Als het erop aankomt, heeft de natuur niets aan D66

Zolang D66 in gemeente en provincie windmolens blokkeert, mag de partij zich niet groen noemen, betoogt Joris Wijnhoven.

Dit weekend neemt D66 haar nieuwe verkiezingsprogramma aan. Dikke kans dat de leden de ambities op het gebied van klimaat nog wat zullen aanscherpen. Belangrijk, want de landen die het historische klimaatakkoord van Parijs ondertekenden, moeten daar zelf invulling aan geven. Het is hierbij wel te hopen dat ook de lokale politici van D66 inzien dat ze niet langer kunnen weglopen voor een duidelijke keus voor schone energie en tegen het gebruik van fossiele brandstoffen. Want daar schort het nogal eens aan.

Nog maar pas, bij de Algemene Politieke Beschouwingen, liet D66 zich van haar groenste kant zien. Alexander Pechtold maakte handig gebruik van het hernieuwde groene elan bij de PvdA, immers met GroenLinks initiatiefnemer van een Klimaatwet, en loodste stilletjes de meest ambitieuze klimaatmotie ooit door de Kamer. 55 procent CO2-reductie in 2030 en een bijbehorend sluitingspad voor onze kolencentrales. Op zich is het opvallend dat de partij in haar eigen programma met 50 procent reductie onder het ambitieniveau van deze motie zit en géén concrete sluitingsdatum voor de kolencentrales noemt. Dus daar is nog werk aan de winkel voor het congres.

Curieuzer is het dat de Zuid-Hollandse D66-gedeputeerde Han Weber liefst 50 miljoen euro uittrekt voor een restwarmtenet, waarvoor de kolencentrale (en CO2-kanon) van Uniper de belangrijkste kandidaat is om warmte aan te gaan leveren. Dit soort dure infrastructuur leg je niet neer als je van plan bent zo’n centrale juist snel te sluiten.

Eenzelfde verschijnsel doet zich voor langs de kust, waar D66-wethouders en masse te hoop lopen tegen de bouw van windmolens op 18 km uit de kustlijn. Vorige week nog zat in een hoorzitting in de Kamer de Zandvoortse D66-wethouder Gerard Kuipers letterlijk lijnrecht tegenover fervent voorstander van wind op zee, Stientje van Veldhoven. Hij verkondigde er doodleuk dat hij windmolens gewoon niet wil zien, ongeacht of dat nu twee miljard extra kost. Reuze dualistisch allemaal, maar niet bijster geloofwaardig voor een partij die zulke hoge klimaatambities heeft.

Lees ook over 50 jaar D66: Jarige jojo-partij staat nu stevig

Ook de Noord-Hollandse D66’ers maken het vrij bont: gedeputeerde Ralph de Vries trad vorig jaar af omdat hij zijn eigen restrictieve beleid voor de bouw van windmolens niet meer voor zijn rekening wilde nemen. Zijn opvolger en partijgenoot Jack van der Hoek zet dat beleid echter vrolijk voort. Pijnlijk dat uitgerekend de partij die zo hecht aan de eigen verantwoordelijkheid van burgers, windcoöperaties dwars zit met de meest bizarre voorschriften waar nieuwe windmolens aan moeten voldoen. Een congresmotie vorig jaar waarin de Noord-Hollandse partijgenoten hard op de vingers werden getikt, leidde vooralsnog niet tot enige verandering van deze regels.

In Utrecht was het trouwens van hetzelfde laken een pak. Daar kregen de D66-volksvertegenwoordigers slappe knieën toen omwonenden van industriepark Lage Weide in verzet kwamen tegen de bouw van zes windmolens van een burgercoöperatie. Ze trokken schielijk hun steun in. Opmerkelijk genoeg zijn ze nu óók weer tegen de plannen voor een biomassacentrale op datzelfde industrieterrein, waarin uitsluitend plantenresten en hout van regionale komaf opgestookt gaan worden. Onduidelijk blijft hoe de Utrechtse D66’ers dan van fossiele brandstoffen af denken te komen.

Moge de jubilerende sociaal-liberalen zich dit weekend vooral van hun groenste kant laten zien en het programma gerust nog wat ambitieuzer en concreter maken. Maar het zou vervolgens wel helpen als de congresgangers zélf in hun rol als lokale bestuurder of volksvertegenwoordigers zouden ophouden de omslag naar schone energie tegen te houden. Dat zou de geloofwaardigheid van D66 als groene partij enorm ten goede komen.

Joris Wijnhoven is campagneleider Klimaat en Energie bij Greenpeace.