regering erkend als een van de belangrijkste culturele exportproducten van Benin. Maar hun eigen composities, gebaseerd op afrobeat en New Orleans jazz, spelen ze vooral in Europa.

De tekst gaat door onder de video

„Alle ritmes van Benin komen uit het traditionele geloof”, zegt Ahouandjinou. Hij zegt dan ook stellig dat hij geen jazz speelt, want jazz is Amerikaans. „Wij moderniseren traditionele ritmes door ze te mengen met nieuwe stijlen.” Hoewel hij luistert naar jazz, funk en soul, is de belangrijkste invloed voor de band logischerwijs een Afrikaan: Fela Kuti. „Hij is onze spirituele, muzikale vader.”

In Gangbe!, een documentaire die over de brassband werd gemaakt, is te zien hoe de band die succesvol is in Europa, tien keer zenuwachtiger is voor een optreden in The Shrine, de oude club van Fela Kuti in Lagos. Na het optreden verzucht Ahouandjinou: „Dit is de belangrijkste dag uit het bestaan van Gangbé.” De bandleden hebben het gevoel dat ze, na succesvolle jaren in Europa, eindelijk een echte Afrikaanse band zijn geworden.

Orchestre Poly-Rythmo treedt op: 2/11 Patronaat, Haarlem; 3/11 Bird, Rotterdam; 5/11 Rasa, Utrecht