Column

Het Waalse verzet is een Brexit van links

©

Drie miljoen Walen gijzelden het Europese handelsakkoord met Canada; minister-president Paul Magnette poserend als Asterix. Vanwege deze tragikomedie deed de internationale pers deze week haar best de ongerijmdheden van België’s politieke stelsel te doorgronden. Maar het geharrewar over de CETA-ratificatie zegt meer over de toestand van de EU. België is enkel de zwakke plek, de barst die het vat doet springen. Je kunt de barst onder de loep leggen, maar dringender is te begrijpen waar de druk op het vat vandaan komt. Het verzet is de zoveelste uiting van onvrede over de globalisering; de opstand van groepen burgers in Europa (Brexit) en Amerika (Trump, Sanders) tegen open grenzen en open markten. Terwijl nationalistisch rechts zich keert tegen open grenzen, tegen migratie van moslims, Mexicanen of Polen, keert protectionistisch links zich tegen open markten, tegen vrijhandel en de euro. Het Waalse verzet is een Brexit van links.

Het politieke midden is verlamd door onzekerheid. Meteen na de Britse referendum-schok begon in Brussel het getouwtrek over het Canada-akkoord: was het een EU-bevoegdheid, waarbij ratificatie door Europarlement en 28 regeringen volstaat, of een ‘gemengd akkoord’, dat een 28-voudige parlementaire ratificatie behoeft? Juridisch een twijfelgeval, dus een politiek oordeel besliste. De Commissie wilde de zaak procedureel doorduwen, maar de nationale regeringen, geschrokken van de Britse uitslag, trokken aan de rem. Vier maanden later zat alles klem. Wie had nu gelijk? Met doorduwen riskeer je een kiezersopstand en vertrouwensverlies in een EU die ‘over ons maar zonder ons’ regeert. Maar de Unie laten verlammen door één lokale nee-stem betekent machteloosheid, isolement in de wereldeconomie en dus welvaartsverlies – ook geen goed vooruitzicht. Iedereen met trekken en duwen aan boord hijsen, zoals met de Walen op het nippertje lukte, heeft de voorkeur.

De tijden dat handelsovereenkomsten binnen de besloten Brusselse regelfabriek ontstonden, zijn voorbij. De schijnwerpers staan erop, mensen willen weten wat TTIP of CETA betekenen voor hun baan, het milieu, hun leefomgeving – en die schijnwerpers gaan niet meer uit. Dat maakt besluitvorming niet makkelijker, dus dat betekent hard werk voor de politici. Niet door verschansing achter procedures (het Europarlement deze week: „Dit nooit meer! Handel is een exclusieve EU-bevoegdheid!”) maar met overtuigingskracht en aandacht voor reële zorgen. Waarom is handel goed voor banen, hoe beschermen we de belangen van consumenten, werknemers, bedrijven en het publieke goed? De hyperglobalisering remmen, om de globalisering te redden.

De ontwrichtende krachten tegen de globalisering worden in Europa behoorlijk in toom gehouden – door coalitieregeringen en partijsystemen. Dit absorbeert de schok, maar vertraagt het bijstellen van de koers. In de wispelturigere Amerikaanse democratie komen die tegenkrachten, boem, in het centrum binnen. Bernie Sanders, niet eens partijlid, die de Democratische Partij bestormt; Donald Trump die de Republikeinse Partij kaapt en tot de oprijlaan van het Witte Huis komt. Dus wordt razend belangrijk hoe establishment-kandidate Hillary Clinton, mocht zij op 8 november winnen, met de kiezerswoede omgaat. Haar man Bill omarmde de globalisering als „de brug naar de 21e eeuw”; Hillary moet dealen met deze niet ingeloste belofte. Trumps kiezers gaan niet weg. Zij weet het. Tegen The New Yorker zei ze: „If we don’t get this right, what we’re seeing with Trump now will just be the beginning.”