Eten of gegeten worden in chipsector

NXP

Chipmaker Qualcomm koopt branchegenoot NXP voor 43 miljard euro. Het Nederlandse bedrijf werd zelf begeerlijk dankzij slimme overnames .

Foto Istock

De Nederlandse chipmaker NXP komt voor 43 miljard euro in handen van de Amerikaanse branchegenoot Qualcomm. Het is de grootste overname uit de wereldwijde chipindustrie – tot nu – en toont hoe de ex-Philipsdochter in tien jaar veranderde van een zorgenkindje in het knapste meisje van de klas.

Donderdagmiddag maakten Qualcomm en NXP de details bekend. Qualcomm betaalt 110 dollar per aandeel en neemt ook de schuld (9 miljard dollar) van NXP over. Het overnamebedrag komt op 47 miljard dollar (43 miljard euro). Ter vergelijking: Philips verkocht de halfgeleiderdivisie in 2006 voor 6,4 miljard euro.

Het is eten of gegeten worden in de chipindustrie. De kosten voor ontwikkelen van nieuwe technologie lopen snel op en chipfabrieken bouwen is peperduur.

De overname van NXP past in een langdurige overnamegolf waarbij de bedragen hoog oplopen. Intel betaalde in 2015 16,7 miljard dollar voor Altera, geheugenspecialist SanDisk ging voor 19 miljard dollar naar Western Digital en de Britse chipontwerper ARM voor 31 miljard naar het Japanse Softbank.

Nog geen jaar geleden lijfde NXP (jaaromzet 6,1 miljard dollar) zelf de Amerikaanse chipmaker Freescale in, voor een bedrag van 11,8 miljard euro. Met Free-scale aan boord werd NXP de belangrijkste chipleverancier voor de autoindustrie, die voertuigen volpropt met sensoren om zelfstandig te kunnen rijden.

Aanvullende vaardigheden gezocht

Chipfabrikanten zoeken niet alleen schaalgrootte, ze nemen elkaar over om ontbrekende vaardigheden aan te vullen. De moderne toepassingen van chips vragen meer om integrale systemen (panklare oplossingen) in plaats van losse chips. In de overnames zie je die beweging terug: integratie van fabrikanten.

Er zitten nu al veel chips in auto’s, maar er zijn er nog meer nodig. NXP verwacht dat auto’s binnen vijf of tien jaar meer rekenkracht moeten hebben om data van alle sensoren te verwerken. Die capaciteit heeft het bedrijf niet zelf in huis, Qualcomm wel. Bovendien ontwikkelt Qualcomm patenten voor 5G, mobiele netwerken om voertuigen en andere apparaten met elkaar te laten communiceren.

Tegelijkertijd zoekt Qualcomm (jaaromzet 25,3 miljard dollar) nieuwe afzetmarkten omdat de vraag naar chips voor smartphones – de voornaamste inkomstenbron – niet meer zo hard groeit. De autoindustrie biedt nieuwe perspectieven om producten te verkopen.

Hoewel wetgeving nog niet toestaat dat we het stuur uit handen geven, bereidt de autoindustrie zich wel voor op de zelfrijdende auto. Tesla kondigde vorige week aan alle modellen te zullen voorzien van hardware die de auto autonoom kan laten rijden. Daarvoor zijn nieuwe sensoren, snelle netwerken en een veilige verbinding met de buitenwereld nodig. Dat is expertise die NXP in huis heeft. En straks Qualcomm: naar verwachting eind 2017, als de aandeelhouders de overname goedkeuren.

‘Qualcomm stond op ons lijstje’

Afgelopen zomer meldde Qualcomm zich bij NXP om te informeren of men er oren had naar een vriendschappelijke overname. „We waren niet op zoek naar een koper maar Qualcomm stond wel op ons lijstje van bedrijven om mee samen te werken”, zegt Guido Dierick, directeur van NXP Nederland. Hij heeft net het personeel in Nijmegen toegesproken. Nog geen jaar geleden deed hij hetzelfde, om de nieuwe medewerkers van het pas overgenomen Freescale te verwelkomen.

Die Freescale-overname markeert de snelle transformatie die NXP onderging. Het bedrijf stond eind 2008 op het punt om te vallen, aan het wankelen gebracht door de financiële crisis en een dip in de chipverkopen. De waarde van NXP was in twee jaar tijd met 90 procent gedaald toen de raad van commissarissen besloot Frans van Houten te vervangen. De nieuwe topman werd de Texaan Rick Clemmer, die NXP’s activiteiten verder specialiseerde, op zoek naar winstgevende markten.

Voor Nederlandse begrippen is 43 miljard euro een recordbedrag. Alleen ABN-Amro bracht in 2007 meer op (72 miljard euro). Een ‘oer-Hollands’ bedrijf is NXP echter niet. In 2009 zaten er 5.500 NXP’ers in Nederland, nu werken nog maar 2.600 van de 41.000 medewerkers op het hoofdkantoor in Eindhoven en in de Nijmeegse fabriek.

Bij de elfkoppige NXP-leiding zitten twee Nederlanders, waarvan er één volgend jaar opstapt. De beursnotering is aan de Nasdaq, de topman is een Amerikaan en slechts een fractie van de omzet komt uit Nederland. Wel typisch Nederlands: voor onderzoek werkt NXP nauw samen met automotive bedrijven uit Helmond, TNO en de TU Eindhoven.

Qualcomm betaalt het overnamebedrag voor de helft met een lening, de rest in cash. Het bedrijf rekent op een ‘synergievoordeel’ van 500 miljoen dollar per jaar. De vakbonden zijn bang voor banenverlies. Doorgaans blijven bij dit soort overnames de technische afdelingen buiten schot, maar de ondersteunende en administratieve diensten niet.

En wie wordt er rijk? Dat zijn vooral de institutionele beleggers – dezelfde partijen die NXP in 2006 kochten. Ze zagen hun aandelen, die in 2010 op de Nasdaq verschenen, vertienvoudigen in waarde. Ook circa tweeduizend NXP’ers hebben een aandelenregeling.