Column

De onbevreesde jeugd van nu hoort geen alarmbellen

Hubert Smeets is Oost-Europadeskundige en verbindt om de week verleden met het heden.

Jongeren poseren met een Russische soldaat in Moskou. Foto Alexander Zemlianichenko / AP

Smeets, Hubert9-2013012

In pizzeria Ragazzi aan de Novy Arbat in Moskou koken ze de spaghetti wel erg al dente. Volgens de chef kok, circa 25 jaar, houdt zijn clientèle van half gekookte pasta. Dat kan kloppen. Het is er druk.

De bezoekende ragazzi en meisjes zijn ook geboren in het semidemocratisch Rusland, dat na 1991 op de puinhopen van de Sovjet-Unie gestalte kreeg. Ze zijn bemiddeld, maar niet puissant rijk. Ze dragen hippe merkkleding, maar reizen met metro of step. Deze kinderen uit het Jeltsin-tijdperk zijn de eerste generatie die geen persoonlijke herinnering heeft aan de ‘administratieve commandosysteem’ van hun ouders.

Anders dan hun ouders zijn ze gepokt en gemazeld door de westerse cultuuruitingen die de wereld domineren: muziek, film, gadgets, kleding, vakantie, studie en cv’s, inkomen, huisvesting et cetera. Maar dat betekent niet dat ze de ambitie hebben om die behoeften en belangen ook collectief te bevechten. Als er verkiezingen zijn, blijven ze thuis. De officiële cijfers extrapolerend, kwam bij de laatste parlementsverkiezingen medio september iets meer dan 15 procent van de kiezers tot 25 jaar in Moskou opdagen. Op grond van, overigens schaars, sociologisch onderzoek heeft dit kleine clubje met jonge wel-kiezers niet anders gestemd dan de ouders: op de machtspartij Verenigd Rusland, die nu maar liefst driekwart van de zetels in de Staatsdoema bezet.

In Ragazzi zit dus niet bepaald een opstandige klasse een bordje pasta te eten. Het Kremlin kan gerust zijn. Het regime heeft op Novy Arbat weinig te duchten. Revoluties hebben alleen kans van slagen als er jongeren rondlopen, die bereid zijn de daad bij het woord te voegen. De Russische revolutie(s) van 1917 vonden niet voor niets plaats in een tsarenrijk dat door een geboorteoverschot was verjongd en broeierig werd. Opstand tegen het establishment gedijt ook niet onder burgers van middelbare leeftijd. Wanneer die teleurgesteld zijn, wreken ze dat anders: via de stembus.

Niet alleen in het vergrijsde Rusland is relatief weinig rebellerend voetvolk. Bij Amerikaanse Congresverkiezingen van 2014 had de opkomst onder 30-minners Moskouse allure: ook iets meer dan 15 procent. Bij het alles-of-niets Brexit-referendum in het Verenigd Koninkrijk was het enthousiasme weliswaar groter. Met een opkomst van 64 procent bleef de jeugd maar acht procentpunt achter bij het landelijke gemiddelde en stemde 70 procent van die groep voor Remain. Maar op het geheel zette dat onvoldoende zoden aan de dijk.

Waarom jongeren niet komen opdagen als er maatschappelijke kwesties op het spel staan? Wantrouwen? Zeker. Maar er is meer aan de hand, denk ik na een gesprek met filosoof/theoloog Oleksi Panitsj uit Donetsk, sinds 2014 woonachtig in Kiev.

De jeugd van nu is een ‘onbevreesde generatie’. Ze hebben geen fiducie in veroveringsromantiek én ze zien geen maatschappelijk gevaar, zelfs als dat gevaar er wel degelijk is. In het maatschappelijk verkeer is angst soms juist een goede raadgever. Vrees maakt mensen alert, zorgt dat ze op hun hoede zijn. De ‘onbevreesde generatie’ hoort echter geen alarmbellen. Ze ziet geen heil in collectieve verdedigingslinies of aanvalsplannen. Ze gokt a priori op strikt persoonlijke reddingsstrategieën.

Dat gaat goed, totdat je ’s ochtend wakker worden en ziet dat ouderen massaler vóór een Brexit hebben gestemd. Ben benieuwd of het over tien dagen in Amerika ook zo gaat.