Onderwijs

Die studiebeurs is helemaal niet afgeschaft

Voor studenten met armlastige ouders bestaat er nog steeds een volle studiebeurs. Na een tijdelijke pauze groeit dus het aantal studenten weer, schrijft Maarten Huygen.

Rotterdamse eerstejaars in de eurekaweek 2016 ANP Jerry Lampen

Het is een vergeten argument in de verkiezingsstrijd en bij een aantal ouders met weinig geld: de studiebeurs is helemaal niet afgeschaft. Een kind in een huishouden dat 33.000 euro verdient en een maandelijkse bijverdienste heeft van 300 euro per maand, krijgt gewoon een gift van 350 euro per maand van de overheid. Als hij maar binnen tien jaar afstudeert. Dat is uit te rekenen op de rekenhulp van duo. Boven de 33.000 gaat het bedrag langzaam omlaag. Maar voor het modale eenouderinkomen van 35000 is er nog steeds een beurs van 280 euro per maand. Het bedrag daalt geleidelijk naar 0 naarmate de ouders meer verdienen.

image002

Dat financiën niet het grootste probleem zijn, blijkt uit de enorme aanwas van studenten aan de universiteit dit studiejaar. Volgens de vereniging van universiteiten VSNU is het aantal bachelorstudenten aan de universiteit dit jaar met acht procent gestegen. Dat is te danken aan buitenlandse en Nederlandse studenten. Zij investeren graag in hoger onderwijs. Dit is ook de ervaring in het buitenland: het effect van stijgende kosten is tijdelijk.

Kosten geen belemmering

Kosten zijn kennelijk ook niet de grootste belemmering voor studie aan hogescholen. Ook daar is sprake van herstel sinds het aantal studenten vorig jaar met 8 procent afnam. Dit jaar groeit het aantal studenten met 4,5 procent. Met een hbo-diploma heb je meer kans op een baan.

Het probleem zit hem vooral bij de doorstroom uit het middelbaar beroepsonderwijs, het mbo, sinds het hbo moeilijker is geworden. Er worden hogere eisen gesteld aan de scriptie en studenten moeten ook wetenschappelijke vaardigheden hebben. Sindsdien is er meer studie-uitval en doen meer studenten (eenderde) langer dan vijf jaar over hun bachelor. Slechts 42 procent van de mbo’ers gaat naar het hbo in plaats van 52 procent, volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Moet het hbo dan weer gemakkelijker worden? Of moeten mbo’ers meer worden bijgespijkerd, zodat ze aan de hogere eisen van de hogeschool kunnen voldoen? Bij de onderwijzersopleiding lijkt dat te werken. Daar stijgt voor het eerst sinds de zwaardere toelatingseisen het aantal studenten weer. Het mbo zou ook beter kunnen. Meer taal, meer rekenen, meer basisvakken, zeggen de hbo-bestuurders. Nu moeten de studenten het vaak met portfolio’s doen, met zogenoemde “competenties”.

Nog steeds zullen veel mbo’ers gaan werken. Die studenten willen liever doen dan studeren. Het is voor hen aantrekkelijker om meteen geld te verdienen in plaats van vier tot vijf jaar langer te sappelen op een studenteninkomen. Moet de helft van de bevolking hoger opgeleid zijn? Er zijn ook tweejarige tussenvormen. Hoger onderwijs is geen plicht.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.