Cultuur

Interview

Interview

Foto Julie Algra

De nieuwe dirigent van het Residentie Orkest gaat aan de slag

Deze week speelt het Residentie Orkest voor het eerst onder Nicholas Collon (33). De Britse vernieuwer koppelt Mahler aan klezmer.

Hij is er zes weken per jaar. Dus de invloed die de jonge Brit Nicholas Collon de komende drie seizoenen kan claimen als nieuwe vaste dirigent van het Residentie Orkest, is beperkt. Toch werd zijn benoeming begroet met opwinding. Collon gooit internationaal hoge ogen met zijn Aurora Orchestra. Dat probeert de klassieke muziek niet op te schudden vanuit de vorm (programmering, formats, locatie), maar vanuit de inhoud. Het koppelt Mahlers Eerste symfonie aan klezmermuziek. Speelt staande, of uit het hoofd – met een veel vrijere klank als gevolg.

Het cv van Nicholas Collon begon traditioneel en Brits. Pianoles van oma, eerste vioollessen van zijn moeder. Daarna studeerde hij – net als andere grote Britse dirigenten (en Sirs) als John Eliot Gardiner, Roger Norrington en Mark Elder – muziek aan Cambridge.

Daar deed hij al vroeg ervaring op met het organiseren van concerten en het werken met professionele ensembles. „Cambridge was een geweldige leerschool”, zegt Collon. Toen hij er klaar was, besloot hij met jaargenoot Robin Ticciati, nu óók een internationaal succesvol dirigent, een orkest op te richten: het Aurora Orchestra.

Vechten om gehoord te worden

„Er is denk ik niet één helder pad dat leidt naar een goede dirigeercarrière”, zegt hij. „Zelf iets beginnen leek me gewoon leuk én zinvol. In het begin was onze missie vrij vaag, we waren gewoon een groep enthousiaste musici van in de twintig. Maar Londen heeft een enorm uitgaansaanbod, je moet vechten om gehoord te worden.”

Zo werd buiten de lijntjes denken noodzaak. Hoe creëer je een nieuw publiek? Hoe maak je de concertbeleving van klassieke muziek wat levendiger?” Collon: „Veel van de antwoorden kwamen bij ons vanzelf bovendrijven, omdat veel van onze musici altijd al breed geïnteresseerd waren en verschillende genres – klassiek, jazz en wereldmuziek – beoefenen. Een traditioneel orkest zijn we nooit geweest. Ik had dat ook saai gevonden, dat ben je de zoveelste. Nee, we blijven experimenteren en vernieuwen.”

Collon stelt zich voor in een video van het Residentie Orkest. De tekst gaat door na de video.

Collon – getrouwd, vader van twee jonge kinderen – ziet uit naar het werken in Den Haag. „Door de recente bezuinigingsslag, moest het Residentie Orkest actief nadenken over wat het betekent een 21ste-eeuws orkest te zijn. Het is nu heel flexibel; musici spelen in grote bezetting, maar doen ook educatieprojecten in kleinere bezettingen. Ik vind dat interessant. Een groot orkest is een slagschip: imposant, maar weinig wendbaar. Hier is veel bereidheid dingen te proberen.”

Onorthodoxe werkwijze past

Natuurlijk, beaamt hij, zijn er ook verbeterpunten. En de opzet zonder traditionele chef-dirigent (naast Collon is Jan Willem de Vriend vaste dirigent voor het vroegere repertoire) maakt óók dat men alert moet zijn op het onderhoud van de klankcultuur. „Maar het Residentie Orkest ís geen traditioneel orkest meer. In die zin is de werkwijze zonder chef misschien onorthodox, maar wel passend.”

Zo beziet Collon ook zijn eigen bijdrage. Voor structureel schaven aan de cultuur van een orkest zijn zes weken per jaar te weinig, denkt hij. „Maar ik ga wel mijn steentje bijdragen door leuke, levendige projecten te realiseren, en mijn ervaringen bij het Aurora Orchestra te delen.”

Over de toekomst van de klassieke muziek is hij optimistisch. „Mijn zoon is drie, het liefst staat hij thuis op een podiumpje orkesten op YouTube te dirigeren. De uitdaging is nu vooral weer een normaal kind van hem te maken. Wat de klassieke muziek parten speelt, is gebrekkige muziekeducatie en de overvloed aan ander vermaak: Netflix, spelletjes, noem maar op. Maar mensen zijn in de grond van de zaak dol op muziek, dat verandert heus niet.”