Cultuurpas We Are Public naar Den Haag

nieuw pubLiek

We Are Public mobiliseert publiek voor cultuur in Amsterdam met een pas. De organisatie wil uitbreiden naar andere steden.

Fragment uit

Na Amsterdam wordt Den Haag de tweede stad met een cultuurpas van We Are Public, het cultuurplatform dat nieuw publiek probeert te mobiliseren voor kunst en cultuur.

Andere grote Nederlandse steden zullen daarna snel volgen, verwachten de ondernemers achter de pas. En daarna hoopt We Are Public de stap naar het buitenland te zetten. We Are Public kan heel groot worden, zeggen de bedenkers van het platform.

In september 2014, een periode van kaalslag in de cultuursector, werd We Are Public gelanceerd. Inmiddels zijn er in Amsterdam ruim 3.000 leden die voor 15 euro per maand kunnen kiezen uit zo’n zeventig evenementen. Meestal is de toegang gratis, een enkele keer geeft de pas vijftig procent korting op de ticketprijs.

Per bezoek keert We Are Public de helft van de reguliere ticketprijs uit aan de deelnemende theaters en instellingen. De afgelopen twee jaar zorgde de pas voor 52.000 bezoekers en maakte het platform in totaal 450.000 euro over aan de betrokken culturele partners.

Met het restant van de contributies kan het platform de programma’s promoten, personeel betalen (tien freelancers) en verder investeren in het lidmaatschap en de onlinecommunity.

Leon Caren, met Bas Morsch de oprichter van We Are Public, wil meteen een misverstand wegnemen. „Wij bieden geen eclectische collectie slechtlopende voorstellingen aan”, zegt hij. Een redactie met twintig cultuurprofessionals bezoekt alle voorstellingen in de stad en beveelt stukken aan waarvan de redacteuren weten dat ze goed zijn, of waar ze zelf nieuwsgierig naar zijn. Caren: „Met de cultuurinstellingen proberen wij vervolgens afspraken te maken voor onze leden.”

Dat lukt heel goed. In Amsterdam is geen zaal waarmee het platform geen afspraken heeft gemaakt. De selectie is bont en avontuurlijk. Vrijdag kunnen de pasleden bijvoorbeeld naar Perdu, voor een avond over de Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector, naar een film van Nicolas Roeg bij het Amsterdamned Film Festival, en naar een performanceavond rond het thema naastenliefde in de Oude kerk. Zaterdag staat onder meer Een flinke linkse vrouw op het programma, de theatervoorstelling van Mugmetdegoudentand.

Direct na de lancering van de pas werden de initiatiefnemers al benaderd door bestuurders en cultuurmakers uit andere steden. Te vroeg, oordeelden Caren en Morsch, eerst moesten de opstartproblemen worden opgelost. Inmiddels vinden zij de tijd rijp voor expansie. Den Haag noemt Caren een logische tweede stad voor de pas. „Een stad met een divers en mooi cultuuraanbod en diverse grote cultuurmakers.”

Met een campagne gaat We Are Public in Den Haag op zoek naar duizend ‘cultuuroptimisten’ die kunnen kiezen uit minimaal dertig voorstellingen per maand. De pas is landelijk geldig, dus de Amsterdamse leden profiteren ook van de uitbreiding, en omgekeerd kunnen Haagse leden ook in Amsterdam terecht.

Het concept is inmiddels zo verfijnd dat de oprichters van de pas de toekomst met vertrouwen tegemoetzien. „Tienduizend leden in Amsterdam moet mogelijk zijn”, verwacht Caren. En over drie jaar kunnen in zeker tien grote steden voorstellingen worden bezocht. „En we pakken het daarbij steeds regionaal aan. Voor de Haagse pas voeren we nu ook gesprekken in Leiden en Delft.”

Vorig jaar gaven Caren en Morsch in New York een presentatie bij de International Society for the Performing Arts (ISPA). Een zaal vol cultuurprofessionals reageerde enthousiast op de pas, zegt Caren. Met de eerste buitenlandse steden zijn gesprekken gevoerd.

Is het uitgangspunt niet zo eenvoudig dat We Are Public eenvoudig gepasseerd kan worden? Caren moet lachen. „Het idee is in een paar zinnen samen te vatten, maar de uitwerking is complex. Om met zoveel partners iets op te zetten, de samenwerking met kassamedewerkers, het rekenmodel voor de uitkeringen aan cultuurinstellingen – we hebben de afgelopen jaren diverse keren het wiel moeten uitvinden.”

Steden die zelf een vergelijkbare cultuurpas willen opzetten wenst Caren daarom „veel succes”.